Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
2 oktober 2010

Altijd paraat!

Andere Tijden 30 september 2010, militair
Bekijk Video
27 min

Nederlandse gelegerden, echte veteranen?

Eigenlijk begon het allemaal met een Poolse aanvalskaart. Daarop grote rode pijlen van aanvallende Poolse legers en kleine atoombommen op steden als Apeldoorn, Zwolle, Utrecht en Den Haag. Hoe zat het eigenlijk met die verdediging van Nederland tijdens de Koude Oorlog? Want IJssellinie en Grebbelinie golden niet meer. Hadden we niet een heel stel militairen in Duitsland zitten om ze op te vangen?

Daar zitten de Nederlanders op verschillende plekken in Noord-Duitsland vanaf begin jaren ‘60, in plaatsen als Seedorf in de buurt van Bremen en Bergen-Hohne dichter naar de grens met Oost-Duitsland. Een paar duizend militairen zijn er gelegerd, maar wonen er ook met hun gezin in hele Nederlandse enclaves. De Noord-Duitse laagvlakte, dat is het vak dat de Nederlandse troepen moeten verdedigen als de Russen komen. De verdediging van de NAVO tegen de Russen bestaat uit een lint van aaneengeschakelde vakken van Noorwegen tot Turkije, en alle NAVO landen hebben hun eigen taak in dat lint. Sinds het begin van deze eeuw zijn de Nederlanders er weer weg, de Koude Oorlog is immers over.

Het steekt de leden van de vereniging van Koude Oorlog Veteranen en Oud-Militairen, KOVOM, dat ze niet als volwaardige veteranen worden gezien. Zij hebben daar al die jaren aan die grens tussen Oost- en West-Duitsland gelegen. Decennia lang. Om de oorlog te voorkomen. En juist omdat er geen oorlog kwam, en ze dus nooit gevochten hebben, zouden ze geen echte veteraan zijn. Hans van der Bruggen legt zich er niet bij neer. Als het ministerie van Defensie ze dan niet erkent, dan doet de voorzitter van de vereniging het wel zelf. Eén of twee keer per jaar reikt hij, en niet de minister, de zelfontworpen medaille uit aan leden van de groeiende vereniging. Tijdens een reünie marcheren de mannen er nog even lustig op los.`

Op de medaille de symbolen van de Koude Oorlog: de Muur, de hamer en sikkel van het ‘Rode Gevaar’, en de Nederlandse leeuw die daartegen ten strijde trekt. “Wij hebben het gevoel dat we veertig of meer jaren de vrede in Europa hebben bewaard als tegenhanger van het Warschau Pact”, zegt Van der Bruggen.

<p>Brigade-generaal Hoondert</p>
Brigade-generaal Hoondert

Wachten op de Russen

In Achter het Nieuws van juni 1982 schetst de Nederlandse brigade-generaal Hoondert de strategie van de NAVO. “De primaire doelstelling van de NAVO is een conflict te voorkomen. Nu is het natuurlijk toch mogelijk dat het voorkomen van het conflict niet lukt en dat de Sovjets, het Warschau Pact, toch tot een aanval overgaat”, doceert hij voor een manshoge kaart met rode pijlen die de dreiging moet aangeven. Een nucleaire verrassingsaanval is erg onwaarschijnlijk, acht hij, hoewel ze daar wel de capaciteit voor hebben. Waarschijnlijker is het, vindt Hoondert op het krakkemikkige archiefmateriaal, dat er in eerste instantie een conventionele aanval komt. Een aanval met grondtroepen dus, die over de Duits-Duitse grens komen spoelen. “We moeten er dan vanuit gaan dat onze strijdkrachten zeker in staat zijn om een eerste aanval van dit Warschau pact af te slaan”, aldus de NAVO-generaal.

Daar op de Noord-Duitse vlakte, daar wacht het Nederlandse leger dus op de Russen. Van het eerste legerkorps, dat in totaal zo’n 87000 man groot is, zit een deel vooruitgeschoven in Duitsland in plaatsen als Seedorf, Hohne, Langemannshof. Het 41e tankbataljon, waar Paul Ruytenberg dient, zit bijvoorbeeld in Bergen-Hohne. Als Ruytenberg nu rondloopt op de inmiddels door de Nederlanders verlaten basis, wijst hij trots ‘ons plein’ aan en ziet dat de bar nog niets veranderd is. “Hier had je je vertier”, zegt hij, “Er werden frikadellen gebakken en heel veel gelachen. En de prijzen van de drank was natuurlijk helemaal niets vergeleken met wat je in Nederland moest betalen.”

Andere Tijden 30 september 2010, tank in Duitsland
Tank in Duitsland

Ongevallen op de bases

Er gebeurden ook ongelukken, vertelt Ruytenberg. Hij heeft wel eens meegemaakt dat iemand in een tankspoor ging liggen slapen -uit de wind- en dat er toch nog een tank aankwam. In De Griffioen, het weekblad van de in Duitsland gelegerde Nederlanders en hun gezinnen, staan in de eerste helft van de jaren ‘70 opvallend veel overlijdensberichten van jonge militairen. Vaak staat er bij dat het een ongeval met een auto betrof op weg van en naar de kazerne in Duitsland. De marechaussee roept in het blad op defensief te rijden. Een minuutje winst door in te halen “kan net een minuutje te laat zijn.”

Diezelfde marechaussee laat als waarschuwing een tijdje een autowrak bij de ingang van basis Seedorf zetten. Het dragen van autogordels is nog niet verplicht en ook met drank gebeurde er wel eens wat. De eerste schrik is van de net ingevoerde blaastesten af en “men ging weer dood en verderf om zich heen zaaien”, stelt de marechaussee in 1975. Dus worden de controles op rijden onder invloed opgevoerd. Sowieso vallen er in die tijd meer doden in het verkeer dan we nu gewend zijn. Het blad haalt de woorden van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten aan: 80% van de ongevallen overkomt de leeftijdsgroep tot 25 jaar. En juist driekwart van de landmacht komt uit die groep.

Andere Tijden 30 september 2010, tanks breken door struiken

De Koude Oorlog maakt slachtoffers

Hoeveel doden zijn er nu eigenlijk gevallen in de oorlog die nooit gevoerd werd? Want ook bij oefeningen vallen doden. Dat is nog niet zo makkelijk te achterhalen. Steve Netto, commodore b.d. en voormalig straaljagerpiloot, commandant van een vliegbasis en later betrokken bij de afdeling planning van de NAVO, onderzocht de cijfers van de luchtmacht. Alleen al zo’n 260 Nederlandse vliegers kwamen om tijdens de Koude Oorlog. En dan telt hij alleen de vliegers, omdat die het meeste gevaar liepen.

In zijn boek Jachtvliegers in de Koude Oorlog komt hij vervolgens tot een beredeneerde schatting van een imposante 15000 omgekomen vliegers wanneer beide zijden van het conflict worden opgeteld. “Er moet constant geoefend worden en dat is altijd dicht bij de grond en laag. Dat is gevaarlijk, het gebeurt vaak ook in marginale weersomstandigheden en daar zijn, met die felle training die we hielden, ook vliegers bij om het leven gekomen”, vertelt Netto. In de twintig jaar na de Koude Oorlog komt hij uit op een stuk of vijf. Een heel verschil.

Voor de andere krijgsmachtonderdelen is het aantal doden van de Koude Oorlog moeilijker te achterhalen. Voor de Marine is het nog redelijk te doen, al is het onduidelijk of een duikongeval in Den Helder of Biak (Nederlands Nieuw-Guinea) Koude Oorlog is of niet. Voor de landmacht wordt het ronduit problematisch. Nooit is bijgehouden of iemand in het kader van een oefening of tijdens verlof is omgekomen, laat staan of dat Koude Oorlog gerelateerd is. Wat telt nu eigenlijk: ‘dienstongevallen’ of ‘ongevallen in werkelijke dienst’? Een aantal jaar is het aantal overledenen terug te vinden in de jaarboeken van de landmacht. Soms zelfs met plaats van overlijden erbij. Plaatsen in Duitsland, maar ook veel Paramaribo. Dat lijkt geen Koude Oorlog, maar een soldaat die in Nederland overlijdt ook niet. In absolute getallen zijn er bij de landmacht ongetwijfeld meer doden gevallen in de Koude Oorlog, omdat de landmacht domweg veel groter is. Procentueel gezien vielen bij de luchtmacht de meeste klappen.

Andere Tijden 30 september 2010, soldaat in jeep 1963
Soldaat in jeep, 1963

Zo realistisch mogelijk oefenen

Wat de Nederlanders moeten doen, is zo snel mogelijk de kazerne uit. Die is paradoxaal genoeg namelijk niet veilig maar wel het eerste doelwit. En naar voren. Naar het Elbe-Seite kanaal, daar overheen en zover mogelijk de Russische troepen tegemoet gaan. Door vervolgens langzaam terug te trekken moeten ze die troepen afremmen, zo lang als het kan. In de tussentijd worden dan de versterkingen uit Nederland aangerukt, de nucleaire wapens in stelling gebracht en de NAVO- troepen uit Engeland, Amerika en Canada aangevoerd. Hoe lang houd je dat vol?

Dat is een gok, niemand weet het. De hoop was twee, drie dagen. Maar wanneer het niet meer vol te houden is, zegt professor Jan Hoffenaar van het Nederlands instituut voor Militaire Historie, dan zouden we “nucleair gaan”. De kernraketten afvuren op de oprukkende troepen en vliegtuigen van de vijand. “En wat er dan zou gebeuren, dat kon eigenlijk niemand goed overzien en daar dacht men ook niet al te veel over na”, zo zegt Hoffenaar. Totdat de Rus komt, moet er zo realistisch mogelijk geoefend worden.

Dagelijks oefenen de eenheden in Duitsland natuurlijk, met het eigen squadron, bataljon, de eigen pantserwagen. Eén keer in de zoveel tijd een oefening buiten de kazerne, of met alle in Duitsland gelegerden. Eén keer in de zoveel tijd een oefening met alle Nederlandse strijdkrachten. En elke vijf jaar een NAVObrede oefening. In 1973 vindt de eerste plaats onder de naam Big Ferro. 40000 man, 10000 voertuigen, 200 vliegtuigen denderen door een gebied van 120 bij 120 kilometer.

Netto herinnert zich een oefening in 1989. Het is de eerste computersimulatieoefening, een oefening die zich volledig afspeelt op computers, maar wel ergens in het bos is opgesteld. De Rus valt aan, de NAVO doet dit, dan doet de Rus dat. Om ‘in the bubble’ te blijven is alle nieuwsvoorziening voor de deelnemers gefingeerd. Elke vier uur een ‘live’ verslag van een reporter die bijvoorbeeld aan de stadsrand van München vertelt dat de Russen aan de poort staan. Netto mag tussendoor een avond naar huis. Hij eet met zijn vrouw en doet na het eten zijn eigen tv aan. Het is 9 november 1989, de Muur is gevallen. Hij ziet mensen die dansen op de Muur en vraagt zich af of hij nog steeds naar die NAVO-beelden zit te kijken. Hij rijdt terug naar het kamp en vraagt of ze het daar al weten. Daar weet niemand nog iets. De oefening gaat door maar wordt al snel afgebroken. “Niemand had er meer zin in. We hadden gewonnen”, grijnst Netto.

Andere Tijden 30 september 2010, verboden voor tanks
Verboden voor tanks

Plannen van de vijand anders dan verwacht

Net zo lang oefenen tot je gewonnen hebt. Dat plan op die Poolse kaart, dat zou er nooit zijn gekomen. Dat leert professor Jan Hoffenaar op een conferentie in Stockholm in 2006. Daar zitten Russische, Tsjechische en Poolse hoge militairen uit de Koude Oorlog tegenover de generaals van de toenmalige NAVO. Op die conferentie komt de kaart boven water, maar tegelijk blijkt dat de Sovjet-Unie in de jaren tachtig helemaal niet meer bij machte was zo’n aanval te doen. De oorlog in Afghanistan eiste onherroepelijk zijn tol.

Maar was de Sovjet-Unie eigenlijk wel van plan om aan te vallen? Nee, zegt Hoffenaar. Beide machten zouden niet de eerste aanval doen, maar verwachtten dat de ander dat wel zou doen. Ze zaten dus op elkaar te wachten en de Russen hadden nooit de intentie West-Europa te veroveren, ook niet in de jaren ’50. De Poolse kaart blijkt een zoethoudertje voor de Polen. De Russen laten de Polen ermee weten dat ook zij een rol hebben wanneer de derde wereldoorlog uitbreekt. “Maar, zeggen de Russen tijdens die conferentie, als de NAVO ons had aangevallen, dan deed West-Europa niet ter zake”, aldus Hoffenaar, “Dan zouden ze alles wat ze hadden zowel op West-Europa als op Amerika hebben losgelaten.” Volledig nucleair. Niks conventionele oorlog.

Samenstelling en regie: Matthijs Cats
Research: Friederike Lorenz, Rob Bruins Slot
Tekst: Rob Bruins Slot

Geïnterviewden Bronnen
  • <p>Jan Hoffenaar</p>
    Jan Hoffenaar
  • <p>C. Veldkamp</p>
    C. Veldkamp
  • <p>Paul Ruytenberg</p>
    Paul Ruytenberg
  • <p>Hans van der Bruggen</p>
    Hans van der Bruggen
  • <p>Steve Netto</p>
    Steve Netto
  • Griffioen

    Griffioen, weekblad voor de Nederlandse militairen en hun gezinnen in Seedorf, Hohne en Langemannshof.

  • De Groepen Geleide Wapens van de Koninklijke Luchtmacht in Duitsland

    Blazing Skies, De Groepen Geleide Wapens van de Koninklijke Luchtmacht in Duitsland (Den Haag 2002).

  • Met de blik naar het oosten

    J. Hoffenaar en B. Schoenmaker, Met de blik naar het oosten: De Koninklijke landmacht 1945-1990 (Den Haag 1994).

  • Jachtvliegers in de Koude Oorlog

    Steve Netto, Jachtvliegers in de Koude Oorlog: Flirten met de dood? (Vlijmen 2010).

  • Die Streitkräfte der DDR und Polens in der Operationsplanung des Warschauer Paktes

    Die Streitkräfte der DDR und Polens in der Operationsplanung des Warschauer Paktes, red. Rüdiger Wenzke (Potsdam 2010).

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: