Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
31 mei 2005

Reconstructie

Andere Tijden Reconstructie Beeld Che
Bekijk Video
29 min

Holland Festival

Woensdag barst het Holland Festival los in alle culturele hevigheid. Muziek, dans, theater, film, beeldende kunst: wie wil kan de komende maand genieten van meer dan honderd voorstellingen. Of zich erover opwinden, want een beetje festival is niet compleet zonder tenminste één controversieel stuk. Kamervragen over een voorstelling bijvoorbeeld, dat moet toch de droom zijn van ieder festivalbestuur. Zou Pierre Audi weleens verlangend terugblikken naar 1969, toen Nederland zich nog kwaad kon maken over een anti-Amerikaanse opera? ‘Reconstructie’ leidde niet alleen tot kamervragen, maar ook tot honderden ingezonden brieven en zelfs tot enige onrust in Amerika. En dat voordat iemand nog maar een noot van de opera had gehoord.

Op 15 juli 1968 vergadert het bestuur van het Holland Festival over een voorstel van Maurice Huisman, voorzitter van de Nederlandse Operastichting. Of het niet aardig zou zijn om voor het festival van 1969 een moderne opera te laten maken. Niet door één componist, maar door een clubje van veelbelovende jonge kunstenaars. Vijf moderne componisten, van de atonale school: Peter Schat, Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw, Misha Mengelberg en Jan van Vlijmen. En voor het libretto twee schrijvers uit hetzelfde vriendenclubje: Hugo Claus en Harry Mulisch. Het verhaal is nog niet uitgewerkt, maar het moet iets worden over Che Guevara. Duidelijk is in ieder geval dat het stuk kritisch zal zijn ten aanzien van Amerika, de grote ‘onderdrukker’ van Zuid-Amerika.

Bestuurslid Reeser weet wel genoeg: ‘Hier is een agressief ophitsend werkstuk te verwachten, dat bovendien weinig illusies laat ten aanzien van enig esthetisch genoegen.’ Vooral Peter Schat heeft een rebelse reputatie, maar ook van de rest is ‘geen sprookje van Andersen’ te verwachten. Reeser is niet als enige huiverig. Oud-directeur Diamand acht de ‘artistieke waarde’ van het voorstel ‘dubieus’. En bestuurslid Reehorst zegt met vooruitziende blik: ‘Dit zal positief of negatief zozeer in de pers domineren dat er een stempel door op het programma wordt gedrukt. Ook als men ons weer voor “oude sokken” zal uitmaken ben ik niet geneigd voor dictatuur te zwichten’. Alleen directeur Den Daas heeft er wel vertrouwen in. Het bestuur schrijft een waarschuwende brief naar de Nederlandse Operastichting, maar de opera mag voorlopig in het schema blijven staan.

Che Guevara

Niet gehinderd door alle bezwaren gaan de zeven kunstenaars enthousiast aan het werk. Ze sluiten zich een week op in een klooster in Raalte. Daar schrijven ze, in een roes van saamhorigheid, in één keer de hele opera in ruwe vorm. Reinbert de Leeuw: ‘Het feit dat je collectief iets ging maken, dat was toen ongelooflijk spannend. Het bracht een soort euforie met zich mee. Het was ook een statement. Dat je dat met zijn zevenen deed, en niet de eenzame geniale kunstenaar.’ Harry Mulisch: ‘Geen van ons had alleen die opera kunnen schrijven zoals hij geworden is. Dat konden we alleen met zijn zevenen. Hoe vaak hebben zeven artiesten een gemeenschappelijk idee? Meestal nog geen twee die iets gemeenschappelijks kunnen doen, dat is al heel uitzonderlijk. Maar zeven?’

Louis Andriessen: ‘Wat ons bij elkaar hield, dat had een politieke reden: we waren allemaal tegen die oorlog in Vietnam’. Het gekke is dat Vietnam helemaal niet voorkomt in ‘Reconstructie’. De opera is een ode aan Che Guevara, gebaseerd op het verhaal van Mozarts Don Giovanni. Don Giovanni is de grote imperialist (Amerika), die Zuid-Amerikaanse landen verslindt als waren het vrouwen. In letterlijke zin is de opera een reconstructie van de moord op Che Guevara. Maar meer dan een echte reconstructie is het een verbeelding van de onderdrukking van de Derde Wereld, door de oppermacht van de Verenigde Staten. De impliciete verwijzing naar Vietnam is eind jaren zestig voor iedereen duidelijk. De Leeuw: ‘Het waren de jaren dat je het geweldig eens kon zijn, omdat je het ook heel erg oneens was met wat er gebeurde in de wereld.’

Alleen Mengelberg is recalcitrant. Mengelberg is als kind uit de Sovjet-Unie gevlucht voor de terreur van Stalin. Hij is daardoor wat cynischer over het communisme dan op dat moment in Nederland modieus is, zeker bij Cuba-enthousiastelingen als Mulisch en Schat. Waar de andere makers niets dan uitstekende herinneringen bewaren aan ‘Reconstructie’, kijkt Mengelberg met opgewekte afschuw terug op het hele project. ‘Een historisch on-kunstwerk’. Met tegenzin luistert hij naar een fragment van de opera: ‘Nou, een mager zes minnetje, eventueel’.

Kritiek van De Telegraaf

Tijdens de voorstelling zal een gigantisch beeld van Che Guevara worden opgebouwd, elf meter hoog. Een ode aan het revolutionaire icoon. Daarover voert – en verliest - Mengelberg heel wat discussies: ‘Als ik ook maar iets van Che Guevara begrijp, dan zou hij daarvan gegruweld hebben. Het is te gek voor woorden: de grootheid van iemand afmeten aan de maat van het standbeeld dat je voor hem opricht. In mijn meligheid had ik dan maar voorgesteld: weet je wat, laten we die Che dan maar van die Softenon-armpjes geven. Dan valt er nog iets over te klagen tenminste’. Het voorstel om de held mismaakte armpjes te geven wordt lachend, maar wel gedecideerd, verworpen.

Het is februari 1969 als De Telegraaf opbelt. Er wordt druk gerepeteerd, dus de regieassistent moet de krant maar even te woord staan. Dat is niemand minder dan Gert Jan Dröge. Dröge herinnert zich dat hij heel positief vertelde hoe fantastisch het allemaal ging met de voorbereidingen. ‘En toen zeiden ze: “En, is het al uitverkocht?” Toen zei ik: “De voorpremières zijn allemaal al vol. Want kijk, ze hebben de hele Socialistische Jeugd uitgenodigd, dat er een beetje leuk publiek in de zaal zit”. Nou, dat was koren op de molen van De Telegraaf. De volgende dag natuurlijk grote koppen: “Ons belastinggeld wordt weggegooid aan de socialistische revolutionairen!”.’

De Telegraaf ruikt een verhaal. Er komt een serie paginagrote artikelen met koppen als: ‘Reconstruction, een bodemloze put’, ‘Openlijke hetze tegen Amerika’, ‘Verheerlijking van Cuba’. Plotseling is ‘Reconstructie’ groot nieuws. Er komen honderden ingezonden brieven, dat het toch een schande is hoe de overheid dit linkse tuig sponsort. Zelfs in een Amerikaanse krant verschijnt een verontrust berichtje. De Leeuw herinnert zich hoe hij met zijn vrienden in die tijd De Telegraaf las. ‘Juichend! Het was toch kantje boord allemaal, of het wel kon. Dat het uiteindelijk door is gegaan hebben we volgens mij vooral aan Henk van der Meijden te danken. Want als er een ding zeker was, dan was het dat je niet kon wijken voor een hetze van De Telegraaf. Dat kon niet, dat was not done. Dus toen wisten we: nu gaat het door.’

Klompé buigt niet

In de Tweede Kamer moet minister Klompé van Cultuur zich verantwoorden. Is het waar dat onze bondgenoot Amerika hier op staatskosten gaat worden beledigd? Kamerlid Kronenburg wil dat de minister het libretto van ‘Reconstructie’ voorlegt aan de kamer. Klompé verdedigt de opera met verve. Ze betoogt dat het niet de taak is van de overheid om zich te bemoeien met de inhoud van een kunstwerk, ook als dat kunstwerk uitgaat van een gesubsidieerde instelling. Louis Andriessen is vol lof over de KVP-minister: ‘Zij had het inzicht dat dit misschien wel anti-Amerikaans was, maar dat het juist zo aardig was dat je dat in Nederland gewoon kon zeggen.’ Met weemoed naar de jaren zestig: ‘Er was een tijd dat er intelligente, interessante en tolerante politici bestonden in Nederland. Dat heb je niet meer...’

De voorstellingen zijn binnen een mum van tijd uitverkocht, met dank aan De Telegraaf. De Leeuw: ‘De mensen vochten om daar nog naar binnen te mogen, het zinderde. Dat was Amsterdam in die tijd: het was wat er in de lucht hing, waar het om ging, de politieke situatie in Nederland, wat er in de wereld gebeurde… Het kwam op een verbazingwekkende manier in Carré samen op de avonden dat het stuk werd uitgevoerd.’

De première

Bij de première zit minister Klompé op de voorste rij. Ze vertrekt geen spier als ‘Cuba’ (gespeeld door Natascha Emanuels) opeens poedelnaakt voor haar staat. (Ook daarin is de opera revolutionair: bij ‘Reconstructie’ begint de Nederlandse traditie van naakt op het podium.) In de pauze vraagt Klompé zich voor de camera af, of de boodschap van de artiesten, ‘voor de vrijheid van het individu’, helemaal is overgekomen. Maar het oordelen laat ze graag aan de recensenten over. En die zijn over het algemeen zeer positief. Zelfs De Telegraaf moet naast alle kritiek toegeven dat Reconstructie ‘een brok theater is’. Alle zes voorstellingen oogsten staande ovaties. Alleen de beroemde Duitse dirigent Von Karajan verlaat in de pauze de zaal.

En het bestuur van het Holland Festival? Dat wil in 1970 wel weer een opera van de ‘Grote Zeven’. De kunstenaar willen niets liever, maar dan met nog meer mensen samen. Alleen Mengelberg heeft zijn buik even vol van Gesamtkunstwerke. ‘Eens maar nooit weer’. Maar ook zonder Mengelberg, of misschien juist door zijn afwezigheid, strandt het project in ruzies. Een tweede ‘Reconstructie’ is er nooit gekomen. Mulisch: ‘Het was het einde van een tijdperk. Dat wisten we niet, dat is wat achteraf bleek. Maar die voorstellingen in Carré, stampvol, en dat enthousiasme van alle kanten: het was achteraf het slotakkoord van de jaren zestig’.

Beeldmateriaal

Er bestaan helaas geen beeldopnames van de voorstellingen, alleen een opname van de repetities: 'Reconstructie (Filminlassen)' NOS 1969-06-00 (Instituut voor Beeld en Geluid, Hilversum). De foto's in de uitzending zijn afkomstig van het Maria Austria Instituut in Amsterdam. Op het Theater Instituut Nederland (TIN) in Amsterdam zijn nog een aantal tekeningen van de kostuums en van het decor. Er is één kostuum bewaard gebleven. Dat ligt in het depot van het Theater Instituut. Ook bewaart het instituut de notulen van bestuursvergaderingen van het Holland Festival en de Nederlandse Operastichting.

Credits
  • Research en tekst
    Laura van Hasselt
  • Research
    Elles van Gelder
  • Regisseur
    Yaèl Koren
Geïnterviewden Bronnen
  • Andriessen
    Louis Andriessen
  • Dröge
    Gert Jan Dröge
  • De Leeuw
    Reinbert de Leeuw
  • Wij zullen dan maar hopen dat we er met een kleiner bedrag afkomen

    J. Blokker, 'Wij zullen dan maar hopen dat we er met een kleiner bedrag afkomen'. Het Holland Festival en de Hollandse samenleving (Den Haag 1987).

  • Zeven jongens en een ouwe opera

    T. Rooduijn, 'Zeven jongens en een ouwe opera' in: HP 20 december 1986.

  • Een Nederlands wonder

    J. Voeten, Een Nederlands wonder. Vijftig jaar Holland Festival (Amsterdam 1997).

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: