Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
3 november 2014

Andere Tijden

Troelstra
Bekijk Video
29 min

Liefde voor de leider

Eerbetoon aan Pieter Jelles Troelstra

 

Op 1 mei verzamelt een kleine groep mensen zich rond het hoog oprijzende standbeeld van Pieter Jelles Troelstra in het groene Westbroekpark in Den Haag. Het is de Haagse PvdA-afdeling die op deze plek jaarlijks de Dag van de Arbeid viert. Een koor in rode t-shirts zingt strijdliederen en de voorzitter van de afdeling legt in simpele bewoordingen uit wie Troelstra was en welke betekenis hij had voor de arbeidersbeweging.

Maar voor minstens twee trouwe bezoekers van de jaarlijke herdenkingen, hoeft hij niks uit te leggen. Voor hen, oud en breekbaar, is Troelstra meer dan zomaar een belangrijke historische figuur, een in steen gehouwen legende. Ze waren kleine kinderen toen Troelstra in 1930 overleed. Maar ze herinneren zich nog hoe Troelstra in het ouderlijk gezin bijna fysiek aanwezig was doordat zijn naam zo vaak werd genoemd. Hij leefde in de gloedvolle gesprekken, de gedachten en de dromen van vader en moeder. Hij werd bijna bovenmenselijk vereerd omdat hij zich in dienst stelde van een ideaal, het ideaal van de emancipatie van de arbeiders, en zichzelf daarbij zo goed als wegcijferde. En als kinderen kregen ze dus al door: dit was een heel bijzondere man, een heilige bijna, de hoop van alle mensen die dagelijks met armoede en onrechtvaardigheid te kampen hadden.

Mevrouw Haas koestert zorgvuldig het kleine bronzen portretje van de socialistische leider dat in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog in vrijwel elk rood arbeidersgezin op de schoorsteenmantel prijkte. En meneer Dissevelt zag als jongen hoe Troelstra op 12 mei1930 ten grave werd gedragen en een een indrukwekkende rouwstoet door Den Haag trok. Duizenden mensen – de schattingen spreken over 35.000 - waren voor dag en dauw met treinen, per fiets of te voet naar de hofstad gekomen om de laatste eer te bewijzen aan deze grote man.

“Tijdens het urenlange défilé langs de baar op die mooie Meidag, hoorde men alleen het héél zachte geruis van de wind in het jonge groen van de bomen, het tere fluiten van de vogels en het gedempte geluid van de voortschrijdende mensenmenigte. Wie de diepe ontroering van al die duizenden mannen en vrouwen gadesloeg, voelde, dat méér dan dankbaarheid en vertrouwen alleen hen bewoog: ze hielden van Pieter Jelles!”, aldus zoon Jelle in een boek over zijn vader.

Ontwaak o volk

De eerste schreden op het socialistische pad

Niets in de jeugd van Pieter Jelles, geboren in 1860, wijst erop dat hij later zou uitgroeien tot volksheld. Zijn vader verdient een goed belegde boterham als rijksontvanger van de belastingen en wethouder in Leeuwarden, weliswaar een liberaal maar zeker geen socialistisch milieu. De jonge Pieter Jelles doet, geheel volgens de verwachtingen, een keurige rechtenstudie en vestigt zich dan als advocaat.

In zijn praktijk komt hij in aanraking met de erbarmelijke omstandigheden waarin een groot deel van de bevolking aan het eind van de 19e eeuw nog leeft.
Arbeidsdagen tellen twaalf of zelfs veertien uur, de lonen zijn schamel en een werkgever kan iemand ontslaan zonder verdere plichtplegingen. Sociale verzekeringen, ziekteverzekeringen of oudedagsvoorzieningen bestaan niet zodat iedereen die uit het arbeidsproces wordt gestoten onmiddellijk afhankelijk wordt van familie of liefdadigheid. In grote steden leeft de arme bevolking in krotten en in stegen, vaak met grote gezinnen op één kamer van een paar vierkante meter. Op het platteland huizen armoedzaaiers in kleine, onhygiënische bouwvallen; soms slapen drie, vier, vijf kinderen in een bedstede gevuld met hooi dat krioelt van het ongedierte. Maar behalve de materiële omstandigheden zijn er ook andere structurele misstanden. Wie voor een dubbeltje geboren is, krijgt nauwelijks kans zich aan zijn benarde situatie te ontworstelen: er is geen leerplichtwet en geen algemeen kiesrecht. Zo worden de arbeiders letterlijk maar ook figuurlijk ‘op hun plaats gehouden’.

Troelstra trekt zich het lot van de minder bedeelden in zijn omgeving aan. Hij maakt kennis met de Friese arbeidersbeweging en raakt ontroerd door het enthousiasme en het geloof in de toekomst. Zo ‘bekeert’ hij zich tot het socialisme. Troelstra is naast advocaat ook dichter en het is ongetwijfeld mede de romantiek van hooggestemde idealen en wijdse vergezichten die hem aantrekken in de beweging. In zijn gedichten schuwt hij de retoriek niet :

Ontwaak o volk en houd u krachtig,
Gij zijt geroepen, de tijd is daar
....
Hoort in de verte ’t doffe ruisen
Van stromen, die tesamen gaan.
Het wordt een groot eenstemmig bruisen
En donderen tegen klippen aan,
Nog bieden d’oude ondergraven dijken
Hardnekkig weerstand, maar dat heeft geen duur.
Aanvaard o volk uw werk,
Nu is het uur.

Wankele persoonlijkheid

Politiek actief

Troelstra wordt in 1892 lid van de Sociaal-Democratische Bond en verlaat het jaar daarop voorgoed zijn Friese geboortegrond om zich in het westen van het land compleet aan de grote taak van de arbeidersstrijd te kunnen wijden. In 1894 is hij één van de twaalf ‘apostelen’ die aan de wieg staan van de nieuwe sociaal-democratische arbeiderspartij: de SDAP. De partij kiest voor de parlementaire weg, verbeteringen zullen langs democratische weg afgedwongen worden, niet door een revolutie. Vanaf 1897 zit Troelstra voor de partij in de Tweede Kamer.

Het is de tijd dat het bewustzijn van de arbeiders steeds verder ontwaakt en de strijdbaarheid toeneemt. Het ledental van de SDAP groeit snel en rond de eeuwwisseling is de partij een belangrijke factor in de Nederlandse politiek. Nadat in 1909 een linkervleugel van marxisten de partij heeft verlaten, groeit de kiezersaanhang nog verder. Troelstra wint aan faam door de organisatie van zogenaamde Rode Dinsdagen, demonstraties voor het algemeen kiesrecht, die in 1911 en 1912 bij de opening van het parlementaire jaar worden gehouden. Na een grote verkiezingsoverwinning in 1913 komt de SDAP zelfs in aanmerking voor regeringsdeelname maar die optie wordt afgeslagen.

De rol van Troelstra is in al die jaren niet altijd even duidelijk. Ja, hij is een begaafd spreker en een charismatische persoonlijkheid, daar zijn vriend en vijand het over eens. Hij weet met zijn taal de arbeidersklasse te inspireren tot geloof in zichzelf en wint daarmee enorm aan populariteit onder de bevolking. Maar hij is, volgens sommigen, een gespleten persoonlijkheid. Op de barricades kan hij zichzelf en het volk opzwepen tot grote hoogtes, waar geen handje-klap of compromissen meer gelden Maar in het dagelijkse politieke spel is Troelstra vaak een pragmaticus, een slimme bemiddelaar tussen strijdende partijen. Hij wankelt tussen gevoel en verstand, ideaal en haalbaarheid, revolutionair en parlementariër, en laat zo de meer rechtlijnigen in verwarring achter. Vooral binnen de partijtop komt die dubbelhartigheid hem soms op verwijten te staan. Bij de algemene werkstaking in 1903 en bij de discussies over eventuele regeringsdeelname vaart hij bijvoorbeeld geen vaste koers. En wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, sluit Troelstra tot ontsteltenis van enkele partijgenoten een ‘godsvrede’met de burgerlijke partijen; hij schaart zich met de beroemde woorden dat ‘de nationale gedachte thans de nationale geschillen dient te overheersen’ achter de regering. Maar de grootste verrassing die Troelstra in petto heeft, moet dan nog komen: de revolutiepoging van 1918.

Honger!

Chaos na de Eerste Wereldoorlog

In de herfst van 1918 heerst er chaos in heel Europa. In de oorlog zijn miljoenen doden gevallen. En terwijl de regeringen vredesonderhandelingen voeren, gaan overal de massa’s de straat op: ze hebben honger en eisen genoegdoening voor de ellende van de afgelopen jaren. Vooral in de Habsburgse monarchie en het Duitse Rijk, de grote verliezers in de oorlog, is de onrust groot. Maar ook in landen als België en Engeland zijn er rellen. En aan Nederland, dat als neutraal land niet aan de gevechtshandelingen meedeed, gaat de onrustige stemming evenmin voorbij.

Nederland is ondergedompeld in malaise. Er heerst grote werkloosheid en een enorm tekort aan levensmiddelen. In de grote steden wordt honger geleden. Tot overmaat van ramp waart de Spaanse griep rond die duizenden slachtoffers vergt. Volgens de PvdA-er Arie van der Zwan, die een artikel publiceerde over de revolutie in 1918, manifesteert de kloof tussen arm en rijk zich in dat jaar onverbloemd. “Door de prijsopdrijving van voedingsmiddelen en andere primaire levensbehoeften was het besteedbaar inkomen van de mensen onderin de samenleving volledig uitgehold. En in die jaren was bijvoorbeeld gedwongen huisuitzetting van mensen die de huren niet konden betalen aan de orde van de dag....En tegenover de armoe onder in de samenleving stond onvoorstelbare rijkdom. Kijk, de term ‘OW-er’, die ons niks meer zegt, was toen een scheldwoord. Het betekent: ‘iemand die oorlogswinst maakt’. Er zijn schattingen geweest van het totaal aan oorlogswinsten dat in de Eerste Wereldoorlog gemaakt is, mede door sluikhandel naar Duitsland. Dat komt in de buurt van het Nationaal Inkomen uit die tijd, dus dat zijn onvoorstelbaar grote bedragen. De klassentegenstellingen waren toen naar mijn idee scherper dan ze ooit tevoren en daarna geweest zijn”. En waar honger en onvrede heersen, ligt de revolutie op de loer. Dat was in 1917 al gebeurd in Rusland, in de herfst van 1918 gebeurt het in Duitsland, en even denkt men dat het ook in Nederland gaat gebeuren.

Nu is het uur

De revolutie ontwaakt

Het eerst komen op 25 oktober de gemobiliseerde soldaten in de legerplaats de Harskamp in opstand. Ze boycotten de leiding uit protest tegen het intrekken van verloven en tegen de slechte voeding. Er vliegen enkele barakken en een kantine in brand. Troelstra en andere SDAP-ers proeven de onvrede onder de bevolking en het relletje in de Harskamp is het teken dat een revolutie, zoals ook bij de Oosterburen voor de deur staat, in deze situatie niet ondenkbaar is.

Op een vergadering van 28 oktober benadrukt Troelstra dat de partij de mensen moet doordringen van grote veranderingen die zich niet op gewone wijze zullen voltrekken. Zaterdag 2 november komt hij in het partijbestuur met een manifest dat de revolutie propageert: “Met parlementairen arbeid alleen is het niet mogelijk gebleken tred te houden met wat er in de menschen leeft en tot uiting dringt.” Partijvoorzitter Vliegen protesteert: “Welke daad willen wij doen? De algemeene werkstaking? ...Is het doel de regeering over te nemen?...De Republiek uitroepen?...Spreker voelt niets voor een oproep, die een revolutie voorbereidt, en dat niet alleen om de praktische bezwaren, maar ook omdat hij het principieel verkeerd acht. Een revolutie in een democratisch geregeerd land is een dwaasheid.” Maar Troelstra meent dat hij op de goede weg zit en op 5 november gebruikt hij in de Tweede Kamer dreigende taal: “Bedenkt...dat een Regeering, die haar leger ten prooi ziet vallen aan muiterij, getoond heeft haar functie niet meer te kunnen behouden, en dat de feiten uitwijzen, dat Uw steun U gaat ontvallen...Staat gij wel stevig? Voelt gij niet langzamerhand, door de gebeurtenissen van de laatste tijd, dat gij staat op een vulkaan?”

Het bericht op 9 november dat de Duitse keizer is afgetreden, versnelt de gebeurtenissen. Vooral de autoriteiten raken in paniek nu de revolutie in Duitsland zo duidelijk terrein wint. Burgemeester Zimmerman van Rotterdam roept dezelfde dag nog twee socialistische leiders bij zich om de gevolgen van een mogelijke revolutie te bespreken en ze te manen de ‘Electrische Centrale’, de ‘Gasfabriek’ en de ‘Waterleiding’ vooral te ontzien. Ook op regeringsniveau wordt een bijeenkomst gehouden om de te treffen maatregelen te bespreken. De volgende dag, zondag 10 november, komen de socialisten weer bij elkaar. Ze krijgen een verslag van het gesprek met Zimmerman en besluiten dat de tijd nu echt rijp is. Volgens de aanwezigen kan de revolutie het best beginnen in Rotterdam, waar grote ontevredenheid heerst onder de havenarbeiders. Wanneer de SDAP niet de leiding neemt, zullen anderen het doen. Er zal een oproep komen om arbeiders- en soldatenraden te vormen. En er wordt een program van eisen geformuleerd met als belangrijkste punten:

- Onmiddellijke demobilisatie
- Onmiddellijke invoering van het algemeen vrouwenkiesrecht
- Afschaffing der Eerste Kamer
- Socialisatie van alle bedrijven die daarvoor in aanmerking komen
- Snelle en afdoende voorziening in de woningnood
- Invoering van staatspensionering op 60-jarige leeftijd
- Onverwijlde invoering van de wettelijke 8-urendag
- Volledige werklozenzorg

De revolutie

Nerveuse stemming

Op maandag 11 november, de dag dat de officiële wapenstilstand tussen de oorlogsvoerende naties wordt getekend, staat Troelstra ’s avonds in het Verkooplokaal in Rotterdam. De stemming in de overvolle zaal is verhit. “...hier noch elders woonde ik ooit een avond bij van zo grote, historische betekenis als deze: wij komen hier om te spreken op het ogenblik, dat ook ons, de arbeidersklasse, de macht in handen zal geven! (luid applaus)...Bezoedelt deze grote tijd niet door onwaardige daden; laat er eenmaal worden gezegd: het Nederlandse proletariaat toonde zich berekend voor zijn taak, de Nederlandse proletarische revolutie is geweest het gloriepunt in de geschiedenis van Nederland! (langdurig geestdriftig applaus).”

Na de vergadering gaat iedereen, bezield maar rustig, weer uiteen.
Ondertussen zit de regering niet stil. Al eerder die dag is de politie in Utrecht met karabijnen bewapend en in Amsterdam wordt een extra peloton cavalerie geïnstalleerd. Ook het koningshuis krijgt extra bewaking. Tegelijkertijd organiseert de contra-revolutie zich in stilte. Katholieke organisaties komen bijeen in Den Haag en besluiten een manifest tegen de revolutie in een oplage van 500.000 te verspreiden. Bovendien stellen ze overal burgerwachten in. De stemming is zenuwachtig maar niet explosief.

Het gewone leven gaat door zoals ook blijkt uit de houding van Troelstra die de volgende dag, dinsdag, gewoon voor een debat in de Tweede Kamer verschijnt.
Na een rede van minister-president Ruijs de Beerenbrouck neemt Troelstra het woord. Hij laat zich meeslepen “...thans is de tijd aan ons gekomen niet om te vragen 80 gram meer brood, niet om afgescheept te worden met kleine sociale hervormingen, die intussen altijd zo verschrikkelijk lang in dit parlement duren en zo droevig zijn het onderwerp van het politieke geharrewar der partijen, maar om thans, nu de politieke macht aan ons is, de sociale verbeteringen die wij met die macht kunnen verkrijgen, niet te vragen in een verlanglijstje, maar zelf met behulp van hen die met ons willen samenwerken, wie zij ook mogen zijn, zo spoedig mogelijk en zo afdoend mogelijk tot stand te brengen....”

Uren duurt de rede van Troelstra en hij maakt grote indruk. Onmiddellijk komt de ministerraad na de vergadering van de Tweede Kamer bijeen. Minister van Arbeid Aalberse schrijft in zijn dagboek: “Over ’t algemeen waren we kalm. Alleen Heemskerk was zeer zenuwachtig, en onder zijn invloed Ruijsch ook een weinig...Hij wilde concessies doen: een volksreferendum toezeggen bijv., later: vrouwenkiesrecht invoeren. Daarna kamerontbinding. Ik was daar fel tegen, ook in de volgende dagen. De historie leert, dat alle revoluties, die slaagden, geslaagd zijn door de vrees der regeerders, die begonnen met toegeven...”

Het vuur dooft

Troelstra krabbelt terug

Achteraf bezien is, ironisch genoeg, de toespraak van Troelstra in de Tweede Kamer het hoogtepunt van de revolutie. Het kabinet besluit zich desnoods gewapenderhand tegen een machtsovername te verzetten . Er worden opnieuw extra troepen gezonden naar Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. Het land staat op scherp. Maar de revolutie dooft in korte tijd uit zichzelf. Er is geen organisatie, de socialisten kunnen hun woorden niet omzetten in daden, de SDAP is intern verdeeld en de contra-revolutie wint terrein door overal, in de pers en op plakkaten, steun aan het wettig gezag te proclameren.

De volgende dag al, woensdag 12 november, komt Troelstra voorzichtig tot de conclusie dat hij te ver is gegaan en op donderdag krabbelt hij openlijk terug in de Tweede Kamer: “Het woord staatsgreep is door mij in het geheel niet gebruikt..” Als een geslagen man gaat Troelstra na deze nederlaag naar huis. “Toen ik Donderdagmiddag uit de Kamer thuis kwam, was ik geheel uitgeput. Mijn krachten begaven mij...Het was geen politieke ziekte, die mij de volgende dag dwong thuis te blijven. Ik voelde mij een gebroken mens...”, schreef hij in zijn Gedenkschriften.
De echte triomf beleeft de reactie op maandagmiddag 18 november. Koningin Wilhelmina en prinses Juliana houden een rijtoer door Den Haag. Aalberse noteert in zijn dagboek: “Die Maandag zal ik nooit vergeten...Om half twaalf zagen alle straten die naar het Malieveld voerden, zwart van de mensen...Toen kwam de Koningin voorbij. Zij zag ons zitten en wuifde ons toe. Heel haar gezicht straalde van vreugde...Even later bleef het rijtuig stilstaan. Een troep soldaten spande de paarden af, en trok het rijtuig verder voort...Wat een zee van mensen! Wat een enthousiasme!” Maar niet iedereen is even enthousiast. Mevrouw Imans (?) weet hoe haar vader, die erbij was, zich kwaad maakt op zijn mede-burgers. Ze hadden de kans op verandering vergooid, de revolutie verraden. En nu trokken ze als honden de koets van de koningin!

In de geschiedenisboeken worden de gebeurtenissen van november 1918 ‘De Vergissing’ van Troelstra genoemd. Hij zou zich te veel hebben laten meeslepen, de stemming in het land verkeerd hebben ingeschat. Op het eerste gezicht lijkt de afloop ook alleen maar tragisch: Troelstra een zielig hoopje ellende terwijl de burgers in oranje dansen rond de koets van de koningin. Maar misschien heeft Troelstra de sentimenten onder de bevolking wel minder fout ingeschat dan zijn strenge critici suggereren, dat is althans de tendens in recent onderzoek. En in ieder geval weigeren veel partijgenoten tijdens het SDAP-congres in het weekend na de rijtoer van Wilhelmina, Troelstra aan te wijzen als zondebok. Er is gemopper, er is discussie over de mislukte revolutie. Maar wanneer Troelstra, krijtbleek en ziekelijk, de zaal betreedt, barst de zaal uit in een geweldige ovatie. Mannen en vrouwen huilen en zingen bevend de Internationale.

Research en tekst: Karin van den Born
Samenstelling en regie: Gerda Jansen Hendriks

Literatuur

Bas van Dongen, ‘Revolutie of integratie. Proefschrift over de revolutie van 1918’
Uitgegeven door IISG, A’dam, 1992.

M. Buschman, ‘Troelstra en het ongelijk van Van der Zwan’, in: Socialisme & Democratie 12, 1994.

Dr. H.J. Scheffer, November 1918. Journaal van een revolutie die niet doorging. A’dam 1968.

Theunis Stelling en Ron Blom ‘Niet voor God en niet voor het Vaderland. Linkse soldaten, matrozen en hun organisaties tijdens de mobilisatie van ’14-‘18’. Aspekt 2004

P.J. Troelstra, Gedenkschriften. Amsterdam, 1927 (4 delen)

A. van der Zwan, ‘Het gelijk. Het politiek maatschappelijk leiderschap van Pieter Jelles Troelstra’, in: Socialisme & Democratie 7/8, 1994

Bronnen

ARCHIEF
Van de gebeurtenissen tijdens de eerste weken van november 1918 is alleen de massale bijeenkomst op het Malieveld in Den Haag op film vastgelegd. Andere gebruikte filmbeelden zijn geen letterlijke weergave van wat er gebeurde, maar eerder een 'verbeelding'. Er is gebruikt gemaakt van onder meer films uit de jaren twintig over dagblad Het Volk en de Arbeidsbeurs in Amsterdam, net als een werklozendemonstratie uit 1922. Deze beelden zijn allemaal te vinden bij het Instituut voor Beeld en Geluid. Bij de 'verbeelding' van het samentrekken van militairen en politie in 1918 is gebruikt gemaakt van een film die studenten van de Nederlandse Film- en Televisie Academie maakten op 10 maart 1966, de dag van het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus. De kranten zijn allen afkomstig van de Koninklijke Bibliotheek en kunnen via hun website worden geraadpleegd.

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: