Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
11 september 2008

De onbekende ‘Brug te ver’

Andere Tijden 11 september brug te ver graven
Bekijk Video
25 min

Aanstaande donderdag kijkt Andere Tijden terug naar de film 'Theirs is the Glory', de onbekende ‘Brug te ver’. Het is een unieke oorlogsfilm, met in de hoofdrol niemand minder dan de veteranen zelf.

'Theirs is the Glory' is opgenomen in de zomer van 1945, in de puinhopen van Oosterbeek en Arnhem. Drie maanden na de bevrijding lagen de sporen van de oorlog daar nog letterlijk op elke straathoek. Kogelgaten, ingestorte muren en daken, schuttersputjes, sporen van granaatinslagen… Er waren straten waar geen huis meer overeind stond. De verwoesting was totaal, kortom: een prachtig decor voor een oorlogsfilm. Zeker als de acteurs ook nog eens zichzelf spelen.

Andere Tijden 11 september Theirs is the Glory soldaat
Scene uit 'Theirs is the Glory'

Wie kijkt naar 'Theirs is the Glory' ziet geen acteurs die soldaatje spelen, maar échte militairen die naspelen hoe ze nog geen jaar eerder vochten op leven en dood. Er komt geen professionele acteur in de film voor. Elke militair die je ziet heeft daadwerkelijk meegevochten in de Slag om Arnhem. Hetzelfde geldt voor alle artsen, verplegers en verpleegsters in de film. Allemaal hebben ze in september 1944 middenin het oorlogsgeweld gezeten, en nog geen jaar later speelden ze hun eigen belevenissen na onder leiding van de Britse filmmakers.
 

Scene uit Theirs is the glory
Scene uit 'Theirs is the Glory'

Parachutespringen met een filmcamera

De Slag om Arnhem maakte deel uit van de fameuze ‘Operatie Market Garden’: de grootste luchtlanding aller tijden gecombineerd met een massaal grondoffensief. Op 17 september 1944 vielen in de regio Arnhem zo’n tienduizend militairen uit de lucht. Eén van hen droeg een filmcamera. De beelden zijn spectaculair: duizenden en duizenden parachutisten, tot zover de horizon reikt.

De bevrijding van Nederland leek een kwestie van dagen. Maar zo hoopvol als de operatie begon, zo dramatisch eindigde hij. Door een aantal fatale inschattingsfouten moesten de geallieerden zich al na negen dagen terugtrekken. Op 25 september 1944 was het voorbij. Duizenden doden en gewonden bleven achter, maar de kostbare filmbeelden kwamen veilig aan in Engeland.

Aanvankelijk zou het gewoon een korte documentaire worden, onder de titel 'Men of Arnhem'. Terwijl de oorlog nog voortraasde begonnen in Engeland al de voorbereidingen. Initiatiefnemer en producent was Castleton Knight, de beroemde directeur van Gaumont British News. Gaandeweg werden zijn plannen ambitieuzer en besloot hij er een speelfilm van te maken bij het moederbedrijf, RANK Film. Maar liefst wel een speelfilm die zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid stond. Knight benaderde de Ierse regisseur Brian Desmond Hurst, en samen gingen ze op zoek naar de helden van Arnhem.

Kapitein Hugh Ashmore

Kapitein Hugh Ashmore (21e Independent Parachute Company) is een van de weinigen die het nog kan navertellen. Op 17 september 1944 was hij een van de eerste parachutisten die op de Arnhemse hei landde, midden in vijandelijk gebied. Hij was toen 22; nu is hij 86.

Parachutespringen zit er niet meer in, maar hij woont nog altijd zelfstandig in een verlaten cottage op het Zuid-Engelse platteland. Voor zijn heldhaftig optreden tijdens de Slag om Arnhem heeft hij na de oorlog een Military Cross gekregen, een hoge Britse onderscheiding. Maar daar praat hij niet graag over. Hij komt ook nooit op herdenkingen of veteranenbijeenkomsten, "ik hou niet van dat soort nostalgie". Liever heeft hij het over 'Theirs is the Glory', de film die het begin en einde van zijn korte acteercarrière betekende.

Ashmore hoorde in mei 1945 voor het eerst van de filmplannen. Hij was toen met zijn bataljon in Noorwegen, waar hij hielp met het ontwapenen van de Duitsers. "Het verhaal ging dat er een film zou worden gemaakt over de Slag om Arnhem en dat ze vrijwilligers zochten. Ze wilden de echte militairen die daar gevochten hadden. Ik heb me als vrijwilliger gemeld, want ik had wel ambitie om na de oorlog acteur te worden." Ashmore meldde zich bij RANK Film in Londen, en werd uitverkoren om een van de hoofdrollen te spelen. Als ‘luitenant Hanbury’ is hij uitgebreid in beeld, met name in een van de eerste scènes, waar hij voor een groep soldaten de militaire strategie uitlegt, vlak voor de massale luchtlanding.

Hugh Ashmore in 'Theirs is the Glory'
Hugh Ashmore in 'Theirs is the Glory'

‘Geen Marlon Brando’

"Ik was nogal teleurgesteld dat ik niet onder mijn eigen naam zou spelen", herinnert Ashmore zich. "De regisseur wees me erop dat ik in de film moest sneuvelen, en dat mijn vrienden en familie misschien het verkeerde idee zouden krijgen. Maar voor zover ik me kan herinneren gebruikte verder iedereen zijn eigen naam."

Zoveel mogelijk speelden de veteranen de scènes na die ze daadwerkelijk hadden meegemaakt. Als het even kon zochten ze hun eigen schuttersputjes van het jaar daarvoor op, om vanuit daar nu op een denkbeeldige vijand te schieten. Wie goed zoekt vindt nog steeds honderden schuttersputjes in de bossen van Oosterbeek. Dichtgeslibt met ruim zestig jaar blaadjes, maar ze zijn er nog.

In 2008 ziet Ashmore de film opnieuw, voor het eerst in meer dan zestig jaar. Over zijn eigen acteerprestaties kan hij kort zijn. "Pretty terrible". Hij herinnert zich dat hij de beginscene maar liefst 25 keer over moest doen. Ondanks het feit dat zijn tekst groot op een schoolbord naast de camera stond. Ashmore: "Ze gingen van schoolbord naar schoolbord, want ik had redelijk veel tekst. Ik kreeg het op de een of andere manier voor elkaar om bij werkelijk ieder schoolbord een fout te maken." Met een besmuikt lachje: "Daar heb ik besloten dat ik geen Marlon Brando was." Hij heeft nog wel eens een klein rolletje gehad, maar uiteindelijk heeft hij carrière gemaakt bij de British Council.

Andere Tijden 11 september 2008 Theirs is the Glory - poster
Theirs is the Glory poster

Ton Gieling – verpleger/figurant

Er komen ook een paar Nederlanders in de film voor. Ton Gieling (net als Ashmore nu 86) is in de film te zien als verpleger. In een witte jas, met witte helm op loopt hij op de monumentale trappen van het St Elizabeth Gasthuis in Arnhem. Tijdens de Slag om Arnhem had hij in dat ziekenhuis meegeholpen om de duizenden gewonden te verzorgen. Toen de filmploeg in de zomer van 1945 om een figurant-verpleger vroeg hoefde hij niet lang na te denken. "Natuurlijk wilde ik meedoen. Ik was jong en wilde alles doen wat mogelijk was." Hij is een volle dag bezig geweest met de opnames. "Dan was het weer niet goed, en dan hoorden we weer roepen ‘Once again!’ en dan ging de hele zaak weer naar beneden en weer opnieuw. Ik sprak geen Engels, dus ik liep met de massa mee."

Hij kreeg er – behalve misschien een pakje sigaretten - niets voor betaald. Maar dat maakte niet uit. De Britten waren immers de bevrijders; natuurlijk hielp je die waar je kon. En bovendien was het spannend. Gieling: "In die tijd kostte het 35 cent om naar de bioscoop te gaan, dat was een groot bedrag. Ik had nog nooit een film gezien en ik vond het geweldig interessant."

Overigens vindt hij de film zelf maar matig. Weliswaar een stuk realistischer dan 'A Bridge too Far' ("waardeloos") maar voor Gieling is ook 'Theirs is the Glory' aan de tamme kant, vergeleken bij de echte Slag om Arnhem. Ashmore herkent dat gevoel. Volgens hem ligt het niet aan het script, maar aan de acteurs. "Je zou kunnen zeggen dat we niet bang genoeg waren toen we het speelden." Hoe realistisch de explosies van de filmtechnici ook waren, het bleef een spel. De echte vijand was verdwenen en daarmee de doodsangst van september 1944.

Alternatieve dienstplicht

De Slag om Arnhem speelde zich vooral af in - what’s in a name - Oosterbeek. Daar lag het hoofdkwartier van de geallieerden, het huidige Airborne Museum, en daar is het hevigst gevochten. Vandaar ook dat daar het grootste deel van de film is opgenomen. Toen de Britten in de zomer van 1945 terugkwamen in Oosterbeek, was het nog één groot slagveld. Alles, maar dan ook alles was kapot.

Anje Brummelkamp-van Maanen beschrijft hoe haar ouderlijk huis eruit zag: "De paddestoelen groeiden in de gordijnen. We hadden geen deur, we hadden geen ramen, niets meer. Wij woonden tussen de Paasberg en de Pietersberg, in een punt. De mensen van de Paasberg namen de moeite niet om rond te lopen, die gingen gewoon door ons huis naar de Pietersberg. Dus we kwamen iedereen tegen in ons huis."

Er was geen water, geen elektriciteit, laat staan zoiets als een hotel voor de filmploeg. De officieren sliepen bij de dorpsnotabelen, voor zover die nog een huis hadden, en de gewone soldaten werden ingekwartierd in een kazerne in Nijmegen. Ook in andere opzichten leek het filmwerk op een soort voortgezette dienstplicht. Zo ging de betaling van de acteurs ook via het leger. Drie pond per dag kregen ze, plus een extraatje als ze een goed idee hadden voor een scène. Ashmore herinnert zich dat ze eigenlijk maar wat aanrommelden: "Er was niet echt een script. De scènes werden geschreven terwijl we al bezig waren met filmen."

Andere Tijden 11 september 2008 Theirs is the glory begraafplaats
Scene uit 'Theirs is the Glory"

Voetballen tussen de mijnen

Brummelkamp-van Maanen ging tussen het opruimen door wel eens kijken bij de opnames. "Het was een soort herhaling van wat wij toen meegemaakt hadden. Alleen wist je dat het niet echt was." Toch leek het echt genoeg: opnieuw liepen overal militairen in de straten en klonken er geweerschoten en explosies. De volwassenen hadden het te druk met de wederopbouw om er veel aandacht aan te besteden, maar voor de dorpskinderen was het een groot feest. Chris van Roekel had als twaalf-jarig jongetje de tijd van zijn leven. Zijn ogen gaan weer helemaal glinsteren als hij terugdenkt aan de mannen van de film. "Het waren in onze ogen mensen van een andere planeet, dat waren zulke helden."

De kinderen kregen chocola van de veteranen en ze mochten bij alle opnames kijken, als ze maar een beetje oppasten. "We werden aan de kant gezet als er scènes werden gespeeld, want er werd gewoon met scherp geschoten. We vonden het schitterend, dat die grote mensen nog eens een oorlog overdeden."

Ook de kinderen speelden oorlogje. Zonder camera, maar wel met echte wapens. Die lagen in de wijde omgeving letterlijk voor het oprapen – achtergelaten door de geallieerden in september 1944. Van Roekel: "Als alle Nederlandse soldaten hun wapen lieten vallen, dan kreeg je een idee wat hier allemaal lag aan helmen, uniformen en wapens." Van Roekel had als jongen zoveel wapens, dat hij ze maar ging verkopen aan jongens uit Arnhem. Een rijksdaalder voor een geweer.

Het gevaarlijkst waren de mijnen, die overal in het gras verstopt konden liggen. Van Roekel herinnert zich een voetbalwedstrijd tegen de veteranen, tussen twee opnames door. Vlak naast het voetbalveld stond een klein houten bordje met de tekst ‘mijnengevaar’. Als de bal die kant op rolde gingen de militairen loten (‘kietekaaien’ heette dat) en wie aan het kortste end trok moest het mijnenveld in om de bal te halen. Wonderlijk genoeg is dat altijd goed gegaan, maar er zijn in die jaren heel wat kinderen de lucht in gevlogen. Van Roekel: "Het was een speeltuin waar de dood op iedere hoek stond te grijnzen".

Andere Tijden 11 september 2008 Theirs is the Glory andere poster
Een andere poster van 'Theirs is the Glory'

De Airborne begraafplaats

In diezelfde tijd, de nazomer van 1945, werd druk gewerkt aan de Airborne Begraafplaats in Oosterbeek. De doden van de Slag om Arnhem lagen toen al bijna een jaar waar de geallieerden ze hadden moeten achterlaten: snel begraven in een voortuintje of langs de weg, onder een houten kruis met een helm erop. Maar vaak was ook daar geen tijd voor geweest. Het rook naar lijken, vooral in de bossen. Anje Brummelkamp-van Maanen: "Terwijl de filmopnames gemaakt werden waren ze aan de andere kant bezig om al die verschillende dode kameraden weer op te graven en naar het Airborne kerkhof te verplaatsen. Dat was wel een schrille tegenstelling."

Kapitein Ashmore herinnert het zich niet meer. Terugkijkend zegt hij: "We waren toen nog behoorlijk gehard. De slechte tijden en de nachtmerries kwamen pas jaren later. Maar toen, in 1945, lukte het aardig om het weg te drukken, om het niet tot je door te laten dringen." Het klinkt misschien vreemd, maar hij had het eigenlijk uitstekend naar zijn zin. Hij was jong, hij had een leuk baantje, het was mooi weer en vooral: de oorlog was voorbij. Daar kon zelfs 'Theirs is the Glory' niets aan veranderen.

Tekst, research en interviews: Laura van Hasselt
Samenstelling en regie: Paul Ruigrok

Andere Tijden 11 september 2008 Theirs is the Glory tank

Beeldmateriaal

De film ‘Theirs is the Glory’ werd door het Britse Rank Film uitgebracht in 1946. Initiatiefnemer en producer was Castleton Knight, de man die tijdens de oorlog Gaumont-British News leidde. Regisseur was Brian Desmond Hurst, later o.a. bekend van ‘Scrooge’ (1951) en ‘Playboy of the Western World’ (1972). De DVD van de film, inclusief boekje van Robert Voskuil en Berry de Reus en een documentaire over de ‘making of’, is verkrijgbaar bij het Airborne Museum in Oosterbeek.

In de reportage zit ook een fragment uit een amateurfilm van dhr H.F.D. Monné, die een deel van de opnames van ‘Theirs is the Glory’ filmde.

Verder zijn in de reportage fragmenten gebruikt uit drie films uit de filmcollectie van de RVD: ‘Vrij en onverveerd’ (acte 9, 1944) , ‘Arnhem’ (acte 1 en 2, 1945) en ‘Bruggen en Wegen’ (acte 1, 1945).

Met dank aan: 
Ton Gieling – verpleger tijdens de Slag om Arnhem / figurant in de film 
Sophie Lambrechtsen–ter Horst – dochter van Kate ter Horst (‘Engel van Arnhem’)

Geïnterviewden Bronnen
  • Hugh Ashmore
    Hugh Ashmore

    Veteraan Slag om Arnhem / in de film: luitenant Hanbury

  • Chris van Roekel
    Chris van Roekel

    Getuige filmopnames in Oosterbeek / expert Slag om Arnhem

  • Anje Brummelkamp-van Maanen
    Anje Brummelkamp-van Maanen

    Getuige filmopnames Oosterbeek en première in Londen

  • Robert Voskuil
    Robert Voskuil

    Schrijft een boek over ‘Theirs is the Glory’

  • The Non-Fiction Film in Post-War Britain

    L. Enticknap, The Non-Fiction Film in Post-War Britain (proefschrift; Exeter 1999). Met een uitgebreid hoofdstuk over ‘Theirs is the Glory’.

  • Leading the way to Arnhem

    P. Gijbels en D. Truesdale, Leading the way to Arnhem: An illustrated history of the 21st Independent Parachute Company 1942-1946 (Renkum 2008).

  • De geschiedenis van de film ‘Theirs is the Glory’

    R. Voskuil en B. de Reus, ‘De geschiedenis van de film 'Theirs is the Glory’'.

  • Boekje bij de DVD

    Boekje bij de DVD ‘Theirs is the Glory’ verkrijgbaar bij het Airborne Museum in Oosterbeek.

  • Website Airborne Museum

    Website Airborne Museum, Oosterbeek.

    Lees meer