Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
donderdag 22 augustus 2019

Pim en zijn volk I

Pim Fortuyn
Bekijk Video
25 min

Eind augustus 2001 stelde hij zich kandidaat voor het lijsttrekkerschap van Leefbaar Nederland. En in december van dat jaar werd hij ("At your service") de eerste man. Hoe dat ging en wat daaraan voorafging wordt behandeld in deel I, waarin veel direct betrokkenen aan het woord komen en waarin de minder bekende archiefbeelden van zijn optredens aantonen hoe lang en hoe hard hij al op de deur had geklopt.

Waar Pim komt, komt ruzie

“Dames en heren, mijn eerste gast is Pim Fortuijn, bekend van de wet van Pim: waar Pim komt, komt ruzie.” Zo introduceert het politieke televisiemagazine Het Capitool in 1991 de man die in 2002 de Nederlandse politiek op zijn kop zou zetten.

Fortuijn (1948) studeerde sociologie in Amsterdam en werd begin jaren zeventig wetenschappelijk medewerker aan de universiteit van Groningen. Het waren jaren waarin het communistische gedachtegoed floreerde en Fortuijn zijn studenten introduceerde in de theorie van het marxisme. In 1980 promoveerde hij op de sociaal-economische politiek van Nederland van net na de oorlog. Een hoogleraarschap leek een logisch vervolg van zijn academische loopbaan. Maar het liep anders.

“Er was ruzie over een eventueel hoogleraarschap van Fortuijn. Pim was in de contramine en dat kostte hem zijn academische carriere”, aldus Vic Bonke. Bonke was rector magnificus aan de Universiteit van Maastricht en haalde Fortuijn als interim manager binnen. “Vanwege een reorganisatie aan onze universiteit hebben we hem toen ingehuurd. Dat ging via Roel in ’t Veld, die hem al kende. Pim kwam hier en stelde meteen eisen. Met de woorden ‘dit is geen kamer voor een leidinggevende’ verving hij het tapijt voor rood tapijt en bestelde nieuwe meubels. Daarna stelde hij zich voor aan de belangrijkste man van de universiteit van Maastricht, dat was ik dus. We hebben gezellig zitten praten en het klikte meteen tussen ons. Al snel heb ik hem bij ons thuis te eten uitgenodigd. Mijn vrouw kon ook goed met hem opschieten; hij was een schat voor vrouwen, als hij ze leuk vond.”

Fortuijn stapte de wereld van interim management en advies binnen en vestigde zich als zelfstandig ondernemer te Rotterdam. Via Willem Albeda, toenmalig lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, werd hij gevraagd een rapport te schrijven over de sociaal-economische vernieuwing van Rotterdam. Dat leverde hem veel nuttige contacten op. Die had hij nodig, want ook zijn werk in Maastricht liep al snel ten einde. Vic Bonke: “In Maastricht was Pim niet echt geliefd, ze kregen al snel een hekel aan ‘die kale homo’ en na vier maanden werd zijn dienstverband beëindigd. Nu had Pim goede contacten met Willem Albeda en Roel in ’t Veld en die regelden voor hem een nieuwe job: de OV studentenkaart.”

De OV studentenkaart werd een groot succes en betekende voor Fortuijn een bevestiging van zijn kwaliteiten. Marco Pastors kan zich de eerste ontmoeting met Fortuijn nog goed herinneren: “Ik was 24, het was eind 1989. Na mijn studie kwam ik in contact met de OV studentenkaart. Ik was daar bij een receptie. Iedereen was al binnen, alleen de directeur was er nog niet. In één keer zwaaide de deur open en maakte de directeur zijn entree: in een driedelig krijtstreeppak met zo’n grote horlogeketting om. Hij had toen nog een baardje en een beetje haar aan de zijkant van zijn hoofd. Wat hier gebeurde voelde heel bijzonder. Daar kwam echt iemand binnen.”

Pim krijgt publiek

Een afgeslankte overheid, een efficiënter ambtenarenapparaat en meetbare resultaten van overheidsdiensten. Dit waren de stokpaarden die Fortuijn bereed, dankzij opgedane ervaring met de OV studentenkaart en uitdroeg in zijn werk als adviseur. Als bijzonder hoogleraar Arbeidswaardenoverleg bij de Overheid - de zogenaamde Albeda leerstoel aan de Erasmus Universiteit - kon hij zijn ideeën verder uitwerken. En dat deed hij ook.

Vanaf begin jaren negentig trad hij op als gesprekspartner in diverse televisieprogramma's. Professor Pim ontpopte zich als een slim debater die op onconventionele wijze (en als dandy gekleed) zijn opponenten de les las. Hij bleek televisiegeniek, viel op vanwege zijn unverfroren meningen en zijn charismatische uitstraling. Politiek journalist Kees Sorgdrager merkte hem op vanwege zijn directe manier van communiceren. Sorgdrager: "Ik kreeg hem in het vizier toen hij voor de OV-jaarkaart werkte. Daarna deed hij veel advieswerk samen met Roel in 't Veld. In mijn tijd als parlementair journalist in Den Haag ontving ik veel rapporten in mijn postvakje die ik bijna allemaal meteen weggooide. Vaak ook omdat ze veel te lijvig waren. Tussen die hele stapel rapporten kwam ik een nota tegen die opviel door zijn beknoptheid. Ik begon te lezen, de tweede zin, de derde zin. Ze waren allemaal erg smakelijk geschreven en voor ik het wist had ik het uit. Dat bleek van de hand van Fortuyn te zijn. Wat hem opvallend maakte was zijn heldere, niet versluierende manier van communiceren. Een verademing."

Die helderheid wist hij ook over te brengen in de lezingen die hij in het land hield. Vriend Peter Langendam: "Zijn speeches waren opgebouwd rond drie punten en waren nooit ingewikkeld. Ze gingen over maatschappelijk-politieke kwesties waarbij hij voorbeelden gebruikte die persoonlijk waren, bijvoorbeeld zijn zieke vader bij een verhaal over zorg."

Het was medio jaren negentig wanneer ook weekblad Elsevier geïnteresseerd raakte in de mening en vlotte pen van Fortuijn. Toenmalig adjunct hoofdredacteur Arendo Joustra: "Pim werd gevraagd om columnist te worden omdat hij er blijk van had gegeven dat hij een conceptueel denker over politiek en ambtenarij was. Bovendien kende hij veel mensen. Hij schreef over onderwerpen waar wij belangstelling voor hadden: openbaar bestuur, ICT en bureaucratie. Maar ook het thema van immigratie en integratie. Dat werd in die tijd door iedereen genegeerd."

De columns in Elsevier worden door de lezers verslonden en Fortuijn kreeg meer en meer uitnodigingen voor lezingen en spreekbeurten, van Delfzijl tot Venlo. Roel in 't Veld: "Toen heeft hij zijn publiek gevonden. Hij wist ze fantastisch te boeien. Iedereen vindt het natuurlijk schitterend om ambtenaren verrot te schelden. Hij had economische opvattingen die niet dwaas waren. Maar hij praatte in puzzelstukjes. Er was geen bijzondere samenhang; de ene helft van zijn opvattingen was links, de andere rechts."

Een man met een missie

Excentriek, eenzaam en op zoek naar liefde en erkenning. In een uitzending van het VPRO programma Firma Interview in 2001 wordt Pim onderworpen aan een psychologisch experiment. Fortuijn laat zich van zijn meest kwetsbare kant zien wanneer hij zegt grote behoefte te hebben aan liefde. Met vochtige ogen bekent hij dat zijn grote liefde hem heeft verlaten. Marco Pastors maakte Fortuijn in die depressieve periode van dichtbij mee. “Dat waren zijn mindere momenten, hij kon zo zwartgallig zijn. En dan die situatie met Arie, die verloren liefde van hem. Tjongejonge. Anderhalf jaar lang heeft hij erover in de put gezeten.”

Vic Bonke: “Pim was een lieve man. Hij ging vaak op bezoek bij zijn ouders in Driehuis en kwam hij ook even bij ons langs. Dan had hij een bloemetje gekocht bij het benzinestation en een doos sigaren. Het was altijd gezellig met hem, we hebben weinig over politiek gediscussieerd. Hij was gewoon een vriend die zich af en toe raar gedroeg. Ieder mens had volgens hem een opdracht. Dat klinkt mooi maar hij vond het vooral een mooie zin.”

Arendo Joustra zag Pim zo’n eenmaal per maand, waarbij ze over allerlei onderwerpen spraken, van seks tot politiek. “Eerst altijd het journaal kijken en daarna naar het restaurant.” Peter Langendam herkent de eenzaamheid van Fortuijn. “Op zijn verjaardag belde ik hem op en dan bleek dat hij helemaal alleen was. Hij had niemand uitgenodigd.” Joustra herinnert zich nog wel een bezoek van Pim op zijn verjaardag waarbij Fortuijn drie uur te vroeg kwam. “Ik was nog niet klaar met de voorbereiding dus zei ik hem dat ie weer weg kon en om negen uur nog eens kon aanbellen. Klokslag negen belde hij aan.”

Bonke: “De buitenwereld had een duidelijk beeld van Pim: altijd goed gesoigneerd, een butler en die Daimler. Maar de werkelijkheid was dat hij bijna failliet was. De verbouwing van zijn huis had handenvol geld gekost. En hij gaf veel uit. De lezingen die hij hield waren hartstikke noodzakelijk want hij verdiende verder geen zak.”

Fortuijn was iemand die tot het uiterste ging en het onderste uit de kan wilde halen. Voor Marco Pastors maakte dat de vriendschap er niet makkelijker op. Pastors: “Je kon nooit met Pim gewoon achterover hangen, en zeggen: zullen we eens voetbal kijken of Chinees halen of zo. Het moest altijd ergens over gaan. En als hij zelf niks te vertellen had, en je had zelf ook even niks, begon hij te foeteren van: ‘je maakt toch ook wel wat mee, wat heb jij nou voor leven?’ Dan dacht ik wel eens van: man hou toch eens op!” Het is een karaktertrek die Roel in ’t Veld herkent. “Pim had het vermogen om tot het uiterste te gaan. Hij kon de extremen opzoeken en met de consequenties omgaan. Die courage beviel mij wel. Maar tegelijkertijd maakte het hem kwetsbaar en kostte het hem zijn carrière en relaties met politieke partijen als PvdA, VVD en CDA.”

Paars Nederland

In 1998 publiceerde Fortuijn het boek 'Babyboomers: Autobiografie van een generatie'. Het is, met het verschijnen van 'De verweesde samenleving' (1995), het startschot van zijn kruistocht tegen wat hij noemt de Paarse regentenpolitiek. Hij voorspelt een maatschappelijke verschraling en een achteruitgang van de collectieve sector. Politiek journalist Kees Sorgdrager: "Het was in de tijd dat Paars regeerde, de politiek was technocratisch. En er moest van alles veranderen, vond men. Schaalvergroting, fusies van bedrijven, verzelfstandigingen. Dingen waar de gewone burger niets van begreep maar waar de politiek van zei: dat is goed voor de economie en dat is nodig om te kunnen overleven in het nieuwe Europa." In zijn talrijke lezingen merkte Fortuijn dat dit de thema's waren waar vooral ondernemend Nederland tegenaan liep. Vooral het midden- en kleinbedrijf werd zijn achterban.

Een jaar eerder verschijnt van de hand van Fortuijn het boek 'Tegen de islamisering van onze cultuur'. Het leverde hem een storm van verontwaardiging op en hij werd beschuldigd van racisme. Maar de discussie over immigratie en integratie werd hiermee verder opgeschud. Sorgdrager: "Het deed me denken aan het boek van Gerard van Westerloo die in de jaren tachtig voor Vrij Nederland een serie interviews had geschreven onder de titel 'Niet spreken met de bestuurder', wat over trambestuurders van lijn 16 in Amsterdam ging. Deze mensen kregen in hun werk te maken met Surinaamse criminelen die met een mes achter hen stonden. Als de trambestuurders dat meldden aan hun chefs kregen ze te maken met antropologen die hen gingen uitleggen hoe Paramaribo was ontstaan. Dat gevoel van onmacht, frustratie, dat verwoordde Fortuijn. De situatie in de volkswijken verslechterde en er kwamen steeds meer problemen met allochtonen. Daar werd echter niet over gesproken, merkte ik ook in mijn wekelijkse gesprekken met de premier. Dat waren wezenloze, zinloze gesprekken waar je twee soorten vragen kon stellen. De ene soort waar je het antwoord al op wist en de andere waar je geen antwoord op kreeg."

Voor Fortuijn werd het allengs duidelijk dat de Paarse politiek, waar hij in 1994 nog voorzichtig achter stond, nu het grote probleem van Nederland was. Langendam: "Pim wilde voor geen goud een Paars III in Den Haag. Dat wilde hij voorkomen."

Politieke ambities

Fortuijn wordt begin 2001 van meerdere kanten gepushed om de politiek in te gaan. Zo ook door Willem van Kooten, gewezen dj en veelverdiener. Tijdens een uitzending van het programma Business Class, waar Fortuijn vaste gast was, benaderde Van Kooten hem met de vraag of hij in zou zijn voor het lijsttrekkerschap van Leefbaar Nederland. Een nieuwe partij die op lokaal niveau met succes had gestreden tegen de Paarse partijen. Maar vooralsnog hield Fortuijn de boot af en ging te rade bij zijn vrienden. In 't Veld: "Voorjaar 2001 belde Pim mij op. Het gesprek duurde zo'n 7 minuten. Ik houd niet zo van lang telefoneren. 'Moet ik de politiek in?' vroeg Pim mij."

Fortuyn ontving veel brieven van Elsevierlezers met de hoop, wens en vraag om de politiek in te gaan. Joustra: "Pim had geen zin meer om in zijn columns nog een keer over Paars te moeten schrijven. Hij was het zat, maar wist niet wat hij dan wel wilde gaan doen. 'Wat moet ik doen? Een hotel in Italië? Een disco in Rotterdam?'"

In zijn boek 'Het Zakenkabinet Fortuijn' (1994) nomineert hij zichzelf als premier. Maar dat wordt door zijn vrienden niet serieus genomen. Peter Langendam: "Dat was toch eerder overdrachtelijk bedoeld. Gaandeweg kreeg Pim het gevoel dat het effect van zijn columns nihil was en zijn boeken, waarin hij oplossingen aandroeg voor maatschappelijke problemen door de politiek werden genegeerd." Joustra: "Ik had zijn ambitie om premier te worden altijd als iets campachtigs gezien. In ieder een marginaal streven in het bestaan van Pim."

Langendam en Joustra werden dan ook beiden verrast door de stap die Fortuijn op 20 augustus 2001 nam. In een televisie interview bij 2Vandaag maakte hij bekend de politiek in te willen. Voor Vic Bonke was het besluit vooral impulsief: "Hij was een theaterman. Ik ben ervan overtuigd dat hij geen vooropgezet plan had om in de politiek te gaan. Het was voor hem vooral een avontuur."

Joustra herinnert zich nog het afscheidsetentje dat Elsevier hun vertrekkende columnist aanbood. "Pim voorspelde toen dat Melkert en Dijkstal daags na de verkiezingen zouden aftreden. Hij had een enorm geloof in zichzelf en bovendien had de politicus zonder partij een vehikel gevonden, Leefbaar Nederland."

At your service

Op 18 augustus 2001 komen Jan Nagel, Willem van Kooten en Kay van de Linde aan in het Palazzo di Pietro, de stadsvilla van Fortuijn in Rotterdam. Om 15.00 uur, staat nog in de palmtop van Van de Linde te lezen. Toenmalig campagneleider van Leefbaar Nederland Van de Linde: "Willem van Kooten sprak in het bestuur van Leefbaar Nederland over Pim als een reële kandidaat voor het lijsttrekkerschap. Hij roemde Pims mediavaardigheid en zijn columns sloten aan op het gedachtegoed van Leefbaar Nederland. Mij leek het niets, maar Willem zei dat ik de boeken van Fortuijn maar eens moest gaan lezen. Ik weet nog goed dat mijn toenmalige vriendin ook een boek van Pim las en zei: 'hij schrijft op wat ik denk.'" En ook Van de Linde zelf was al gauw om. "Met deze man in ons midden dacht ik; we hebben goud in handen!"

Op 25 november 2001 kiest het congres van Leefbaar Nederland hun lijsttrekker: Pim Fortuijn. Kees Sorgdrager was erbij. "Ik was benieuwd naar wat voor een partij dat eigenlijk was. Ik zag daar een aantal lieve mensen, een aantal bescheiden mensen en een aantal vervelende mensen. De partij was eigenlijk een mager zooitje. Op het moment dat Fortuijn kenbaar maakte dat hij de politiek in wilde gaan vond ik dat interessant. Hij had een partij nodig en Leefbaar Nederland diende zich aan. Dat stelletje sigarenverkopers moest hij maar op de koop toe nemen."

Maar het 'stelletje sigarenverkopers' bleek al snel goed op elkaar ingespeeld te raken. Van de Linde: "Het klikte, er was een team. Jan Nagel was er voor de politieke strategie, Willem van Kooten voor het geld, ik was er voor de mediastrategie en Pim was de voorman." Leefbaar Nederland stond op de kaart en Pim Fortuijn bestormde zowel politiek Den Haag als omroepdorp Hilversum.

Regie: Ad van Liempt, Carla Boos
Research: Hasan Evrengün, Edmond Hofland
Tekst: Hasan Evrengün

Geïnterviewden Bronnen
  • Baukje Schuling en Jannie Dik
    Baukje Schuling en Jannie Dik
  • Vic Bonke
    Vic Bonke
  • Kees Sorgdrager
    Kees Sorgdrager
  • Kay van de Linde
    Kay van de Linde
  • Peter Langendam
    Peter Langendam
  • Marco Pastors
    Marco Pastors
  • In de ban van Fortuyn

    Jutta Chorus en Menno de Galan, In de ban van Fortuyn: reconstructie van een politieke aardschok (Amersfoort 2002).

  • Kermis in de politiek

    Michiel Zonneveld, Kermis in de politiek: Waarom de Nederlandse kiezer op drift raakte (Amsterdam 2002).

  • Boven het Maaiveld

    Jan Nagel, Boven het Maaiveld (Soesterberg 2001).

  • De erfenis van Fortuyn

    Hans Wansink, De erfenis van Fortuyn: De Nederlandse democratie na de opstand van de kiezers (Amsterdam 2004).

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie:

Meer Andere Tijden