Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
17 juni 2010

Tuan Papa

Verlovingsfoto
Bekijk Video
95 min

Oorlogsliefdekinderen in Indië

In Tuan Papa, vrij vertaald 'mijnheer de vader', wordt een beeld geschetst van de Nederlandse militairen en de kinderen die zij verwekten bij Indonesische vrouwen tijdens de koloniale oorlog 1946-1949. Veteranen van boven de tachtig vertellen in alle openheid over hun oorlogsliefdes. De één beleefde twee genotvolle weken in ruil voor kleding en voedsel, een ander maakte na twee jaar romantiek zelfs al trouwplannen. Soms kwam de militair tientallen jaren later pas achter het bestaan van een kind, terwijl een ander het kind nog in de armen had gewiegd. Maar voor de meesten geldt: zij repatrieerden naar Nederland en lieten hun meisjes en kinderen achter. Terug in Nederland stichtten zij nieuwe gezinnen en hielden het geheim hun leven lang voor zich.

De ‘soldatenkinderen’ en hun moeders vertellen op hun beurt de andere kant van het verhaal. Zo maken we kennis met Elly: zij bleef tot haar achttiende uitsluitend binnen de veilige grenzen van het weeshuis. Haar moeder durfde haar niet op te zoeken uit angst dat bekend werd dat zij een blank kind had. En Johnny vertelt dat zijn moeder zijn haren insmeerde met schoensmeer om hem donkerder te doen lijken, want blanke kinderen werden gezien als het kind van de vijand. De levensverhalen van de oorlogsliefdekinderen zijn uiteenlopend, maar de gelijkenis is onmiskenbaar: de afwezigheid van de onbekende Nederlandse militaire vader heeft hun levens getekend. Voor de documentaire werden tientallen van de naar schatting duizenden oorlogsliefdekinderen gevonden en opgezocht in Nederland en Indonesië. Tuan Papa is gebaseerd op de levensverhalen van www.oorlogsliefdekind.nl, een website met zoektochten, foto's, documenten en films ontsloten in het kader van het project Erfgoed van de Oorlog. Nooit eerder is er aandacht besteed aan dit hoofdstuk van de postkoloniale geschiedenis. Met de gebruikelijke formule van Andere Tijden worden in de documentaire de intense en taboedoorbrekende verhalen tot leven gewekt met getuigenissen en archiefmateriaal.

 

jack en els

Verzwegen verhoudingen

Niets menselijker dan een militair in den vreemde. In de periode 1946-1949 waren 130.000 Nederlandse militairen in Indonesië gelegerd om het gebiedsdeel als Nederlandse kolonie te behouden. Ondanks de oorlogshandelingen was er ook tijd voor ontspanning en liefde. Militairen knoopten relaties aan met Indonesische vrouwen, bij wie zij -vaak onbedoeld- kinderen kregen.
Uitgaande van cijfers over bezettings- en bevrijdingslegers is het aannemelijk dat er enkele duizenden kinderen moeten zijn geboren uit contacten tussen Nederlandse militairen en Indonesische vrouwen. Toch is er in Nederland helemaal niets bekend over dit fenomeen. Op een uitzondering na, bijvoorbeeld in een aflevering van het televisieprogramma Spoorloos, werd er simpelweg nooit over gesproken. De mannen startten een nieuw gezin met een Nederlandse vrouw en verzwegen hun verleden. En de kinderen, met hun lichte huid, groeiden op in Indonesië waarvan een aantal in weeshuizen. Enkelen vonden uiteindelijk zelf de weg naar Nederland, maar contact met de biologische vader is nooit vanzelfsprekend geweest of werd zelfs nadrukkelijk verboden. Sommige vaders ontkenden de verwantschap, anderen stuurden in het geheim geld of schreven brieven, maar Indonesië bleek ver weg in de zware tijden van de wederopbouw in Nederland.

Het project oorlogsliefdekind

Voorjaar 2009 werd de website oorlogsliefdekind.nl gelanceerd. De website roept 'soldatenvaders' en 'soldatenkinderen' op hun verhalen te delen. Bovendien kunnen vaders, kinderen, soldatenmaten, moeders, halfbroers en -zusters naar elkaar op zoek. Internationaal bestaan er meerdere van dit soort initiatieven, maar voor Nederland is het uniek. Voor betrokkenen valt door het project Oorlogsliefdekind een zware last van de schouders. De vaders, inmiddels rond de 80, ervaren het als een 'coming out' en de kinderen als een erkenning.
Het programma Erfgoed van de Oorlog van het ministerie VWS maakt het mogelijk het hiaat van de oorlogsliefdekinderen in de Nederlandse geschiedenis op te vullen. De getuigenissen worden ter beschikking gesteld aan de wetenschap.
Op de website zijn inmiddels honderden reacties binnen gekomen en sommige verhalen zijn verwerkt in de documentaire Tuan Papa. Daarnaast is er op de website geschiedenis.vpro.nl veel aanvullende historische informatie te vinden. Met dit project wordt langzaam meer duidelijk over de positie van vaders, moeders en kinderen en wordt definitief het taboe rond dit onderwerp doorbroken.

straatbeel indonesië

Andere Oorlogskinderen

Het is opvallend dat Nederland zo lang de ogen heeft gesloten voor de Indonesische kinderen van Nederlandse vaders. Het bestaan van kinderen verwekt door militairen is immers niet onbekend. In Nederland kennen we zelfs diverse verenigingen van ‘soldatenkinderen’. De oudste organisatie is de vereniging Bevrijdingskinderen, waarin mensen samenkomen met een Nederlandse moeder en een Amerikaanse, Canadese of Britse militair als vader. Voor velen was de relatie in de maanden na de bevrijding kortstondig, maar diegenen die met hun zwangere vriendin wilden trouwen, ondervonden grote tegenwerking van zowel de Nederlandse als de geallieerde autoriteiten. De vrouwen moesten na het vertrek van hun partner opboksen tegen de strenge moraal uit die tijd; een ongetrouwde moeder was immers een schande. Als zij alsnog een huwelijkspartner vond was de neiging groot om te zwijgen over de herkomst van het eerste kind.

Bij de Contactgroep kinderen van Duitse militairen was het taboe op de afkomst van het kind nog sterker. Een relatie aangaan met een vertegenwoordiger van de Duitse onderdrukker en bezetter stond immers gelijk aan landsverraad. Toch blijkt een aanzienlijk aantal vrouwen relaties aangeknoopt te hebben met Duitse militairen. Recent onderzoek in Duitse Wehrmacht- archieven toonde aan dat het aantal kinderen bij Nederlandse vrouwen geen 10.000, maar zeker 50.000 bedraagt. De Japanse bezetting van Nederlands-Indië heeft soortgelijke sporen nagelaten. Behalve met Indonesische vrouwen gingen Japanse militairen op veel kleinere schaal relaties aan met Indische en Nederlandse vrouwen. Kinderen die hier uit voortkomen hebben zich verenigd in de stichting Sakura. Het meest dramatische buitenlandse voorbeeld is dat van kinderen die door Amerikaanse militairen in Vietnam zijn verwekt. Na het vertrek van de V.S. in 1975 werden ze door het communistisch regiem als paria’s behandeld. Mede door de publiciteit rond de Vietnamese bootvluchtelingen in de jaren tachtig, zou het Amerikaanse leger vanaf 1989 haar verantwoordelijkheid nemen door kinderen van zichtbaar blanke of zwarte afkomst toestemming te geven om naar de V.S. te emigreren.

Baboe met Nederlandse kinderen (Bron_ beeldbank Nationaal Archief)

Het witte schaap

De verhalen die loskomen rond Oorlogsliefdekind-project zijn vaak heel aangrijpend. Zo is er het verhaal van vader en zoon Louis en Luwi Velleman. Luwi Velleman is geboren in 1949 en woont in Semarang, in de wijk Jangli. Zijn vader, Louis Velleman, heeft de kleine Luwi nog in zijn armen gehad en gekoesterd, totdat in 1949 alle Nederlandse soldaten terug moest keren naar Nederland. Vader Louis liet zijn meisje en kind achter in Indonesië met de bedoeling zo snel mogelijk terug te keren, met een baan en toekomstperspectief op zak. Daar is het uiteindelijk nooit van gekomen. Luwi heeft zijn vader nooit gezien. Hij leefde al die tijd in de veronderstelling dat zijn vader hem moedwillig in de steek had gelaten. Totdat hij in 1990 een brief uit Australië ontving... Luwi: “ Mijn moeder was nog in haar tienerjaren toen zij kennis maakte met een Nederlandse soldaat, Louis Velleman. Mijn moeder was niet naar school geweest, ze kon niet lezen of schrijven. Ze werkte, net als veel andere Indonesische meisjes, als hulp in de huishouding op de Nederlandse kazerne, hier vlak bij. Daar heeft ze mijn vader ontmoet. Hij werd haar eerste liefde. Maar in 1949 vertrokken alle Nederlandse militairen, en dus ook mijn vader. Ik was toen al geboren. En zo stond mijn moeder er opeens alleen voor.

Toen ik drie jaar oud was, is mijn moeder getrouwd met mijn stiefvader. Mijn zusjes en broertjes zijn uit dit huwelijk geboren. Het is nooit een geheim geweest dat ik van een andere vader was. Iedereen om me heen wist het immers: mijn oma, de buren, zij hadden mijn vader allemaal gekend! Hij kwam hier vroeger altijd bij mijn moeder op bezoek. En toen ik een jaar of zeven was, kon ik ook zelf het verschil wel zien tussen mijn zusjes en mij, ook al waren zij nog baby’s.

43666869

Armoede

Luwi Velleman groeide op in armoede en wordt nog emotioneel als hij vertelt over zijn moeilijke jeugd: "Soms hadden we niets te eten. Dan zochten we cassaves, die raspten we en daar kookten we pap van. Het was altijd heel moeizaam om genoeg eten bij elkaar te scharrelen." Als kleine jongen moest hij al hard werken en vaak had hij honger: "Mijn moeder werkte tot vier uur ‘s middags. Meestal was mamah dus nog niet thuis als ik uit school kwam. Als het dan meezat, wanneer ik de kleine kast opendeed, dan stond er rijst. Als het toevallig tegenzat, tsja, dan deed ik de kastdeur open en moest ik meteen huilen. Ik had zo’n honger! Wat was dat moeilijk!"

Naar school kon de kleine Luwi ook niet: "Er was bij ons thuis gewoon geen geld om de school te betalen, dus ben ik van school gegaan en heb een tijd genietsnut en deed allerlei dingen om geld te verdienen voor eten. Dus in die tijd, het werd van mij toen al gezegd, en ik geef het eerlijk toe, ik was een schoffie."

luwi

Gekke Hollander, kind van de bezetter

Als kind van een Nederlandse vader werd Luwi door andere kinderen af en toe uitgescholden voor 'londoh' (blanke), 'Hollander' of 'kind van de bezetter'. Hij sloeg dapper van zich af en raakte daardoor in gevecht: "Soms kwam ik vol builen en schrammen thuis, want ik ging niemand uit de weg. Tot op de dag van vandaag, ik ben nu al 60, zijn er nog wel mensen die mij “gekke Hollander” noemen. En op 17 augustus, Onafhankelijkheidsdag, krijg ik het als grapje vaak te horen: “Kijk een kind van de bezetter...”. Maar hij schaamt zich niet voor z'n afkomst en koestert geen wrok jegens de man die hem verwekte en daarna in het niets verdween. Zeker niet nadat hij twintig jaar geleden plotseling een bericht kreeg van zijn Nederlandse vader: een brief uit Australië. Toen bleek dat vader Louis jarenlang had geprobeerd om terug te komen naar Indonesië. Hij solliciteerde op allerlei baantjes maar het lukte niet. Tenslotte besloot Louis naar Australië te emigreren om in ieder geval dichter bij Indonesië te zijn. Luwi: "Maar toen hij mijn moeder schreef dat hij probeerde naar Indonesië te komen, schreef zij hem terug dat zij inmiddels getrouwd was met mijn stiefvader. Toen heeft mijn vader het contact verbroken." Eind jaren '80 nam Louis toch weer contact op. Luwi: "We sturen nu over en weer brieven en foto’s, en cadeautjes, en soms geld. Mijn vader heeft het in Australië ook nooit breed gehad, en hij moet daar ook een gezin onderhouden. We hebben geen van beiden geld om de ander te bezoeken." Dus hebben vader en zoon elkaar tot op de dag van vandaag nooit in levende lijve gezien. Maar Luwi heeft als één van de weinige soldatenkinderen in ieder geval contact en de band is onmiskenbaar: "Ik neem mijn vader niks kwalijk. Maar ik mis hem verschrikkelijk, en heb hem eigenlijk altijd gemist. Gelukkig is mijn naam hetzelfde als mijn vaders naam. Mijn vader heet Louis, en ik heet Luwi. En mijn kleinzoon heet Luwis. Dus ook al hebben we elkaar nooit ontmoet, onze naam blijft ons aan elkaar verbinden."

Een documentaire van: Annegriet Wietsma, Jean Hellwig, Stef Scagliola

Credits
  • Regisseur
    Annegriet Wietsma
  • Researcher
    Stef Scagliola

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: