Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
23 april 2016

Cuba, het gedroomde eiland

Gestrande Cubagangers
Bekijk Video
30 min

Westerse linkse intellectuelen zetten zich in de jaren ‘60 af tegen het koloniale verleden, onrecht in de Derde Wereld en vooral tegen Amerika dat dictators steunde en een vuile oorlog voerde in Vietnam. Geen wonder dat ze in de Cubaanse revolutie een inspiratiebron vinden. Heldhaftige revolutionairen onder leiding van Fidel Castro en Ché Guevara verslaan in 1959 het door Amerika gesteunde regime van dictator Fulgencio Batista. Castro brengt gelijkheid, start een succesvolle alfabetiseringscampagne en zorgt voor gratis gezondheidszorg. In tegenstelling tot het grauwe socialisme in het Oostblok, heeft dit socialistische experiment onder de tropenzon iets gezelligs en avontuurlijks. En daarmee voor velen een onweerstaanbare aantrekkingskracht. 

Schrijver Harry Mulisch, die eind 1967 naar Havana afreist en zich onomwonden solidair verklaart met de revolutie, is de bekendste Nederlandse Cubaganger. Twee jaar eerder gaat een groep linkse studenten uit Amsterdam hem voor. “Het sprak natuurlijk enorm tot de verbeelding dat een stelletje guerrilla’s, een handjevol mannen, daar een rechts dictatoriaal regime omver hadden geworpen en een socialistische droom waren begonnen”, aldus Bert Vuijsje, een van de initiatiefnemers van de reis van 1965. De buitenlanders worden goed ontvangen ondanks tekorten op allerlei gebieden, die volgens de Cubanen het gevolg zijn van de Amerikaanse blokkade. Vuijsje: “We kregen elke dag een enorme biefstuk, voor de gewone Cubaan was dat natuurlijk onbereikbaar. Na een dag of drie hadden we echt genoeg van die biefstukken. We voelden ons meer solidair met de gewone bevolking nadat we voor één keer een hamburger aten in plaats van zo’n enorme biefstuk.”

Van de ‘stadionprocessen’ en vluchtelingen weten ze minder. Ook niet van het Comité voor Verdediging van de Revolutie, dat onder meer mensen moet opsporen die het niet eens zijn met Castro en ook de buitenlandse reizigers waarschijnlijk goed in de gaten houdt. Toenmalig ambassademedewerker Jan Wever: “Een bekende Nederlandse schrijver heeft gezegd ‘als we in Nederland mensen ontvangen laat je ook de Deltawerken zien.’ Maar die hadden dan ook de vrijheid om te gaan en staan waar ze wilden. En dat was in Cuba niet het geval. Ik vond dat de Cubagangers van de realiteit waren losgezongen.”

26 januari 1959

Polygoonjournaal: Stadionproces op Cuba

Stadionproces op Cuba
Bekijk Video
2 min

Stadionprocessen

Op 1 januari 1959 trekt Fidel Castro een juichend Havana binnen. Met zijn guerrillabeweging heeft hij het brute regime van dictator Fulgencio Batista verslagen. Tegen vermeende oorlogsmisdadigers onder Batista’s aanhangers worden ‘stadionprocessen’ gevoerd. Deze processen vinden in het openbaar plaats in voetbalstadions, waarbij duizenden Cubanen komen kijken.

Op de ‘Romeins aandoende’ rechtszittingen komt grote kritiek vanuit het buitenland, tot verbazing van de Cubaanse revolutionairen. In een interview op de Amerikaanse televisie in 1959 reageert Castro: "In Amerika begrijpt men ons helemaal niet. Men heeft daar niet onder een terreur als die van Batista geleefd. Wat zou Amerika doen als iemand 20.000 van zijn burgers vermoord had? Misschien zou het nog meer mensen doden dan wij."

Voor het proces in dit fragment heeft Castro onder meer 350 buitenlandse journalisten uitgenodigd om hen ervan te overtuigen dat er sprake was van een eerlijke berechting. We zien majoor Jesus Sosa Blanco die verdacht wordt van onder meer 108 moorden ten tijde van het bewind van Batista. Hij hoort de doodstraf tegen zich uitspreken nadat onder anderen een twaalfjarig jongetje getuigt dat de majoor zijn vader heeft vermoord. Eind april 1959 worden de processen onder buitenlandse druk gestaakt. Er zijn toen al 600 doodvonnissen geveld.

5 november 1962

Polygoonjournaal: De Cubaanse crisis

De Cubaanse crisis
Bekijk Video
3 min

'Springplank voor communistische agressie'

In oktober 1962 houdt de wereld zijn adem in. Een Derde Wereldoorlog lijkt dichtbij. Het Polygoonjournaal van 5 november 1962 doet verslag van de Cubacrisis. We zien oorlogsschepen, marcherende militairen en machinegeweren. Vrouwen en kinderen van Amerikaans marinepersoneel worden van het eiland Cuba gehaald, Amerikaanse soldaten gaan ernaartoe. Cuba, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten zijn in de hoogste staat van paraatheid.

De Sovjet-Unie besluit om atoomraketten in Cuba te plaatsen, met goedkeuring van de Cubaanse leider Fidel Castro. Ze camoufleren de raketten als palmbomen om vroegtijdige ontdekking te voorkomen. Maar in augustus 1962 ontdekken de Amerikanen al op luchtfoto’s de raketbasis, op nauwelijks 150 kilometer van de Amerikaanse kust. De Amerikanen zijn woedend en de wereld staat op het randje van een nucleaire oorlog. De Amerikaanse gedelegeerde Stevenson stelt dat “de Sovjet-Unie kennelijk had besloten van het eiland een springplank voor communistische agressie te maken”.

Het Polygoonjournaal eindigt met de mededeling dat de Russische regeringsleider Chroesjtsjov ‘geheel onverwacht’ opdracht geeft de raketbasis in Cuba te ontmantelen. In ruil voor verwijdering van de Amerikaanse kernwapens in Italië en Turkije, haalt Rusland de atoomraketten uit Cuba terug. Daardoor ontsnapt de wereld op het nippertje aan een kernoorlog. De Cubacrisis is een dieptepunt in de verhoudingen tussen de Verenigde Staten en Cuba. Pas eind maart 2016 is voor het eerst sinds 1928 weer een Amerikaanse president in Cuba geweest. Obama’s historische bezoek is het resultaat van toenadering vanaf 2014 tussen de Verenigde Staten en Cuba.

23 augustus 1965

Polygoonjournaal: Suikeroogst op Cuba

Suikeroogst op Cuba
Bekijk Video
1 min

De suiker van Cuba

Dansend en met een brede glimlach vertrekken ze in bussen naar de suikerplantages: studenten, professoren, ambtenaren en arbeiders, allemaal gaan ze ‘vrijwillig’ helpen bij het oogsten van de Cubaanse suiker. De universiteit, alle ministeries en vele bedrijven in de hoofdstad Havana zijn een week lang gesloten. De bevolking moet alle zeilen bijzetten, want de welvaart in het socialistische Cuba is afhankelijk van de suikerproductie.

In het Polygoonjournaal uit 1965 zien we minister-president Fidel Castro tussen de metershoge suikerplanten het ‘goede voorbeeld’ geven. De suiker is bestemd voor de markt in het Oostblok. Voor de Cubaanse revolutie in 1959 importeren vooral de Verenigde Staten de suiker, maar dit verandert door het nieuwe regime en de groeiende band tussen Cuba en de Sovjet-Unie. De politieke en economische spanningen lopen zo hoog op dat de Amerikanen alle handelsrelaties verbreken. De Sovjet-Unie springt in het gat en gaat Cubaanse suiker importeren. Castro maakt productieafspraken met het communistische land en richt in 1964 ook een speciaal ministerie van Suiker op om de productie te coördineren. 

Toch heeft Cuba een groot probleem, want de suikeroogsten vallen erg tegen. Om te voorkomen dat de economie instort, krijgt Cuba nog meer steun van de Sovjet-Unie. Castro belooft dat de Cubaanse plantages de productie gaan verhogen tot tien miljoen ton suiker in 1970. “Als we er maar een pond onder blijven, zou dat een kolossale mislukking zijn.” In dit cruciale jaar werken tienduizenden ‘vrijwilligers’ zeven dagen per week om het quotum te halen. De teller eindigt op 8,5 miljoen ton. 

De ‘kolossale mislukking’ is een voorbode van de decennia daarna. Door de aanhoudende droogte verslechtert de suikeroogst alleen maar verder en door het uitblijven van investeringen in nieuwe machines nemen de productiekosten toe. Met het instorten van de Sovjet-Unie raakt Cuba in 1989 ook nog haar grootste afnemer en sponsor kwijt. Wanneer in 2005 de suikeroogst een nieuw dieptepunt bereikt, erkent Castro het failliet van de industrie. Opmerkelijk genoeg bestempelt hij suiker als een product dat “hoort bij de tijden van de slavernij”. Pas in 2011 valt ook het doek voor het Cubaanse ministerie van Suiker.

7 augustus 1968

Hier en Nu: Cubaanse vluchtelingen, NCRV

Hier en Nu
Bekijk Video
2 min

Cubaanse vluchtelingen

"In de ogen van Fidel zijn deze mensen parasieten, heulers met het vroegere regime van Batista. Zij die het land verlaten zegt hij, bewijzen het daarmee een dienst," aldus de commentator van het actualiteitenprogramma Hier en Nu in 1968. Niet iedereen kan zich vinden in het Cuba van Castro na de revolutie. Tegen 1967 zouden al zo’n half miljoen Cubanen zijn gevlucht.

25 oktober 1965

Polygoonjournaal: Cubanen mogen emigreren

Cubanen mogen emigreren
Bekijk Video
1 min

In 1965 bereiken de Verenigde Staten en Cuba een akkoord over de toelating tot Amerika van 3000 tot 4000 Cubaanse vluchtelingen per maand via een luchtbrug. Niet iedereen kan wachten op dit akkoord. In het Polygoonjournaal zien we Cubanen die "halsoverkop zee hebben gekozen met wat er ook maar kon varen." De Amerikaanse kustwacht stuurt schepen uit om de vluchtelingen op te pikken omdat de honderdvijftig kilometer zee tussen Cuba en de Verenigde Staten erg ruw kan zijn en om enigszins in de gaten te houden hoeveel en welke Cubanen naar de Verenigde Staten komen. Cubanen die al vrienden of familie in de Verenigde Staten hadden, krijgen de voorkeur.

Onder de vluchtelingen bevinden zich eerst de allerrijksten, later vertrekken de middenstanders omdat hun bedrijven door de revolutie zijn overgenomen. Sommige mensen wachten jaren op hun officiële toestemming. Hun bezittingen zijn door de staat geconfisqueerd. Ze mogen slechts wat kleding, een horloge en hun trouwring meenemen. De twee vliegtuigen die tweemaal per week het vervoer naar de Verenigde Staten verzorgen, zijn in 1968 voor de komende drie jaar volgeboekt. Er blijven nog acht miljoen Cubanen over op het eiland.

21 maart 2016

Nieuwsuur: Obama in Cuba, NTR/NOS

Nieuwsuur: Obama in Cuba
Bekijk Video
3 min
Credits
  • Regisseur
    Yaèl Koren
  • Researcher
    Carolien Brugsma
  • Researcher
    Fieke Hamers
  • Stadionprocessen
    Fieke Hamers
  • 'Springplank voor communistische agressie'
    Corine Bossink
  • De suiker van Cuba
    Anne Verwaaij
  • Cubaanse vluchtelingen
    Fieke Hamers
Geïnterviewden Bronnen
  • BART Dirks.jpg
    Bart Dirks
  • BERT EN HERMAN VUIJSJE.jpg
    Bert en Herman Vuijsje
  • JAAP VAN GINNEKEN.jpg
    Jaap van Ginneken
  • Jan Wever.jpg
    Jan Wever
  • Onze Jaren: De wereld na 1945 geschiedenis van de eigen tijd

    J. Bakkenhoven (red.), Onze Jaren: De wereld na 1945 geschiedenis van de eigen tijd (Amsterdam Boek B.V. 1976), p. 1985-2015.

  • De brave revolutie: Cubaanse ontmoetingen

    Herman Vuijsje, De brave revolutie: Cubaanse ontmoetingen (Baarn 1978).

  • Cuba, filiaal van de hemel?

    Bart Dirks, Cuba, filiaal van de hemel? Nederlandse sympathisanten op bezoek bij de Cubaanse Revolutie, 1967-1971 (doctoraalscriptie Utrecht 1996).

  • Cubaans dagboek

    Lucas van der Land, Cubaans dagboek (Meppel 1969).

  • Diverse websites

    Diverse websites, waaronder Informatie Cuba.

    Lees meer