Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
15 februari 2015

Groningen en het aardgas, deel 1

Dwarsdoorsnede%20groningen%20veld.jpg

Op 4 oktober 1962 was er een Kamerdebat over de aardgasnota, waar gesproken werd over de boringen in Slochteren en de toekomstige exploitatie. De stemming was opperbest, maar volgens de Leeuwarder Courant had Biewenga wel een puntje: ‘Hij vroeg de minister of de boringen naar aardgas geen verlaging van de bodem tot gevolg zou hebben, dit temeer omdat in de omgeving ook zout wordt gewonnen.’ Als voorbeeld haalde hij enkele gebieden in Californië aan, waar door het winnen van aardolie verzakkingen waren ontstaan.

Minister de Pous zei hierop dat de gaslagen in Groningen bijna 3000 meter diep lagen, “in goed gekonsolideerde formaties”. De omstandigheden in Groningen waren gunstiger dan in Californië. “Zou er toch schade ontstaan,” sloot de minister af, “dan zouden de maatschappijen op grond van de mijnwet hiervoor verantwoordelijk zijn.”

Arend Biewenga
© CC

De eerste Kamervragen

Vanaf het prilste begin waren er mensen, die vragen stelden over de gaswinning in Groningen. De antirevolutionaire politicus Arend Biewenga was in 1962 de eerste, die voor de negatieve gevolgen waarschuwde. Hij botste op de euforie van die tijd, want de verwachte opbrengsten waren enorm. Biewenga kwam zelf uit Groningen en had daar in gemeenteraad en de Provinciale Staten gezeten. In 1959 was hij bijna minister van Landbouw geworden.

Kop ingezonder artikel ir. Meiborg, Nieuwsblad van het Noorden, 8 november 1963
© Nieuwsblad van het Noorden

Het eerste bewijs

Biewenga was door de antwoorden van De Pous niet gerustgesteld, zei hij in een reactie. Het jaar erop werd aangetoond dat zijn twijfel terecht was, want ir. W.A.B. Meiborg voorspelde op 8 november 1963 verzakkingen door heel Groningen, in sommige gevallen van één meter. Hij deed dat in een ingezonden brief in het Nieuwsblad van het Noorden, die hij voorzag van een waarschuwing: ‘Belangrijke bedragen zullen gereserveerd moeten worden voor allerlei te duchten calamiteiten.’

Met een wetenschappelijke nauwkeurigheid bracht Meiborg in kaart wat er op lange termijn zou gebeuren: ‘Het ontdekte gas zit voornamelijk in de poriën van het gesteente onder een enorme druk van honderden atmosferen en wanneer die druk met het aftappen van het gas geringer wordt, zal de druk op het gesteente toenemen dus samenpersen, waardoor bodemdaling ontstaat.’

Het uiteindelijke gevolg was een inklinking van een meter en schuifspanningen in het steenmateriaal. De gevolgen zouden groot zijn, zo sloot Meiborg af, en daarom moest er een enorm bedrag opzij worden gezet.

ir. W.A.B. Meiborg
© Familiefoto Meiborg

Deze waarschuwing kwam van een man met autoriteit, want Meiborg, geboren in 1890, was een bekende naam in de provincie Groningen. In zijn lange loopbaan was hij directeur van het Noordelijk Technisch Wegenbouwcentrum geweest en leraar aan een MTS. Een maand voor zijn waarschuwende brief had hij zijn afscheid van de bouwwereld aangekondigd – inmiddels 73 jaar oud. ‘Hij is in de Noordelijke bouwwereld een sterke, een markante figuur,’ schreef het Nieuwsblad van het Noorden. ‘Heel wat Groninger bouwers hebben eens bij hem in de klas gezeten.’

Onder deze leerlingen verwierf hij de bijnaam Willem Beton, aldus de Telegraaf van 6 juli 1961 over ‘de bejaarde, krasse boerenzoon uit Scheemda’. Eén van zijn lessen ging namelijk over de leer van het gewapend beton. Deze bijnaam leeft voort in één van de vele Groningse groepen die zich bezighouden met de gevolgen van de bodemdalingen: de Willem Beton Groep.

Opa had gelijk

Willem Meiborg is de kleinzoon van de ingenieur uit 1963 met precies dezelfde initialen als zijn grootvader. Komende zondag vertelt hij bij OVT op Radio 1 over de voorspelling van 1963. “Mijn grootvader wilde als wetenschapper laten zien dat de gasbel niet alleen goed was voor veel opbrengsten, maar dat er ook problemen door zouden ontstaan.”

Deze waarschuwing was voor de NAM geen reden om over te gaan tot openbaar onderzoek. Integendeel, aldus Meiborg jr.: “Mijn grootvader werd verketterd alsof hij een dorpsgek was. Hij had een hele goede reputatie in Groningen, maar de NAM brak die af.” Om daar cynisch aan toe te voegen: “Wat zou de regering van nu blij geweest zijn als er in 1963 wél naar mijn grootvader was geluisterd en als ze vijftig jaar geleden waren begonnen met sparen om de huidige schade te compenseren.”

Meiborg sr. werd uiteindelijk gerehabiliteerd, maar zou dat niet meer meemaken. “In 1967 is mijn grootvader overleden,” aldus Meiborg jr. “In onze familie zijn we hem natuurlijk nooit vergeten, want elke keer als er weer wat aan de hand is, denken we aan hem. Zie je wel dat opa gelijk had, zeggen we dan tegen elkaar.”

Ingezonden artikel ir. Meiborg, Nieuwsblad van het Noorden, 8 november 1963
© Nieuwsblad van het Noorden

Geheim NAM-onderzoek

Meiborg sr. had nog tijdens zijn leven dat eerherstel kunnen krijgen, stelt NPO Geschiedenis vast na onderzoek. De NAM startte in 1963 een geheim onderzoek naar bodemdaling – nota bene in hetzelfde jaar als de waarschuwende brief. Hieruit bleek dat er rekening moest worden gehouden met verzakkingen tot 150 centimeter, dus een halve meter meer dan de verketterde ingenieur had voorspeld! Toch kreeg Meiborg niet de eer, die hij verdiende. De informatie bleef binnen de muren van de NAM.

Volgens de Leeuwarder Courant van 27 mei 1972 deelde de NAM deze onderzoeksresultaten in 1967 met het provinciaal bestuur, maar ook vanuit deze kringen werd geen actie ondernomen om Meiborg eerherstel te geven. Nog belangrijker: ook de bevolking werd niet ingelicht over de voorspelde bodemdalingen.

Dat deze informatie in 1967 bij de provincie Groningen lag, wordt bevestigd door ir. H. van Wijngaarden in een gesprek met NPO Geschiedenis. Precies in dat jaar solliciteerde hij naar de functie van directeur-hoofdingenieur van de provinciale waterstaat. Van Wijngaarden zegt nu – inmiddels 91 jaar oud – dat hij tijdens deze sollicitatie werd ingelicht over de verwachte bodemdalingen. “De Commissaris van de Koningin stelde me op de hoogte, dhr. Fock. Hij zei dat er een complexe zaak was in de provincie, waarvan ik moest weten. Het was heel belangrijk, zei hij.”

De eerste bodemdalingen begonnen zich in die jaren te manifesteren, aldus Van Wijngaarden. “Voor de waterhuishouding van de provincie had dat grote gevolgen. Ik had hier in mijn loopbaan nog nooit eerder mee te maken gehad. Hierover heb ik na mijn aanstelling veel contact gehad met de NAM.”

Jan Terlouw breekt omerta

Het geheime onderzoek kwam pas in januari 1972 naar buiten, tegen de zin van de NAM. Hiervoor was Jan Terlouw verantwoordelijk, in die tijd namens D’66 lid van de Tweede Kamer. Tijdens een telefoontje met het ministerie van Economische Zaken hoorde hij toevallig van dat onderzoek. “Ik dacht, dan stel ik maar wat schriftelijke vragen. Ik vond, dat de Groningers toch wel het recht hadden te weten, wat er aan de hand is.”

Vijf jaar na de dood van Meiborg en tien jaar na de Kamervragen van Biewenga werd dan eindelijk duidelijk wat sinds begin jaren 60 werd gevreesd. Zoals de Telegraaf schreef op 8 januari 1972: ‘Over circa 80 jaar zal het midden van de provincie Groningen waarschijnlijk een meter zijn gezakt door de onttrekking van enorme hoeveelheden aardgas aan de bodem. Aan de rand van deze kuil zullen tegen die tijd hellingen in het aardoppervlak zijn ontstaan, die aflopen met maximaal tien centimeter per kilometer.' Het was het definitieve eerherstel van Meiborg, ook buiten zijn eigen familie.

Deze voorspelling was overigens nog zeer mild, want delen van de provincie zouden over een lange periode geleidelijk inzakken, waarbij er geen problemen konden ontstaan op een klein oppervlakte. Huizen zouden geen schade ondervinden, want op een afstand van enkele meters konden volgens deze prognose geen grote onderlinge verschillen ontstaan in bodemongelijkheid. De problemen zouden ontstaan bij bouwwerken als dijken en kades, die zich kilometers lang ver uitstrekken. Er werd een vergelijking gemaakt met het landschap als het schoteltje onder een kop koffie: in het midden ingezakt en aan de randen hoog.

Van Wijngaarden sloeg hierover wel groot alarm in het Journaal van 16 mei 1972, want toen lag het geheime onderzoek toch al op straat. Hij voorzag de problemen voor de waterhuishouding met dijken en kades die zouden inzakken. De Leeuwarder Courant schreef diezelfde dag dat er honderden miljoenen guldens nodig waren om dit te voorkomen.

“Als wij moeten betalen,” reageerde ir. J.M.P. Bongaerts als directeur van de NAM, “dan zullen wij dat ook doen.” Van Wijngaarden zegt nu tegen NPO Geschiedenis dat dit ook is gebeurd. “Aan het eind van mijn ambtsperiode was uitgerekend dat er in mijn tijd zo’n 500 miljoen gulden was uitgegeven door mijn organisatie. Zo’n 150 miljoen daarvan betrof de bodemdaling, allemaal betaald door de NAM.”

De noodzaak van een fonds, zoals in 1963 door Meiborg was geformuleerd, bleek juist te zijn voorzien.

Aardbevingen

In de jaren dat Van Wijngaarden zijn werk deed, werd er overigens alleen gesproken over de gevolgen voor de waterhuishouding en niet over aardbevingen. “We zijn ons er nooit van bewust geweest dat dit ook mogelijk was.” Toch werd er op 30 maart 1976 al voor de eerste keer over gesproken, nadat er een lichte aardbeving was gevoeld in het Drentse Witteveen. ‘De NAM gelooft er niet in,’ aldus de Leeuwarder Courant een week later.

Op 13 maart 1985 sprak NAM-directeur Jetses met TROS Aktua over de scheuren in huizen, die zouden zijn veroorzaakt door de gaswinning. Hij ontkende stellig dat er enig verband zou zijn - zowel nu als in de toekomst. Het fragment staat hieronder.

In december 1986 legde geograaf en PvdA-politicus Meent van der Sluis wel degelijk een verband. “Wij hebben hier in het noorden nog nooit een aardbeving gehad,” zei hij tegen de Telegraaf. “En de gaswinning bij Slochteren is de enige belangrijke verandering in de ondergrond, die hier de laatste honderden jaren heeft plaatsgevonden. Het ligt daarom erg voor de hand, dat de gaswinning en de beving alles met elkaar te maken hebben en de kans is zeer groot, dat meer aardschokken volgen.”

Woordvoerder F. Duut van de NAM kreeg daarop het recht op weerwoord: “Flauwekul. Wij verwijzen dit beslist naar het rijk der fabelen.” Ook Van der Sluis werd daarop verketterd.

Volgens de meest recentie infomatie op de website van de Rijksoverheid zijn er sinds 1986 meer dan duizend aardbevingen in Noord-Nederland geregistreerd. ‘De gaswinning veroorzaakt tegenwoordig zo’n 50 aardbevingen per jaar.’

Van der Sluis had dus gelijk, net als Biewenga in 1962 en Meiborg in 1963. En de NAM heeft het altijd geweten, maar willens en wetens de kritische wetenschappers verketterd.

De ingezonden brief van ir. W.A.B. Meiborg, Nieuwsblad van het Noorden, 8 november 1963

WIJ MOETEN DENKEN AAN EEN BODEMDALING NA GASWINNING

Nog is er geen gas in huis of in de kranten staat al hoe groot de winsten voor de Staat (Holland!) en voor de oliemaatschappijen zullen zijn, enz. Maar welke voordelen zullen ter beschikking worden gesteld voor de besturen en voor de bewoners der noordelijke provincies? Daarover leest men tot heden niets.

Belangrijke bedragen zullen gereserveerd moeten worden voor allerlei te duchten calamiteiten, zoals b.v.: in de toekomst te verwachten bodemdalingen. Het ontdekte gas zit voornamelijk in de poriën van het gesteente onder een enorme druk van honderden atmosferen en wanneer die druk met het aftappen van het gas geringer wordt, zal de druk op het gesteente toenemen dus samenpersen, waardoor bodemdaling ontstaat. Bij een gasdruk van 500 atmosferen in een diepte van 1000 m is de druk op het gesteente bij 10 % poriën-oppervlak bij een gemiddeld aardkorstgewicht van 300 kg/m3: 1000 x 3000 - 0,10 x 10000 x 500 . = 278 kg/cm2. (...)

ir. W.A.B. Meiborg, Groningen
 

Idee uit 1972: reserveer deel van aardgasbaten

Op 12 februari j.l. plaatste Arjan Dijksma een bericht op Twitter over de schade die de gaswinning in Groningen veroorzaakt. Dijksma had een redactioneel artikel van 14 januari 1972 uit de Leeuwarder Courant gevonden met profetische woorden. Het betrof onderstaande tweet.

Dit artikel sloeg in als een bom op Twitter en Facebook, want hierdoor bleek dat de huidige problemen veertig jaar geleden al werden voorzien. Het zette NPO Geschiedenis aan om hier dieper in te duiken. Was de Leeuwarder Courant in 1972 de enige, die tot dit inzicht kwam of bestond er in die tijd meer kennis over de negatieve gevolgen van de gasboringen in Groningen?

Het heeft geleid tot bovenstaande reconstructie tot ruim een halve eeuw terug. Sinds 1963 blijkt er al te zijn gewaarschuwd voor toekomstige bodemdalingen. De NAM, de Nederlandse Aardolie Maatschappij, bleef tegen beter weten in al die tijd ontkennen.

ir van Wijngaarden Journaal 1972
ir. Van Wijngaarden in 1972 in het Journaal © CC
Jan Terlouw 1972
Jan Terlouw in 1972 © CC

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: