↳ Enter om te zoeken
16 december 2015

Glorie en verdriet in de Mijnstreek

Glorie en verdriet in de Mijnstreek
Bekijk Video
40 min

Ondergronds gevaar

Vlak na de oorlog draaide de mijnindustrie dag en nacht door om aan de gigantische vraag naar het zwarte goud te voldoen. Diep onder de grond, in mijngangen van soms slechts veertig centimeter, lag het gevaar altijd op de loer. De grootste bedreiging ontdekten de mijnwerkers pas veel later. Duizenden stierven na hun pensioen aan stoflongen. Ook dichter Wiel Kusters groeide op in de streek. Hij schreef over het verlies van zowel zijn opa als vader. “Mijn grootvader is letterlijk gestikt, zittend achter een tafeltje, voor het open raam.” 

Monocultuur

Ondanks de enorme risico’s ging bijna iedere Limburgse jongen de mijn in, zo ook Wiel Niks: “Het was een monocultuur in die tijd, d’r was in principe niks anders waar je goed geld kon verdienen, dus koos je automatisch voor die mijnen. En dan maar kijken hoe lang je het zou uitzingen.” Om de mensen de mijn in te krijgen, verdiende een mijnwerker zo’n 75% meer dan een bouwvakker. Heerlen, het centrum van de streek, groeide hierdoor uit tot één van de rijkste steden van Nederland. Het was een echte winkelstad. Geen enkele stad had zoveel warenhuizen als Heerlen. 

Den Uyl

De aankondiging van de sluiting van de mijnen op 17 december 1965 door Joop den Uyl kwam onverwachts. In een rap tempo sloten alle mijnen en stonden 75.000 mensen op straat. Nog geen tien jaar daarna was vrijwel ieder spoor van het mijnverleden uitgewist onder het motto ‘van zwart naar groen’. Imposante schoorstenen en koeltorens maakten plaats voor natuurparken. Bovenop de afvalberg van de mijn Wilhelmina kwam de indoorskibaan SnowWorld. Oud-mijnwerker Bern Quadackers begrijpt het nog steeds niet: “Het was net alsof we ons schaamden voor het mijnbouwverleden.”

15 december 2015

Propaganda op de basisschool

Bern Quadackers in Andere Tijden
Bekijk Video
1 min

Propaganda op de basisschool

“Ik zat op de basisschool in Klimmen, laatste jaar, en daar kwamen twee mijnwerkers met een propagandafilmpje over de opleidingen van de mijn. Ja dat was prachtig.” Oud-mijnwerker Bern Quadackers begint helemaal te stralen wanneer hij vertelt over zijn tijd bij de Ondergrondse Vakschool (OVS). De mijnen wekken zijn interesse met een mooi propagandafilmpje. ‘Mijnwerkers van morgen’ is zo’n film, uit 1956.

1 januari 1956

Mijnwerkers van morgen, DSM

Mijnwerkers van morgen
Bekijk Video
37 min

De film van de Nederlandse Staatsmijnen (DSM) begint meteen met een vrolijk muziekje, het is een stralende dag in Zuid-Limburg. De mijnwerkers zijn net klaar met hun nachtdienst. Eenmaal thuis wacht de mijnwerker een hartelijk ontvangst door zijn vrouw en kinderen. Met een krantje en sigaar denkt hij terug aan die goede oude tijd bij de OVS. Ook hij ontdekt de wereld van de mijnen al op de basisschool. In de propagandafilm zien we hoe een klasje mijnbouwles krijgt en warm wordt gemaakt voor de OVS.

Na de les hollen de kinderen enthousiast naar huis om hun plannen met hun familie te bespreken. Veel jongens komen uit een echte mijnwerkersfamilie waar opa, vader en ooms allemaal op de mijn werken. De plannen kunnen hierdoor niet altijd op wederzijds enthousiasme rekenen. Zo ook in het geval van Bern Quadackers. Zijn vader wil absoluut niet dat hij ook mijnwerker wordt. In de propaganda schildert DSM het vak veel rooskleuriger af dan dat het werkelijk is. Het is zwaar, gevaarlijk en smerig rotwerk.

Toch valt niet te ontkennen dat het loon voor die tijd erg hoog is, zo’n 75% meer dan een gewone bouwvakker. “Na die filmpjes op de school, ja toen dacht ik eraan om mijnwerker te worden. Mijn vrienden zaten ook op de opleidingen van de mijnen en die hadden op hun zestiende al een brommertje. Ja dat kwam doordat je al salaris had tijdens de opleidingen.” 

16 november 1992

Hier en Nu: Stoflongen, NCRV

Hier en Nu: Stoflongen
Bekijk Video
9 min

Stoflongen

"Hoeveel patiënten met stoflongen hebben wij niet gehad? Ik heb gezinnen gehad met vier slachtoffers en toch gingen de kinderen de mijn in. Zij hadden ook geen andere keuze" (dokter Retera, Spekholzerheide, jaren ’30)

Het probleem van stoflongen in de Limburgse mijnen speelt honderd jaar geleden al maar de beroepsziekte wordt pas laat officieel erkend. Door het inademen van steenslijpsel bij het delven van steenkool raakt het longweefsel beschadigd. De longblaasjes worden ingekapseld en dat leidt tot zware benauwdheid en hartproblemen en uiteindelijk tot de dood. Mensen stikken letterlijk als gevolg van stoflongen.

Het besef dat de ziekte een gevolg was van het zware werk in de benauwde mijngang - een pijler - is er wel, maar een remedie heeft men niet, behalve het drinken van een borrel. Artsen constateren de ziekte ook niet, domweg omdat de symptomen officieel niets te maken zouden hebben met het werk. Dat verandert in de jaren dertig na verschillende onderzoeken onder mijnwerkers. Het leidt ertoe dat vlak voor de Tweede Wereldoorlog silicose erkend wordt als beroepsziekte. Probleem is echter dat het dragen van een stofmasker, zoals dat na de oorlog wordt voorgeschreven, niet echt helpt. Het masker zit vanwege het zware werk in de pijler de mijnwerker in de weg. Mijnwerkers werken liever zonder, met alle gevolgen van dien

23 mei 1984

Van gewest tot gewest: Ex-mijnwerkers, NOS

Van gewest tot gewest: Ex-mijnwerkers
Bekijk Video
11 min

Tot lang na de mijnsluiting overlijden oud-mijnwerkers aan silicose. Het komitee Ereschuld Mijnwerkers voert actie om slachtoffers en nabestaanden een eenmalige uitkering te geven. In 1984 portretteert het programma Van Gewest tot Gewest een groepje oud-mijnwerkers die in ernstige mate lijden aan silicose. De groep maakt een busreis naar Luxemburg en wordt begeleid door o.a. dr. Appelman die baanbrekend onderzoek deed naar stoflongen. Beelden van oud-mijnwerkers die aan een zuurstoffles gekluisterd zitten maken indruk. De acties van het komitee vinden gehoor bij de politiek. Uiteindelijk krijgen in 1994 ruim 700 oud-mijnwerkers recht op 20.000,- gulden.

22 februari 1966

Televizier: Koopkracht van de mijnwerker, AVRO

Televizier: Koopkracht van de mijnwerker
Bekijk Video
3 min

De teloorgang van de economische groei in Heerlen

Toen Den Uyl aan het einde van 1965 aankondigde de mijnen te willen gaan sluiten reageerden de ondernemers uit Heerlen bijzonder positief. In de beelden van Televizier uit januari 1966 worden twee ondernemers geïnterviewd. De vraag wat ze van de toekomst verwachten wordt beantwoord met: “De verkoop is bijzonder gunstig en van regressie is geen sprake, ook de sfeer is voortreffelijk” aldus de heren uit het fragment.

Een groot deel van de bevolking van Heerlen verdient in deze jaren zijn brood in de mijnen. Het werk was aantrekkelijk vanwege de goede lonen en de koopkracht van de mijnwerkers in Heerlen was dan ook sterk. In korte tijd groeide het aantal inwoners enorm en voor al die nieuwe mensen moesten huizen, scholen en andere voorzieningen worden gebouwd. Grote warenhuizen en vele winkels verrezen en de economische groei leek niet te stoppen.

Hoe anders verliepen de economische ontwikkelingen dan in het fragment door de heren wordt voorspeld. Na het sluiten van de mijnen stijgt in korte tijd de werkloosheid in Heerlen enorm en veel voormalig mijnwerkers vallen tussen wal en schip. Van de beloofde banen en herstructurering van Den Uyl kwam weinig terecht en aan de snelle groei van Heerlen kwam abrupt een eind. De warenhuizen verdwenen en al snel belandde de gemeente Heerlen in een neerwaartse spiraal. Vandaag de dag kampt de regio nog steeds met teruglopende bevolkingscijfers en is het de gemeente met het hoogste percentage uitkeringsgerechtigden van Nederland.

Harrie Jennekens
Harrie Jennekens © TV Limburg

Verongelukt op zijn laatste dag

Op woensdag 16 januari 1974 bekruipt mijnwerkersvrouw Riet Jennekens een naar gevoel. Ze besluit om even de stad in te gaan en cadeaus te kopen voor de verjaardag van haar man. “Zaterdags zou hij jarig zijn, dan werd hij 50”, vertelt ze. Bijna tien jaar nadat Joop den Uyl de sluiting van de mijnen aankondigt, verongelukt Harrie Jennekens op 546 meter diepte in de Staatsmijn Emma in Hoensbroek. Hij is het allerlaatste ondergrondse slachtoffer in de Limburgse Mijnstreek.

Kostbare materialen
Kolen worden die woensdag al lang niet meer gedolven in de Emma. Harrie is één van de laatste mijnwerkers die nog met de schachtlift afdaalt om kostbare materialen naar boven te halen. Het is vandaag zijn laatste dag. Om enkele buizen in een gang los te maken, besluit hij springstof te gebruiken. Het is nog altijd niet duidelijk wat hierna precies gebeurt, maar waarschijnlijk loopt Harrie op het laatste moment nog de gang in. Een collega brengt de zaak tot ontploffing. Zijn vrouw Riet begrijpt het nog steeds niet: “Dat is te vroeg gebeurd en hij heeft dat op zijn hoofd gekregen, die dikke pijpen die daar onderin lopen.”

Harries mijnlamp
Harrie was altijd heel erg optimistisch. Hij zei altijd tegen Riet: “Meisje maak je toch geen zorgen.” Tijdens het kopen van de cadeaus groeit bij Riet toch het vermoeden dat er nu echt iets mis is. De mensen in de winkels weten op dat moment al dat Harrie niet meer leeft. Pas twee uur na het ongeluk krijgt Riet het verschrikkelijke nieuws te horen. Ze vraagt op dat moment maar om één ding, de mijnlamp van haar man. “Ze wisten dat ik het al wist toen ze binnenkwamen. En het enige wat ik aan hen vroeg, was van de mijnlamp, die wilde ik per se hebben.”

“Deze bloemen zijn voor mijn vriend” 
Doordat de meeste mijnen op dat moment al gesloten zijn, hoeft Riets gezin niet te rekenen op een schadevergoeding. De directie van de Nederlandse Staatsmijnen (DSM) beweert dat ze geen bedrijfsverzekering meer hebben. Ze betalen wel de begrafenis. Van de mijnwerkersbond krijgt het gezin tweehonderd gulden. Riet is nog altijd gekwetst: “Er was ook geen nazorg, niks, helemaal niks.” Na de begrafenis wordt het gezin totaal overrompeld door alle aandacht. Ruim achthonderd mensen komen langs hun huis om hun steun te betuigen. Onder hen zijn veel gastarbeiders. De woorden van één van hen zal Riet nooit vergeten: “Deze bloemen zijn voor mijn vriend.”

1450 namen
Deze bijzondere plek ligt vlak naast de oude steenberg van de Staatsmijn Wilhelmina, beter bekend als de berg waar SnowWorld bovenop ligt. Het is een verzamelplaats voor oud-mijnwerkers. Nog altijd vindt hier op de eerste zaterdag van december een speciale herdenking plaats, zodat we niet vergeten dat de kolen uit de Limburgse Mijnstreek met de allerhoogste prijs zijn betaald.

Credits
  • Regisseur
    Matthijs Cats
  • Regisseur
    Maarten Blokzijl
  • Researcher
    Hasan Evrengün
  • Researcher
    Anne Verwaaij
  • Propaganda op de basisschool
    Anne Verwaaij
  • Stoflongen
    Hasan Evrengün
  • De teloorgang van de economische groei in Heerlen
    Liliane van Randen
  • Verongelukt op zijn laatste dag
    Anne Verwaaij
Geïnterviewden Bronnen
  • Bern Quadackers
    Bern Quadackers
  • Peter Schunck
    Peter Schunck
  • Wiel Kusters
    Wiel Kusters
  • Wil Houben
    Wil Houben
  • Otto en Doortje Zerdoner
    Otto en Doortje Zerdoner
  • Richard Lavalle
    Richard Lavalle
  • Wiel Niks
    Wiel Niks
  • Mijnwerkers in Limburg

    Ad Knotter (ed.), Mijnwerkers in Limburg: Een sociale geschiedenis (Nijmegen 2012).

  • Limburg kolenland

    Ad Knotter (ed.), Limburg kolenland: Over de geschiedenis van de Limburgse kolenmijnbouw (Zwolle 2015).

  • Alsof Limburg zich schaamde

    Dick Schaap, ‘Alsof Limburg zich schaamde. De verloren glorie van Heerlen’, De Groene Amsterdammer 21 (2011).

  • De verdwenen Limburgse mijnen

    Ingeborg Wind, De verdwenen Limburgse mijnen (Arnhem 2008).

  • De geur van kolen

    Joep Dohmen, De geur van kolen (Heerlen 2013).

  • Het verdriet van de Mijnstreek

    Joppe Gloerich, ‘Het verdriet van de Mijnstreek: Limburg 50 jaar na ‘Den Uyl’’, Elsevier, 10 juli 2015.

  • Het geluk van Limburg

    Marcia Luyten, Het geluk van Limburg (Amsterdam 2015).

  • Stoer, sterk & sociaal

    Paul van der Steen, ‘Stoer, sterk & sociaal. Delvers van het zwarte goud’, Historisch Nieuwsblad 11 (2015) 42-47.

  • In en onder het dorp

    Wiel Kusters, In en onder het dorp: Mijnwerkersleven in Limburg (Nijmegen 2012).