↳ Enter om te zoeken
30 oktober 2008

Een pindaboer in de politiek

Pindaboer
Bekijk Video
26 min

En daar staat hij dan, Jimmy Carter, de 39ste president van de VS. Hij reikt de prijzen uit van de 5 kilometer kidsrun eerder die ochtend, op het jaarlijkse Peanut Festival in zijn woonplaats, Plains in Georgia. Van tevoren is me verteld: “He’s all booked out, don’t even bother trying” als antwoord op mijn vraag of er een interview inzit op deze dag. We hebben ons niet laten tegenhouden, ook het pindafestival zonder een interview met Mr. President levert genoeg beeld op om een aflevering Andere Tijden over de presidentsrace in 1976 te kunnen larderen.

Andere tijden 30-10-08 carter- interview
Andere Tijden interviewt Jimmy Carter

Hij is oud geworden, schuifelt een beetje over het podium, maar vervult zijn taak op het festival met enthousiasme. Op de achtergrond hangen de aanplakborden van vroeger: Jimmy Carter for President. Wanneer er even geen prijzen meer uit te reiken zijn, draait hij naar de camera, de enige opvallend grote TV-camera tussen de toegestroomde dorpelingen. "Waar komen jullie vandaan en wat zijn jullie aan het doen?”, vraagt hij. En als hij hoort dat het over 1976 gaat, is hij meteen geïnteresseerd: “Oh, 1976, ja dat weet ik nog wel”. En hij steekt van wal. Over de tochten die hij maakte door de staat Georgia en later door het land. Dat ze zo weinig geld hadden voor de campagne dat de hele familie in de auto sliep.

andere tijden-30-10-08 carter-carter-tv

Jimmy Carter says yes

De campagne van 1976 draait om vertrouwen. Om de vraag of de overheid betrouwbaar kan zijn; en competent. Gene Marshall zingt het letterlijk in zijn song Jimmy Carter says Yes. “Can our government/be competent?/Jimmy Carter says Yes/Jimmy Carter says Yes/Can our government/be honest?/Jimmy Carter says Yes!

Gerald Ford, de zittende president tegen wie Carter het op moet nemen, heeft het presidentschap geërfd na de troonsafstand van Richard Nixon, die door Watergate in de problemen is gekomen. Watergate, samen met de onthullingen over de betrokkenheid van de CIA bij het ombrengen van buitenlandse staatshoofden en andere wederrechtelijke activiteiten, voedt een sterke afkeer van de politici en Washington onder de Amerikaanse bevolking. De oliecrisis, de verloren oorlog in Vietnam, het telt allemaal bij elkaar op. Het land is rijp voor iemand die opruiming houdt. Daarom ook is de slogan van de campagne goed gekozen, al naar gelang waar de klemtoon werd gelegd: Jimmy Carter: a leader, for a change. Jimmy Carter: voor de verandering eens een leider; maar ook: Jimmy Carter: een leider voor verandering.

En die Change is ook een bekende term aan het worden tijdens de huidige verkiezingen. Barack Obama heeft het tot centraal thema van zijn campagne uitgeroepen, en ook John McCain heeft change omarmd. Maar er zijn meer parallellen te zien. Zo groeit ook nu de afkeer van de gevestigde politiek, met een onpopulaire oorlog en een onpopulaire president, en over de economie hoeven we de laatste weken niet eens te beginnen.

Andere tijden 30-10-08 Carter-pindaveld

Outsider

Carter presenteert zich in 1976 als outsider: iemand van buiten, die niet is besmet met het gif van Washington. Vaak benadrukt hij dat hij geen advocaat is, niet uit het establishment van Washington komt en hij verzekert zijn publiek: ‘I will never tell a lie’. Om de status van outsider te cultiveren wordt de geboorteplaats van Carter een belangrijk punt in de campagne. Plains, in Georgia, is een stadje, een dorpje met 683 inwoners twee uur rijden onder Atlanta. In het zuiden van de VS, ver weg van Washington. Ook nu nog is het nauwelijks groter dan de kruising op Main Street en de spoorwegovergang ernaast. Het plakkaat op het eerste huis van het blok aan Main Street helpt iedereen op weg die zich afvraagt waar hij is: ‘Plains, Georgia. Woonplaats van Jimmy Carter, onze 39ste president’.

Nog altijd is het dorp omringd door pinda- en katoenvelden. Nog altijd doet hier niets aan Washington denken. Jody Powell, die uitgroeide van manusje van alles tot de perswoordvoerder van de president, licht het belang van Plains in de campagne toe: ‘Plains appelleerde aan het gevoel van nostalgie van het platteland van Amerika. Kleine dorpen en hun normen en waarden, die Washington was vergeten’, zegt Powell nu in zijn kantoor in hetzelfde Washington.

Carter moet zich in de voorverkiezingen in het voorjaar van 1976 naar voren vechten in een kluwen gegadigden uit de Democratische partij. Het kiessysteem is net veranderd en Carter ziet in de verzwaring van de rol van de voorverkiezingen een kans. De eersten, Iowa en New Hampshire, leveren weinig stemmen op, maar zorgen wel voor publiciteit. Carter stuurt de ‘Peanut Brigade’ erop af. Een leger vrijwilligers uit het zuidelijke Georgia gaat langs de deuren in het noordelijke New Hampshire om de bevolking op te roepen op Carter te stemmen. Het creëert momentum voor de pindaboer, hij trekt de aandacht van de media. De kandidatuur van Ford is onderwijl ook geen uitgemaakte zaak. Hij moet dat voorjaar een concurrent uit eigen gelederen, Ronald Reagan, van het lijf houden. De oud-acteur en gouverneur van Californie bindt de strijd aan met de zittende president uit eigen partij, iets dat niet vaak voorkomt en wel wat zegt over de verwarring in die eigen partij.

andere tijden 30-10-08 carter-toespraak

Spotjes

Uiteindelijk krijgen Ford en Carter de nominatie van hun respectievelijke partijen en dan begint de strijd pas echt, in het najaar van 1976. Ford, ‘the man without charm’, staat bekend als een brekebeen maar hij is vooral het gezicht van de zittende politiek. Hij krijgt van zijn campagneteam een opmerkelijk advies: ‘Luister, als jij in beeld komt, dan dalen de peilingen. Niet alleen voor jezelf als president, maar voor de hele partij. Het is dus zaak om uit de pers te blijven’.

Zijn campagneteam kiest daarom voor de ‘Rose Garden Strategy’, genoemd naar de tuin bij het Witte Huis waar de president de pers te woord staat. ‘Doe vooral heel presidentieel, laat zien dat je druk hebt als president en als er wat te melden is dan doen we dat in de Rose Garden, we gaan niet op tournee door het land’. Het team van Carter klaagt daar wel eens over: ‘Wij moeten het hele land door om maar in de picture te komen, en elke keer als Ford wat wil zeggen dan is hij meteen in het nieuws’.

Carter trekt door alle staten van de VS, spreekt oneindig veel toehoorders toe. Het campagneteam heeft een heel systeem bedacht om in te schatten hoeveel aandacht elke staat nodig heeft, en of die aandacht moet komen van Carter zelf, of van een familielid. En Carter spreekt iedereen aan, in tegenstelling tot president Ford. Iedereen ziet wel iets herkenbaars in de pindaboer uit Georgia. Christelijk rechts, vooruitstrevend links, iedereen identificeert zich met hem.

En voor elke doelgroep kan Gerald Rafshoon wel een spotje maken. Rafshoon, net als Carter en Powell geboren in Georgia, is de maker van vrijwel alle spotjes uit het Carter kamp. Twee jaar lang heeft hij Jimmy Carter met een camera gevolgd en zo een eindeloze hoeveelheid materiaal waaruit hij kan putten. Er komen spotjes met als titels ‘Welfare’, ‘Jobs’ en ‘Leader’ die allemaal afzonderlijke zaken aan de kaak stellen. Zo keert het spotje ‘Secrecy’ zich tegen de achterkamertjespolitiek in Washington.

Maar Rafshoon gebruikt de spotjes ook om in te springen op ontwikkelingen in de campagne. Zakt Carter in de peilingen bij de vrouwen? Rafshoon heeft wel wat beeld om het tij te keren. Als Carter in de zuidelijke staten wegzakt, maakt hij onder de titel ‘South’ een spotje waarin Carter zegt op te komen voor het Zuiden, dat door Washington bedrogen en vergeten is.

andere tijden 30-10-08 carter-playboy

Playboy

Dat de verkiezing uiteindelijk bijna in een gelijk spel eindigt, ligt onder meer aan een uitspraak van Ford in één van de drie TV-debatten en aan een interview dat Carter geeft aan het maandblad Playboy. Ford beweert in het tweede debat dat de Sovjetunie niet de landen in Oost-Europa domineert. Pardon? De moderator van het debat vermoedt dat hij de president niet helemaal goed heeft begrepen en vraagt het nog even na: ‘Begrijp ik nou goed dat u zegt dat de Russen Oost-Europa niet gebruiken als hun invloedssfeer?’ En dat midden in de Koude Oorlog. Ford kijkt hem aan en zegt het nog een keer: ‘Ik denk niet dat de bevolking van die landen zich gedomineerd voelt door de Sovjetunie. Elk van die landen is onafhankelijk’.

Carter, aan de andere kant, geeft in het interview in Playboy toe dat hij vaak ontrouw is geweest. In zijn hoofd. ‘Ik heb vaak met lust naar andere vrouwen gekeken’. Het interview valt verkeerd. Menig Amerikaan vraagt zich af of hij deze losbol wel als president wil. Jody Powell wil wel toegeven dat het achteraf een verkeerde inschatting is geweest Carter het interview met Playboy te laten doen. Het was de bedoeling de mensen te paaien die dachten dat Carter een preutse, kleingeestige man was, zegt hij. ‘Maar achteraf moet je de vraag stellen: waarom doe ik zoiets? Want de mogelijke schade was enorm’.

andere tijden 30-10-08 carter-pinda one
Peanut One

Eén van de kenmerken van de campagne van Carter is dat hij geen gebruik maakt van negatieve spotjes op tv, zo verklaart Rafshoon die tegenwoordig in televisieproducties doet. Hij is er nog altijd van overtuigd dat Carter zou hebben verloren als hij dat wel had gedaan. ‘Ford deed het wel en de druk vanuit onze partij om hard terug te slaan was enorm’, zegt hij. ‘Maar dat hebben we altijd geweigerd. Als we het wel hadden gedaan, was Carter daarmee politicus geworden, niet anders dan die figuren in Washington. En daarmee zou hij hebben verloren, want het volk was juist klaar voor een niet-politicus’.

Tekst en research: Rob Bruins Slot
Samenstelling: Yael Koren

Geïnterviewden Bronnen
  • Jody Powell
    Jody Powell
  • Jules Witcover
    Jules Witcover
  • Gerald Rafshoon
    Gerald Rafshoon
  • Why not the best

    Jimmy Carter, Why not the best (New York 1975).

  • Marathon

    Jules Witcover, Marathon: The pursuit of the Presidency 1972-1976 (New York 1977).

  • Amerika

    Maarten van Rossem, Amerika: Land van de begrensde mogelijkheden (Utrecht 1988).

  • Hoera een nieuwe president

    Charles Groenhuijsen, Hoera een nieuwe president (Amsterdam 2007).