Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
30 april 2000

De zaak Irene

Krantenkop doop prinses Irene
Bekijk Video
1 min

De geruchten

Prinses Irene is verzot op Spanje. Ze komt er vaak, heeft er veel vrienden en spreekt de taal goed. Op 10 januari 1964 wordt ze beëdigd als Spaanse tolk-vertaler. Direct daarna vertrekt ze naar Madrid. Voor een vakantie, zo vertelt de Rijksvoorlichtingsdienst.

Ze logeert bij de Nederlandse ambassadeur jonkheer mr. W.van Panhuys. Nederlandse kranten schrijven dat zijn zoon, jonkheer J. van Panhuys meer dan bijzondere belangstelling geniet van de prinses. J. van Panhuys: "We studeerden beiden in Utrecht. Onze familie is bevriend. In de krant stond dat ik de huwelijkskandidaat was voor Irene. Ik woonde in een studentenhuis in Utrecht en zat te repeteren voor mijn examens toen mijn hospita me waarschuwde dat de pers aan de deur stond. Toen ik thuiskwam bleek dat inderdaad het geval. Ook mijn huisgenoten hadden zich verzameld rond de keukentafel en noemden me vanaf toen Prins Jan. Ik heb het spel maar even meegespeeld. Maar niet lang. Er was absoluut geen sprake van een romance".

In de Spaanse pers verschijnen berichten over een op handen zijnde verloving tussen Irene en een Spaanse edelman. Zowel de Rijksvoorlichtingsdienst als de woordvoerders van de Koninklijke Familie reageren ontkennend.

Het geruchtmakende interview

Telegraaf-correspondent in Madrid J. de Ruiter heeft goede kontakten met ambassadeur van Panhuys. Via de ambassadeur vraagt hij Prinses Irene meerdere malen om een interview. Zijn vasthoudendheid wordt beloond. De Ruiter: "Het was één van de grote momenten uit mij journalistieke loopbaan. Ik kreeg een telefoontje van de ambassade. Of ik vragen wilde indienen voor het gesprek met Irene. Dat heb ik gedaan. Kort daarna werd ik uitgenodigd. Het interview gebeurde bij de ambassadeur thuis. Irene zat in een grote stoel en hij op de armleuning . Hij coachte haar. Ik vroeg haar naar de geruchten over een verloving. Lachend wuifde ze de verhalen daarover weg. Het was vooral haar bedoeling om Nederland te laten weten dat Spanje onder het regiem van Franco nog zo slecht niet was. Dat Spanje ook veel positieve kanten had. De ambassadeur ondersteunde haar daar in. Hij vond het zijn taak de betrekkingen tussen Nederland en Spanje te verbeteren".

Een dag later, op 27 januari 1964, verschijnt het interview in De Telegraaf. Prinses Irene probeert begrip te kweken voor het sociale beleid in Spanje. Ze zegt veel sociale instellingen bezocht te hebben en daarvan onder de indruk te zijn. Over het ondemocratische gehalte van het Franco-regiem rept ze met geen woord. Het interview roept woedende reacties op. Het Parool verwijt de prinses naïviteit. De Ruiter: "Links was woedend. Dat een lid van het Koninklijk huis zulke positieve uitspraken over het dictatoriale Franco-regime durfde te doen. Het Spanje van Franco was taboe in Nederland".

Het kabinet Marijnen wordt overrompeld door de uitspraken van de prinses. Het is ook in 1964 niet gebruikelijk dat een Prinses zich uitlaat over politieke kwesties. Noch het kabinet, noch het ministerie van Buitenlandse Zaken waaronder ambassadeur van Panhuys ressorteert, noch de Rijksvoorlichtingsdienst zijn van te voren op de hoogte gesteld. Van Panhuys en prinses Irene hebben, na overleg met en goedkeuring van prins Bernhard, zelfstandig geopereerd. Minister-president Marijnen spreekt duidelijk zijn afkeuring uit. De verantwoordelijkheid voor de uitspraken van Irene wordt bij Van Panhuys gelegd. Uit de notulen van de ministerraad: "Ambassadeur Van Panhuys heeft de juiste staatsrechterlijke verhoudingen uit het oog verloren en zich te veel ambassadeur van de Koningin gevoeld".

In de Tweede Kamer worden vragen gesteld over de positie van Van Panhuys. Van diverse kanten wordt aangedrongen op zijn ontslag. De ministerraad aarzelt. Uit de notulen: "Minister Scholten zou in die omstandigheid zelf ontslag aanvragen. Minister Biesheuvel stelt de vraag of het zo onverstandig zou zijn als jhr. Van Panhuys van zijn post werd teruggeroepen, aangezien zijn positie na de publicaties wel ernstig is verzwakt. Minister Luns merkt op dat als de ambassadeur ontslag zal vragen hij dit niet tegen wil houden. De minister-president stelt als conclusie voor dat ambassadeur Van Panhuys niet onder druk zal worden gesteld om ontslag te nemen maar als hij zijn ontslag vraagt zal dit niet worden geweigerd. De raad verklaart zich hiermee akkoord". Van Panhuys krijgt een reprimande maar wordt niet teruggeroepen.

De zoon van Van Panhuys: "Mijn vader vond het allemaal niet leuk. En dat allemaal aan het einde van zijn loopbaan. Hij was bijna 65 jaar. Wat je hem kunt verwijten is dat hij anders over Spanje dacht dan het Nederlandse kabinet".

Kerk in Rome waar prinses Irene RK gedoopt werd in 1964.

Irene wordt katholiek

De discussie over het interview met Irene en de rol van de ambassadeur daarin wordt snel overstemd door een nieuwe, veel heftiger en emotioneler discussie. Het lijkt wel of de aandacht bewust van de politieke uitspraken van Irene wordt afgeleid want een dag na het interview, op 28 januari, krijgt het internationale persburo UPI een bijna ongeloofwaardige tip: Prinses Irene zou rooms-katholiek geworden zijn.

De RVD kwalificeert het bericht als 'onzin'. En de dienst weet ook niet beter, want pas later die dag zal de RVD van Soestdijk horen dat het bericht klopt, maar dat het pas een dag later publiek gemaakt mag worden. De RVD wil echter eerst overleg met het kabinet en pas publicatie nadat Prinses Irene naar Nederland is teruggekeerd. Nog voor het kabinet op de hoogte wordt gebracht lekt de geloofsovergang van de prinses al uit. De Spaanse fotograaf Jaime Penafiel maakt een foto van Prinses Irene terwijl zij in gebed is verzonken in een rooms-katholieke kerk in Madrid.

Na de publicatie van de foto op de voorpagina's van alle kranten komt er eindelijk een officieel communiqué: "Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Irene is na lang en rijp beraad toegetreden tot de rooms-katholieke kerk. De opname is inmiddels geschied door kardinaal Alfrink. De particulier secretaris van H.M. de Koningin deelt naar aanleiding hiervan mede dat de koningin en prins Bernhard geheel staan achter de vrijheid van keuze van hun kinderen en dus de keuze van hun dochter volledig respecteren".

Vicepremier Biesheuvel, die de honneurs waarneemt voor Marijnen die aan het skiën is, weet zich geen raad met de situatie. Hij vraagt advies aan Drees en besluit niet lang daarna de ministerraad te informeren. Marijnen reist hals over kop terug naar Nederland wat nog niet makkelijk is omdat de passen wegens overmatige sneeuwval gesloten zijn.

In krantencommentaren, in de Tweede Kamer, in de kerken, in het kabinet, in de huiskamer is de ontsteltenis groot. Waarom is een hervormde prinses in het geheim katholiek geworden? Waarom is het kabinet niet geïnformeerd? En heeft een katholiek lid van het koningshuis wel rechten op de troon?

Tweede-Kamerleden stellen, bij monde van PvdA-kamerlid Vondeling: "de Minister President hoort alles te weten van het Hof wat staatsrechterlijke of politieke kanten kan hebben. Anders kan hij zijn verantwoordelijkheid niet dragen". Prins Bernhard ziet het heel anders. Hij laat weten dat het een privézaak betreft. Dat een geloofsovergang geen staatszaak is. Volgens het burgerlijk recht klopt dat. Maar Irene is meerderjarig, lid van het Koninklijk Huis en dus aan het gezag onderworpen van de regering. De prinses heeft de plicht een geloofsovergang publiekelijk bekend te maken en toestemming te vragen als ze het recht op de kroon wil behouden.

"U moet ervan uitgaan dat het besluit van de prinses voor ons een even grote verrassing is als voor iedereen. De regering heeft enig tijd nodig om over dit besluit een wijs woord te spreken," zo reageert het kabinet.

Zodra Marijnen terugkeert in Nederland bezoekt hij koningin Juliana en vraagt om uitleg, maar vraagt haar vooral hem voortaan eerder en beter te informeren. Dan vertelt Juliana hem dat prinses Irene niet alleen katholiek is geworden maar ook nog het plan heeft zich te verloven met de Spaanse troonpretendent Don Carlos van Bourbon-Parma. Koningin Juliana vraagt het hem geheim te houden totdat Irene instemt met publicatie.

Marijnen ziet de bui al hangen en besluit een zogenaamd Irene-kwartet te formeren en vraagt ministers van de vier politieke gezindten waaruit zijn kabinet geformeerd is zitting te nemen. Het worden de CHU-minister Scholten, de ARP-minister Biesheuvel, de VVD -minister Toxopeus en hijzelf als KVP-er.

Al snel buigen Tweede-Kamerleden en ministers zich over de vraag of een katholiek rechten op de troon kan doen gelden. KVP-er Schmelzer, PvdA-er Vondeling en VVD-er Geertsema vinden van wel. ARP-er Smallenbroek en CHU-er Beernink weigeren, zolang de vraag nog niet urgent is, hun oordeel te geven. In het kabinet wordt voorzichtig gemanouvreerd door KVP-, AR- en CHU-ministers. KVP-minister Veltkamp wijst er fijntjes op dat de grondwet geen voorkeur uitspreekt over de godsdienst van het staatshoofd. Minister Luns is van oordeel dat het kabinet niet gesteld kan worden voor hypothetische vragen. Het zou van wezenlijker belang zijn als de vraag prinses Beatrix betrof, de eerste in de lijn van troonsopvolging. En om haar gaat het nu niet.

De discussie wordt al snel gesloten en vervangen door een zwaarwichtiger en misschien ook wel belangrijker kwestie. Heeft een prinses van Oranje nog rechten op de troon als zij trouwt met een man die de ambitie heeft zelf koning van Spanje te worden?

2596337

De gevolgen van de geheime doop voor de oecumenische beweging

Donderdag 30 januari 1964 is voor het protestants-christelijke volksdeel een zwarte dag. De sfeer lijkt rijp voor nieuwe godsdiensttwisten. In het protestantse dorp St. Maartensdijk wordt besloten de naam 'Irene' van de gevel van de Christelijke school te verwijderen en het gebouw een andere naam te geven.

Oude tijden lijken terug te keren en dat terwijl er gestage vorderingen zijn met de oecumenische beweging, het nader tot elkaar komen van katholieke en protestantse kerken. Protestanten kunnen nog wel begrip op brengen voor de keus van de altijd al oecumenisch ingestelde Irene, maar waarom is ze niet in het openbaar maar in het geniep overgegaan tot het katholieke geloof? En waarom heeft ze zich nogmaals laten dopen?

Prof. I.A. Hoedemaker is in de jaren zestig secretaris van de oecumenische werkgroep. Die groep houdt zich bezig met de verspreiding van de oecumenische gedachte onder aanvoering van Irene. Haar oma, Koningin Wilhelmina, startte dit initiatief en Irene neemt het na haar dood van haar over. Regelmatig spreken ze elkaar op Paleis het Loo over hoe de religies nader tot elkaar kunnen komen.

Hoedemaker: "Ik herinner me het moment dat ik in de krant las dat prinses Irene katholiek was geworden. Het overviel ons enorm. We voelden ons een beetje bedonderd. We wisten niet dat ze overwoog katholiek te worden en het was ook strijdig met de ideeën van de werkgroep. In een persoonlijke brief schreef ze me dat het voor haar een lang voorbereide stap is geweest. Ze vond het helemaal geen onoecumenische stap. Ze besloot de brief met de wens dat ze ons allen weer in februari hoopt te zien op Het Loo. Maar dat ging niet door. De geloofwaardigheid van de oecumene was aangetast door deze gang van zaken. Dat bleek uit de openbare reacties. Er kwam veel haat en nijd te voorschijn van protestantse kant en daar bleek uit dat Nederland helemaal nog niet zo oecumenisch was. De werkgroep werd opgeheven. Een paar maanden daarna ben ik zelf nog een keer naar Irene geweest. Op Paleis Soestdijk. Ik kom daarbinnen en zij zit te midden van krantenknipsels op de vloer. Helemaal ontdaan. Zij kon maar niet begrijpen dat er nog zoveel strijd was tussen katholiek en protestant. Ze vond het heel naar dat een persoonlijke stap tot zoveel openbare polemiek leidde".

Op initiatief van de werkgroep, mede ondersteund door de Prinses, wordt een aantal prominente Nederlanders uitgenodigd voor een gesprek met Irene en kardinaal Alfrink. Het gesprek is bedoeld om te zien wat er over de geloofsovergang van de prinses naar buiten kan worden gebracht om het volk op die manier meer klaarheid te verschaffen.

De bijeenkomst vindt op 28 maart 1964 plaats in Paleis Huis ten Bosch. Aanwezig zijn ex-minister Klompé, de vicepresident van de Raad van State Beel, kamerlid Patijn, een drietal professoren en de heer Beker, voorzitter van de Oecumenische Raad van Kerken. Dominee Beker: "Juliana riep mij apart en zei dat ze niet bij de vergadering wilde zijn. Die herdoop is toch gebeurd, wat kunnen die politici daar nu aan veranderen. Gaat de politiek oordelen over het hart van mijn kind? Daar kunnen politici toch niet over oordelen. Of willen ze alleen maar een politieke rel voorkomen? Juliana was zo ontroerend, ze huilde. Ze riep telkens weer: Ik hou zo van dat kind".

De vergadering levert niet veel op. Beker kijkt er niet met tevredenheid op terug: "Het ging steeds maar over de politieke consequenties. Ik wilde praten over hoe de rooms-katholieke kerk hiertoe had kunnen komen, hoe die kerk nog een keer had kunnen dopen? Een doop is toch een eenmalig gebeuren. Ik was woedend . Ik kon het niet geloven dat Alfrink dat gedaan had. Dat betekende toch dat de katholieken niet geloofden dat zij goed gedoopt was door de hervormden daar in Londen".

Ook Klompé en Patijn zijn niet tevreden blijkt uit een briefwisseling die zij na afloop voeren. Patijn schrijft aan Klompé: "Er blijven te veel raadsels in het relaas, met name waarom er zo snel en zo heimelijk te werk is gegaan... Voor de toekomst acht ik het onvermijdelijk dat de kardinaal een verklaring afgeeft waarin hij zegt dat hij begrijpt dat hij velen in Nederland heeft gekwetst en dat hij beter anders te werk had kunnen gaan...
Ik heb het gevoel dat de dynastie in ons land dit één keer kan hebben maar geen tweede keer. Dan is het met de monarchie gedaan en staan wij voor ernstige constitutionele gevolgen in een sfeer van diepe verwijdering tussen rooms en protestant in Nederland".

Klompé deelt zijn verslagenheid en schrijft terug: "Ik vind het onbehoorlijk waarom men ons niet medegedeeld heeft waarom er geheim moet worden gehouden. De kardinaal heeft zich als de eerste de beste dorpspastoor laten imponeren door het Koninklijk Huis en snapt zo weinig van de oecumene dat hij de gevolgen helemaal niet heeft overzien. Hij heeft een grote beleidsfout gemaakt". Keerde eerder de woede zich tegen ambassadeur Van Panhuys, nu is kardinaal Alfrink aan de beurt.

Pas eind april zal Alfrink openheid van zaken geven. Hij zegt dat hem tot dan geheimhouding is opgelegd door het Koninklijk Huis. Historicus T. van Schaik: "Kerstmis 1963 heeft Alfrink van Bernhard gehoord van de plannen van Irene om rooms-katholiek te worden. Hij heeft het tegen niemand gezegd en is stilletjes op 2 januari naar Rome gevlogen. Daar kwam de rector van het Nederlands college, monseigneur Damen, in Rome hem afhalen. Alfrink zei tegen hem: Houd je handen aan het stuur. Ik heb nieuws voor je. Irene wil katholiek worden. Damens mond viel open van verbazing".

In Rome zijn dan ook de prinses, haar toekomstige man Don Carlos van Bourbon-Parma en zijn zeer katholieke familie aangekomen. Volgens Irene komen ook prins Bernhard en Prinses Margriet naar Rome. Van Schaik:"Alfrink ging ervan uit dat Bernhard hem kon vertellen hoe Irene gedoopt was door dominee van Dorp in mei 1940 in Londen. Dan kon hij beoordelen of die doop geldend was voor de Katholieke kerk".

Maar Bernhard en Margriet kwamen niet. Van Schaik: "Toen moest Alfrink improviseren. Hij had Soestdijk moeten bellen maar dat durfde hij niet. Damen moedigde hem aan maar durfde het zelf ook niet. De Bourbons stonden er op dat Irene 3 januari gedoopt zou worden. Dat gebeurde. Maar niet in de grote basiliek zoals de Bourbons wilden, maar achter gesloten deuren in de binnenkapel van de St. Paulus buiten de Muren. Damen wilde geen spektakel".

Zo werd Irene twee keer gedoopt. De eerste keer midden in de oorlog in Buckingham Palace, in de privé-kapel van het Engelse Koninklijk Huis. In het geheim, want anders "was er een groote kans dat de Duitschers zouden trachten het te bombarderen", zo schrijft dominee van Dorp. De doop geschiedt op de Hervormde manier, met een klein beetje water. De tweede keer, weer in het geheim, maar nu op katholieke manier, met stromend water.

Van Schaik: "Alfrink heeft absoluut niet voorzien dat dit alles tot grote narigheid zou leiden. Later heeft hij gezegd dat als hij het allemaal geweten had hij het niet gedaan had. Hij heeft zijn excuus aangeboden. Hij stond onder de zware druk van de Bourbons, een oud-adellijke familie waar hij hoog tegen op keek".

Waarom Irene katholiek wordt legt ze pas veel later uit. In een tv-interview vertelt ze dat ze het katholieke geloof meer passend bij haar karakter vond, kinderlijk en niet zo zwaarwichting als het protestantse. Van Schaick is ervan overtuigd dat ze zich verblind door verliefdheid en onder zware druk van de familie de Bourbon heeft bekeerd. "Het behoorde voor die familie niet tot de mogelijkheid dat hun zoon zou trouwen met een niet-katholiek".

De gedachten over de toekomst van de oecumenische beweging zijn in 1964 overal somber. Achteraf blijkt Irene's bekering tegenovergesteld gewerkt te hebben. De verschillende kerken hebben intensief contact met elkaar en al in 1967 leidt dat tot de wederzijdse dooperkenning.

SFA001006784-470x345

De verloving en het huwelijk

Het Irene-kwartet buigt zich over nieuwe onvoldongen feiten waarvoor ze geplaatst worden. Ze willen zo snel mogelijk de verloving bekendmaken, om zo te voorkomen dat opnieuw de kranten hen voor zullen zijn, maar dat stuit op weerstand van de familie De Bourbon. Vanuit Parijs houden zij de regie stevig in handen. Vooralsnog wensen zij om politieke redenen geen publicatie.

Marijnen wacht ongeduldig het moment van de bekendmaking af en blijft aandringen op spoed. Prinses Irene verbergt zich in Spanje en de koninklijke familie is te gast bij de Olympische Winterspelen in Innsbruck. Dagelijks, vaak tot diep in de nacht, vergadert het Irene-kwartet in Het Catshuis en buigt zich over de staatsrechterlijke gevolgen van een huwelijk tussen Irene en Don Carlos.

Na consultatie van diverse staatsrechtgeleerden komt men tot de conclusie dat de prinses afstand van de troon moet doen als zij daadwerkelijk trouwt met Carlos Hugo die geen afstand wil doen van zijn aanspraak op de Spaanse troon. Zij hoeft dan ook geen toestemming voor haar huwelijk te vragen aan het parlement. Zodra zij troonsafstand doet, is de bemoeienis van de politiek niet langer aan de orde.

Met die mogelijkheid hebben de Bourbons geen rekening gehouden. Op 4 februari komen Juliana en Bernhard speciaal uit Innsbruck naar Nederland om, naar wordt aangenomen, eindelijk bekend te maken met wie Irene gaat verloven. Laat in de avond spreekt Koningin Juliana via radio en tv het volk toe. Zij komt met een verrassende mededeling: "...wij moeten u helaas zeggen dat onze dochter Irene ons vanmiddag heeft medegedeeld dat de verloving geen doorgang zal vinden. U zult meevoelen dat onze dochter thans een bijzonder moeilijke tijd doormaakt... Wij hopen onze dochter binnenkort weer in ons midden te zien".

Nog diezelfde nacht geeft Marijnen een persconferentie. Hij weigert te vertellen wie de man is om wie alles draait. De dagen erna vindt er op alle niveaus koortsachtig overleg plaats. Bernhard reist naar Parijs om te praten met de Bourbons. Marijnen ontmoet Carlos Hugo en legt hem de democratische beginselen van het Nederlands staatsbestel uit. Daartoe behoort ook de regel dat je niet èn de ambitie kan hebben koning van Spanje te worden èn getrouwd kan zijn met een prinses die aanspraak maakt op de Nederlandse troon. Carlos wil het niet begrijpen.

Vier dagen na de toespraak van Juliana, op 8 februari, komt Irene eindelijk naar Nederland. Haar vader haalt haar en Carlos Hugo op in Madrid. Via de Spaanse radio heeft Carlos inmiddels de verloving bekend gemaakt. Ook nu weer zijn de Bourbons het Kabinet en de koninklijke familie te snel af. Pas midden in de nacht maakt Irene de verloving in Nederland bekend. Snel daarna laat Marijnen de Eerste en Tweede Kamer via een brief weten: "De prinses heeft aan de regering doen weten dat het haar wens is dat geen wetsvoorstel tot het verlenen van toestemming voor het door haar aan te gane huwelijk bij de Staten-Generaal zal worden ingediend. Op grond van voormelde omstandigheden heeft de Regering besloten de indiening van een wetsontwerp als voren bedoeld niet te bevorderen".

Het gevolg van het niet-indienen van het wetsontwerp tot toestemming voor een huwelijk is dat zowel Irene als haar nakomelingen niet langer aanspraak kunnen maken op de Troon. Irene zal nooit meer koningin van Nederland kunnen worden.

Twee maanden later, op 29 april trouwt Irene met Carlos Hugo. Eerder heeft Marijnen aangekondigd dat zowel het kerkelijk als het burgerlijk huwelijk in Nederland zal plaatsvinden. Maar ook deze keer komen de Bourbons en de koninklijke familie niet tot overeenstemming. De Bourbons geven de voorkeur aan een groots, door de paus ingezegend huwelijk in Rome. De Paus weigert, maar het huwelijk vindt toch plaats in Rome. Het Kabinet haalt enigszins opgelucht adem. De angst dat de Carlistische beweging van de Bourbon Parmas het huwelijk zouden aangrijpen voor politieke demonstraties in Nederland en daarmee de Oranjes in diskrediet zouden brengen, wordt hiermee weggenomen.

In Nederland wordt de plechtigheid door duizenden via de televisiebeelden gevolgd. Ook Juliana en Bernhard zien hun dochter van verre afstand trouwen. Zij zijn niet persoonlijk bij het huwelijk aanwezig.

Tekst: Hendrina Praamsma
Samenstelling reportage: Godfried van Run
Redactie: Hendrina Praamsma

Literatuur

Robbert Ammerlaan, Het verschijnsel Schmelzer (Den Haag 1973);

J. van Dorp, Het licht achter den muur (z.p. 1949);

J.P. Rehwinkel, De minister-president. Eerste onder gelijken of gelijke onder eersten? (z.p. 1991);

D. Schaap en B. Pasterkamp, De zaak Irene (Amsterdam 1964);

Ton H.M. van Schaik, Alfrink. Een biografie (Amsterdam 1997);

Marja Wagenaar, De Rijksvoorlichtingsdienst (Den Haag 1997;

Dossiers van dr. M. Klompé ondergebracht bij het Algemeen Rijks Archief;

Ministerraadsnotulen ondergebracht bij het Algemeen Rijks Archief.
 

Bronnen

BEELDEN

In 1977 zond de NCRV een gesprek uit van Jan van Hillo met prinses Irene en Carlos Hugo van Bourbon-Parma. Hierin wordt uitgebreid teruggekeken op 1964. Irene praat o.a. over de aantrekkelijkheid van het katholieke geloof. Het ‘kinderlijke’ van dat geloof sprak haar zeer aan, zegt zij met een welhaast verlegen glimlach.

Het Polygoonjournaal volgde in 1964 de kwestie Irene en maakte een samenvatting van het moment dat ontdekt werd dat Irene in Spanje een man had leren kennen tot en met beraad op Soestdijk.

Ook het kamerdebat in 1964 over de kwestie Irene werd door Polygoon samengevat en het kerkelijk huwelijk in Rome werd ook door Polygoon geregistreerd.

Over het verschil tussen de katholieke doop en de protestantse doop maakte de actualiteitenrubriek van de IKOR (nu IKON) in 1977 een reportage bij gelegenheid van de wederzijdse dooperkenning tussen beide kerken. De doop van prinses Irene is niet op film vastgelegd, noch de doop in 1940, in Londen, noch de herdoop voor de katholieke kerk in Rome, begin 1964. Wel heeft de Rijksvoorlichtingsdienst filmmateriaal van de doop van de prinses Margriet in Canada in 1943 en prinses Marijke (later Christina genoemd) in de Domkerk van Utrecht in 1947.

PERSONEN

In de reportage komen de volgende personen aan het woord:
Ds E. J. Beker, in de jaren zestig voorzitter van de Raad van Kerken.
Dr. T. van Schaik, kerkhistoricus en biograaf van kardinaal Alfrink.

TOELICHTING VAN DE MAKERS

Opvallend bij het voorbereiden van de reportage was dat velen niet over de kwestie Irene wilden praten. Het ligt nog altijd gevoelig. Leden van het toenmalige kabinet Marijnen wilden niet. Voormalig medewerker en medewerksters van het koninklijk huis wimpelden een verzoek tot een gesprek vriendelijk maar beslist af. Een bron, dicht bij de toenmalige koningin Juliana, wilde wel praten, maar dan uitsluitend per telefoon en alleen om Andere Tijden op het goede spoor te houden.

Prinses Irene wilde niet meewerken, net zomin als Carlos Hugo van Bourbon-Parma.