Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
17 december 2011

Andere tijden

Kop of munt
Bekijk Video
30 min

Die Euro staat op springen. Experts, economen en politici buitelen over elkaar heen. De rente die afzonderlijke Eurolanden moeten betalen loopt op. Kredietbeoordelaars waarschuwen nu ook de AAA-landen. Maandelijks lijkt er wel een cruciale top van regeringsleiders te zijn, waar vervolgens iets uitkomt dat maar drie dagen werkt. Maar hoe zijn we nu eigenlijk in dat moeras terecht gekomen?

Maastricht

Het is 7 februari 1992 als de regeringsleiders in Maastricht hun handtekening zetten onder afspraken die moeten leiden tot een gemeenschappelijke munt. In de werkkamer van de burgemeester hangt nog steeds een getekend exemplaar. Prachtige krabbels van Ruud Lubbers, Helmut Kohl, Francois Mitterand.

Het Verdrag van Maastricht legt de voorwaarden van de Euro vast. In 1998 zal dan worden gekeken of de landen die mee willen doen ook mee mogen doen. Er zijn vier criteria: lage rente, lage inflatie, een stabiele wisselkoers en degelijke overheidsfinanciën. In de jaren ’90 van optimisme en onbegrensde groei is iedereen enthousiast, er heerst een ‘We gaan iets nieuws doen’-sfeer. ‘Hier wordt geschiedenis geschreven’. 

Verschillende ideeen

Dan stellen zo’n 70 economen begin 1997 dat er iets niet deugt. De Rotterdamse econoom Arjo Klamer is een van hen. Hij waarschuwt dat er geen monetaire integratie kan zijn zonder politieke unie. En die politieke component is nu juist het probleem, legt ook oud-directeur van de Nederlandsche Bank Andre Szasz uit.

Duitsland en Frankrijk verschillen teveel van inzicht. Duitsland redeneert dat er eerst een politieke unie moet zijn, met overdracht van bevoegdheden, voordat een monetaire unie met eenheidsmunt kan ontstaan. Frankrijk redeneert andersom dat de eenheidsmunt een politieke unie zal vergemakkelijken. Over wat er nu eigenlijk moet komen was ook al onenigheid. Duitsland wilde met de unie vooral stabiliteit, financiele rust door begrotingsdiscipline; Frankrijk wilde met de unie vooral solidariteit. “Oftewel, als de zuidelijke landen tekorten hadden, moeten de noordelijke landen bijpassen”, aldus Szasz.

Naar de reactie op de brief van de 70 Nederlandse, en later zelfs 330 Europese economen, kunnen we nu slechts met verbazing kijken. Niet de argumenten worden onderuit gehaald, niet dat hun redenering of voorspelling niet deugt, maar de reactie van de politiek luidt: “U bent te laat”. Minister van financiën Zalm noemt hen in het discussieprogramma Buitenhof zelfs “bange” economen.

Italiaanse promotiefilm voor de Euro
Italiaanse promotiefilm voor de Euro

Toegangscontrole

Begin 1998 blijkt dat vooral de vierde voorwaarde een probleem is voor vrijwel alle landen. Een stabiele overheidsfinanciering houdt in dat een land een begrotingstekort mag hebben van maximaal 3% en een staatsschuld van maximaal 60% van het binnenlands product. Omdat alleen Luxemburg aan alle voorwaarden voldoet, bedienen alle andere landen zich van allerlei boekhoudkundige trucs. Maar de kranten maken in die tijd vooral melding van Italie.

Ook in de Tweede Kamer speelt juist Italie op. Financieel woordvoerder van de VVD Hans Hoogervorst trekt één lijn met zijn minister van financiën: als Italie niet aan de criteria voldoet, mag Italie niet meedoen. “De focus lag veel teveel op Italie”, zegt Rick van der Ploeg, als kamerlid van de PvdA toen juist voor soepel toepassen van de criteria. Volgens de huidige hoogleraar economie in Oxford haalden alle landen vlak voor het meetpunt trucs uit. Dus beschuldigt hij Zalm en Hoogervorst in de Kamer van ‘Spaghettifobie’. Wat verbaast als we nu de oude kranten erop naslaan is dat de trucs openlijk besproken zijn en dat niemand er op dat moment mee zit. Of: de Euro moest er politiek gewoon komen, meent Van der Ploeg. Hoogervorst gaat verder. Als de VVD haar verzet had doorgezet was het kabinet gevallen, is zijn overtuiging. Italie mag meedoen, en later ook Griekenland, de nog zwakkere broeder.

Een land in de problemen wordt niet geholpen, zo luidt de afspraak. Elk land moet zichzelf redden. Maar door over te gaan op de Euro, doet een land afstand van de mogelijkheid zijn munt te devalueren en zich zo te redden. Die combinatie, zegt Szasz, werd zó afschrikwekkend geacht, dat landen daardoor de regels niet zouden overtreden.

Geen straf

Dat schrikeffect valt nogal mee, zo blijkt. Als er inhoudelijke afspraken zijn, en politici plakken er een datum aan, wint uiteindelijk de datum, meent Szasz. Het probleem zit bij het toezicht. Handhaving van de regels is boterzacht. Eenmaal toegelaten, volgt er nooit straf als een land zich niet aan de regels houdt. Er is geen politieman. De staatsschuld kan blijven oplopen en een financieringstekort van 3%? Zelfs Duitsland en Frankrijk gaan daar al snel overheen. En krijgen geen straf. Waarna het vreemd zou zijn de ‘Club-Med’ landen -zoals de landen aan de Middelandse Zee dan al spottend worden genoemd- wel te beboeten voor wangedrag. Niemand vond het een probleem dat de schuld van Italie zo hoog was, moppert Hoogervorst voor de enquetecommissie-De Wit, ‘want ze betaalden toch maar 3% rente’. Maar nu de rente is gestegen naar 5, 6 of zelfs 7% blijkt ineens dat die landen in de problemen komen. Dat is iets dat hij in het nieuwe monetaire Europa nooit verwachtte.

Hoogervorst lijkt de Euro te hebben opgegeven. Alleen snoeihard bezuinigen door de verschillende landen kan nog helpen. Klamer ziet nog wel kansen, theoretisch dan. Zo snel mogelijk een sterke politieke unie, dat had al aan het begin gemoeten. Ook Van der Ploeg en Szasz willen vooral begrotingsdiscipline en verplichte straffen. Van een mislukking van de Euro wil Van der Ploeg niet horen. ‘Ja, politiek! Politiek is het wel mislukt’.

Research: Rob Bruins Slot
Regie: Reinier van den Hout

Geïnterviewden Bronnen
  • Hans Hoogervorst
    Hans Hoogervorst
  • Rick van der Ploeg
    Rick van der Ploeg
  • Arjo Klamer
    Arjo Klamer
  • Andre Szasz
    Andre Szasz
  • Europa in crisis

    Coen Teulings e.a., Europa in crisis: Het centraal planbureau over schulden en de toekomst van de Eurozone (Amsterdam 2011).

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: