Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
24 juni 2014

Oranje 1974

Oranjefans 1974
Bekijk Video
30 min

‘Ik ben bijna helemaal los, die duizend munten zijn weg’, zegt een vindingrijke Nederlander op archiefbeeld uit 1974. Je leest de verbazing op zijn gezicht, als hij vertelt over de gouden munten die hij heeft laten slaan met het opschrift ‘Nederland Wereldkampioen 1974’. Omdat Nederland de finale verloren heeft, was hij bang te blijven zitten met zijn handel. Toch vliegen de munten de deur uit, ‘terwijl die van de andere finalist helemaal niet lopen’, aldus de verkoper. Tot zijn spijt moet hij bekennen dat de stempel die nodig is om de munten te drukken, reeds is vernietigd. In 1974 is het een nieuw fenomeen: de oranjegekte. Henny Cruijff, broer van Johan, trakteert sportverslaggever Theo Koomen voor het oog van de camera op een modeshow van door hem ontworpen oranje-mode: lang uitgevallen maar nauw sluitende voetbalshirts die als minirokken te dragen zijn. En zo is er meer.


Nog tot het begin van het toernooi, zijn er weinig mensen die de verrichtingen van Oranje iets kan schelen. Nederland speelt voor het toernooi een oefenwedstrijd tegen Argentinië en Arie Haan spreekt zijn verbazing uit op televisie: ‘Als ik zeg tegen mensen: “Zondag is de wedstrijd tegen Argentinië, dan weet niemand waar ik het over heb”’. Kaartverkoper Han Stork heeft de ontwikkeling van de gekte van dichtbij meegemaakt. Het reisbureau waarvoor hij werkt is door de KNVB aangewezen tot officiële kaartverkooppunt voor het WK 1974. Naarmate de Nederlanders verder komen in het toernooi, neemt de belangstelling voor kaarten toe. Voor het toernooi is er nog weinig aan de hand, maar Stork komt al snel in de problemen. De vraag naar kaarten overstijgt het aanbod vele malen. Bussen vol supporters, uitgedost met oranje petjes, maar wel met de stropdas nog om, staan te wachten aan de grens (er is dan nog grenscontrole tussen Nederland en Duitsland). Met oranje vlaggen versierde treinen, afgeladen met uit het raam hangende supporters vertrekken van de Nederlandse stations. Het is voor het eerst dat het volk zo massaal achter het elftal aanreist.


Van tevoren zijn de verwachtingen erg laag. Wel een beetje vreemd, als je bedenkt dat de Nederlandse clubs het in het begin van de jaren ’70 goed doen: Feyenoord wint in 1970 de Europacup voor landskampioenen en de wereldbeker, Ajax in 1971, 1972 en 1973 de Europacup en in ’72 de Europese Supercup en de wereldbeker. Het is dus niet zo dat de Nederlanders niet kunnen voetballen, maar het nationale team heeft tot dan toe nog nooit iets gepresteerd. ‘Niemand wist toch wat er te verwachten was’, zegt Eddy Poelmann, die zijn eerste WK als journalist bijwoonde. ‘Hoewel de Europacups van Ajax en Feyenoord achter de rug waren, had niemand enig idee over de internationale verhoudingen’, aldus Poelmann.


Het is voor het eerst sinds 1938 dat Nederland meedoet aan een eindronde van het Wereldkampioenschap. Niemand verwacht eigenlijk dat ze zullen presteren. Maar het curieuze voetbal dat Nederland speelt, maakt indruk op iedereen. Wat Nederland onder leiding van trainer Rinus Michels en aanvoerder Johan Cruijff laat zien, is op dit niveau niet eerder vertoond. Totaalvoetbal, waarbij niet alleen de aanvallers meeverdedigen en de verdedigers ineens in de voorhoede kunnen opduiken, maar waarbij iedere speler op elke plek uit de voeten moet kunnen om daarmee een zo groot mogelijke verwarring te stichten bij de tegenstander.


Die tegenstander weet inderdaad niet wat hij aanmoet met dit Nederlandse spel. Onbevangen als het is, speelt Nederland een ijzersterk toernooi. Onbevangen en onervaren, omdat deze generatie voetballers geen ervaring heeft met dit soort toernooien. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Duitsers, die in 1966 in de finale stonden en in 1970 derde werden. Zij weten hoe je met de spanningen van een groot toernooi omgaat, voor de Nederlanders is alles nieuw. Goed, mannen als Johan Cruijff, Ruud Krol, Johan Neeskens, Wim van Hanegem, Wim Jansen, Arie Haan en Wim Rijsbergen hebben met hun clubs de voorgaande jaren al het een en ander beleefd, maar op een groot toernooi hebben ze nog nooit samen gespeeld.

Siegfried Drach

Totaalvoetbal is Wondervoetbal

Op naar de finale

Oranje speelt het beste voetbal van het toernooi, daar is iedereen het over eens. Siegfried Drach, die als Duitse sportjournalist het Nederlands Elftal volgt, verbaast zich over het gemak waarmee de Nederlanders lijken te spelen. ‘Ook bij de training. Dan werd er wel een spelvorm geoefend, maar vervolgens werd er gelachen en dan lag de training weer vijf minuten stil. Of ze gingen schoten op doel oefenen, maar dan ineens gingen ze wedden hoe vaak Willem van Hanegem op de paal kon schieten. Dat was zo anders dan we bij het Duitse elftal meemaakten, dat was zo extreem voorbereid en dit was zo speels en elegant’, herinnert Drach zich. Het totaalvoetbal was een vondst van Michels, aldus voetbaldichter Chris Willemsen. ‘Hij liet het aan de spelers over om het te interpreteren. Dat wil zeggen: je moet allemaal kunnen verdedigen, allemaal kunnen opbouwen, allemaal kunnen afmaken en aanvallen. En dat deden ze dus allemaal’, zo stelt Willemsen die een groot aantal van de wedstrijden van het Nederlands elftal op dat WK bezocht.

De wereld kijkt met verbazing naar wat de Nederlanders op de mat leggen. Wie zijn deze voetballers, hoe komt het dat we deze voetballers niet eerder hebben gezien op een groot toernooi? En wat presteren ze goed: in de eerste ronde wint Nederland van Uruguay en Bulgarije en speelt het gelijk tegen Zweden. In de tweede ronde ontmoet Oranje Argentinië, de DDR en Brazilië. In de stromende regen van Gelsenkirchen declasseert Oranje voetbalreus Argentinië. Met een 4-0 achterstand weten de Argentijnen niet meer hoe ze het hebben. Daarna wordt de DDR aan de kant gezet en volgt wereldkampioen Brazilië. Volgens Willemsen stelden de tegenstanders in de tweede ronde zich na het zien van het spel van Oranje in die eerste ronde anders op. ‘Veel defensiever, waar we in de eerste ronde nog wel eens veel ruimte kregen tegen Bulgarije en Uruguay. Maar in die tweede ronde werd strak verdedigd: heel stevig door een onsympathieke mandekking’. Vooral in de wedstrijd tegen Brazilië toont Oranje dat het niet alleen mooi voetbal, maar ook hard voetbal kan spelen. Beide teams maken zich veelvuldig schuldig aan aanslagen.

Het is al na de eerste wedstrijd tegen Uruguay dat Storks kaartverkoop uit de hand begint te lopen. ‘De echte hausse kwam toen het Nederlands Elftal op 15 juni in Hannover tegen Uruguay als een machine stond te spelen. Dat wekte de gedachte op: “als dit zo doorgaat staan ze 7 juli in München”. Nou, dat dacht dus heel Nederland’, grijnst Stork. Zijn reisbureau aan het Noordeinde in Den Haag is in 1974 het enige officiële kaartverkooppunt in Nederland en krijgt aanvragen vanuit het hele land. Voor het toernooi verkoopt hij de kaarten op bestelling en na betaling stuurt hij ze op. Er is dan nog genoeg tijd de betaling af te wachten en de juiste kaarten op te sturen. Na aanvang van het toernooi is hiervoor geen tijd meer. Zo snel mogelijk moet Stork zoveel mogelijk kaarten leveren. Maar zoveel kaarten zijn in Nederland niet meer te krijgen. Hij moet ervoor naar Duitsland om ze daar persoonlijk op te halen. Tijdens de laatste wedstrijd van de eerste en de tweede speelronde probeert Stork in te schatten of Oranje de volgende ronde gaat halen of niet. Als ze het halen, moeten er extra kaarten komen. ‘Dan zaten we op kantoor te kijken hoe de wedstrijd verliep. Tot aan de rust, want meer tijd had ik niet, ik moest een vliegtuig halen. Ik vloog dan naar Frankfurt, waar een huurauto klaar stond met al die dozen met kaarten erin’, verhaalt Stork. Diezelfde nacht is hij dan weer terug in Den Haag waar de kaarten worden uitgeladen en de straat volloopt met mensen die kaarten willen kopen. Omdat het reisbureau de massale toestroom niet kan verwerken, huurt Stork naast zijn reisbureau een extra pand en richt dit provisorisch in als verkooplocatie. ‘Rijen mensen. Tot er op een gegeven moment mensen overnachtten, met primusjes en met slaapzakken op het Noordeinde; politie die dat in goede banen leidde, enzovoorts’, lacht Stork.

Relaxed trainen

Nederland als gidsland

Het ontluikende zelfvertrouwen

De Hollanders vallen niet alleen op door hun goede spel. De spelers onderscheiden zich ook uiterlijk van de andere landen. ‘Het mooie aan Oranje was de onverschilligheid. Spelers liepen erbij met lang haar en ongeschoren koppen, shirt uit de broek met een houding van: “Wie maakt ons wat?”. Jullie zijn een braaf en netjes voetballand, maar wij gaan iets bijzonders doen. En we trekken ons nergens wat van aan. Dat was te zien in het spel, maar ook in het gedrag’, zo beweert Willemsen. Voetbalhistoricus Simon Kuper ziet maar één vergelijkbaar land: Duitsland. ‘Dat stond te boek als strak, gedisciplineerd. Maar dat was niet helemaal zo in 1974. Een man als Breitner gaf zich uit als maoïst, had een baard, zei opmerkelijke dingen. Beckenbauer zei ook intelligente dingen. Van andere landen zoals de DDR en Uruguay kon je dat niet verwachten’, zegt Kuper in een Parijs café.

Willemsen ziet wel een verband tussen het losse Nederlandse elftal en de Nederlandse samenleving van toen. ‘Ik denk dat het één niet zonder het ander kan; het voetbal is ook een spiegel van de samenleving’. Ook Drach ziet die parallel. ‘Ik was altijd al een fan van Amsterdam, omdat die stad voor mij de meest multiculturele stad was. En dit team deed me heel veel denken aan Amsterdam omdat ze speelde zoals men zich het leven en de levensvreugde in Amsterdam voorstelt’, zegt Drach die nog elke zes weken naar Nederland reist. Voor Simon Kuper markeert 1974 het begin van het zelfvertrouwen van de Nederlander. ‘Niet dat je alles aan het voetbal moet vastmaken, maar Nederland was een land met een ontluikend zelfvertrouwen. Nederland was een perfecte democratie. Nederland kreeg bij het buitenlands beleid de functie van gidsland en wilde dat de wereld laten zien. Het idee van morele superioriteit ontstond en in het voetbal had je dat ook: dat wij het puurste, mooiste, aanvallendste voetbal speelden en dat andere landen dat maar over moesten nemen’, zo meent Kuper.

Berucht zijn de verhalen over de festiviteiten die zich afspelen in het hotel waar de Nederlanders tijdens het toernooi verblijven: het Waldhotel in Hiltrup, niet ver van Munster. Historicus Auke Kok beschrijft in zijn boek 1974. Wij waren de besten uitvoerig hoe het er aan toeging in het Waldhotel, waar de spelers de zes weken van het toernooi verblijven. Wat vooral opvalt is de grote hoeveelheid drank en sigaretten die erdoor gaat. Niet alleen de spelers maken het ’s nachts laat, ook de meegereisde bondsbestuurders kunnen er wat van. Kok beschrijft de spelers als een soort popsterren, haast sekssymbolen, die doen wat hen goeddunkt en zich gedragen hoe het ze uitkomt. Trainer Rinus Michels is vaak weg; zijn club Barcelona speelt op hetzelfde moment in het toernooi om de Spaanse beker.

Kees Jansma en Eddy Poelmann

Omgang met de pers

Benaderbaarheid van de spelers

Het is één grote familie, de spelers, de begeleiders en de pers, daar in het Waldhotel. Ook die benaderbaarheid maakt de Nederlanders zo bijzonder. Kees Jansma en Eddy Poelmann, in 1974 beiden verslaggevers van tijdschrift De Tijd, zijn veel met de spelers in contact. Veelvuldig belegt het team persconferenties, die tot verbazing van de buitenlandse pers in vele talen worden gehouden. De spelers zijn makkelijk te benaderen en, zeker in vergelijking met tegenwoordig, erg gewillig in het beantwoorden van vragen. Daar in Hiltrup hadden de journalisten bijna onbeperkte toegang tot Oranje, vertelt Eddy Poelmann. ‘Behalve in de eerste fase toen ik Nederland nog niet volgde omdat ik de tegenwedstrijden in de groep volgde, was ik daar bijna dagelijks. Als het donker werd en zij aan tafel gingen, dan ging ik eens weg of zat ik nog in de hal te wachten en dan kreeg ik een portie braadworst toegeschoven. Jansma vult aan: ‘Op de dag van de finale ben ik ’s ochtends in het hotel uitgenodigd door Gerrit Brokx van de KNVB, voor een interview over het hele toernooi. Je kunt je nu niet voorstellen dat je op de dag van zo’n wedstrijd überhaupt in de buurt van dat hotel zou kunnen komen. Ondenkbaar!’. Maar dat was niet alleen mogelijk in Hiltrup, dat was altijd zo, gaat hij verder: ‘Als je de telefoon pakte en zei: “ik wil graag komen praten over je loopbaan”, dan zeiden ze: “heel graag, hoe laat kom je mee-eten?”. Kom daar tegenwoordig nog maar eens om’, aldus Jansma.

Om de spelers toch een beetje rust te geven, hebben Michels en de KNVB ervoor gezorgd dat de pers niet in hetzelfde hotel slaapt als de spelers. Denken ze. De Nederlandse pers slaapt inderdaad niet in het hotel, maar een aantal van hun Duitse collega’s is er wel. Eén van hen is Siegfried Drach van de Kölner Express. Hij logeert met twee collega’s in het appartement dat tegen het hotel aangebouwd is. ‘We zaten dus twintig meter van het hotel, maar hebben aan alle ontbijten en diners deelgenomen. We golden als normale hotelgasten. De spelers hadden mij wel herkend, omdat ik ook vaak bij Ajax kwam, maar er was niemand die zei: “die jongens mogen hier niet zijn”, zegt Drach met een lichte trots. ‘Bovendien kom je verder als je 120% weet en maar 70% schrijft dan wanneer je meer schrijft dan je weet’, zegt hij cryptisch. En dat blijkt. Kok beschrijft dat één Duitse journalist onder een valse naam en zogenaamd als vertegenwoordiger heeft weten in te checken in het hotel. Het is degene die het beroemde zwembadincident zal verklikken: bij een van de nachtelijke festiviteiten, zou een aantal van de Nederlandse spelers met naakte vrouwen in het zwembad zijn beland. Wanneer het Duitse boulevardblad Bild er een paar dagen voor de finale over schrijft, zijn de poppen aan het dansen. Drach vertelt dat de houding van de Nederlanders tegenover de Duitse pers daarna verhardde: ‘Toen gingen de luiken dicht en was er veel minder mogelijk. De spelers waren een heel stuk minder benaderbaar’.

Penalty door Neeskens

De finale

Het grootste nationale sporttrauma

De vraag zal altijd blijven of de onthullingen in Bild voor het debacle van zondag 7 juli 1974 zorgde. Eén van de bekendste stukken van die finale speelt zich meteen aan het begin af. Oranje speelt de bal rond, Cruijff komt vanuit de voorhoede de bal ophalen en neemt hem mee naar voren, sprint, speelt een aantal Duitsers voorbij en struikelt dan over het uitgestoken been van Uli Hoeness. De Engelse scheidsrechter wijst naar de stip, Neeskens neemt een aanloop en schiet in een wolk van krijt de bal recht door het midden achter keeper Sepp Maier. De wedstrijd is twee minuten oud en er is nog geen Duitser aan de bal geweest. In zijn kantoor in Keulen bekent Drach nu dat hij dacht dat de wedstrijd gelopen was. In zijn euforie was hij ervan overtuigd dat Nederland niet meer kon verliezen: al na die eerste minuten probeert hij alle bij zijn collega’s uitstaande weddenschappen te innen. Begrijpelijkerwijs trappen die daar niet in. ‘ik heb ruim 1600 Mark verloren die wedstrijd, voor die tijd toch een hoop geld’, glimlacht hij.

Want het vervolg is bekend. Nederland speelt wel, maar niet meer zo goed als alle voorgaande wedstrijden. Duitsland scoort twee maal, waarvan één keer door een onterechte strafschop en wordt wereldkampioen. Het is het grote nationale sporttrauma: de gedroomde wereldkampioen: wij waren beter, maar we verloren de finale. Drach geeft het grif toe: ‘Holland had de betere voetballers en speelde het technisch betere voetbal, maar Duitsland won door strijd en in dit geval ook geluk’. De vraag is of we er ooit overheen komen. En of het helpt dat er nog altijd veel over wordt geschreven: Auke Kok, '1974. Wij waren de besten' komt uit op 21 april 2004; Chris Willemsen en Lex Muller, 'Heel Holland juicht. Dertig jaar Oranjevoetbal' zal worden uitgegeven in mei en in juni verschijnt een tweetalige editie van Hard Gras, die geheel geweid zal zijn aan 1974.

Regie: Paul Ruigrok
Research: Paul Ruigrok en Rob Bruins Slot
Tekst: Rob Bruins Slot

Bronnen

 

BEELDMATERIAAL

Nos Sportjournaal
AVRO's Televizier
AVRO's Sportpanorama

Literatuur

David Winner, 'Het land van Oranje: kunst kracht en kwetsbaarheid van het Nederlandse voetbal' (Amsterdam 2001)
Bert Hiddema, 'De Generaal' (Amsterdam 2003)
Hans Molenaar en Cees van Nieuwenhuizen, 'München 74. Wereldkampioenschap' (Baarn 1974)
Ernst Huberty, 'Wereldkampioenschap voetbal 1974' (Keulen 1974)
KNVB, 'Nederland WK ’74: informatie over de Nederlandse selectie en begeleiding naar de eindronden van het Wereldkampioenschap 1974 in Duitsland' (Zeist 1974)

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: