Meer verdieping op het gebied van geschiedenis? Kijk op NPOFocus.nl
↳ Enter om te zoeken
19 juni 2004

Zitkuil

andere tijden zitkuil
Bekijk Video
27 min

Bruine en oranje muren, biezen matten, leefkuil, letterbakken, macramé, schrootjes op muur en plafond, jute behang en zitzak. Veel mensen zullen in gedachte teruggaan naar de bonte jaren zeventig. Een tijd die er anders uitzag dan nu: veel minder zakelijk. Onder architectuur- en binnenhuisarchitectuurdeskundigen gelden de jaren zeventig inmiddels als een tijd om hoofdschuddend op terug te kijken.

Het waren ‘jaren van verwarring’, ook wel de ‘lullige jaren 70’; om niet te zeggen ‘de lelijkste jaren uit onze geschiedenis’. Wonen kreeg een andere betekenis. Mensen kwamen los en stelden massaal vaste waarden ter discussie. ‘Het was totaal’, vertelt cultureel antropologe Irene Cieraad. De provocerende, studentikoze generatie hoonde eigenlijk alles weg wat tot dan toe op woongebied gebruikelijk was.

Irene Cieraad

Stichting Goed Wonen

De smaakopvoeding
Tegenwoordig zijn ze er in overvloed: populaire woonprogramma’s over woninginrichting, woon- en interieurbladen en woonboeken. Voor interieurideeën kan de woonconsument naar hartelust ‘shoppen’. Woonboulevards trekken veel bezoek en werkelijk iedereen lijkt tegenwoordig verstand van wonen te hebben. Wonen is onderdeel geworden van onze vrije tijdsbesteding.

In de jaren veertig, vijftig en zestig van de vorige eeuw ligt dat wel anders. De portemonnee en dus de sociale klasse is bepalend voor de inrichting van het huis. De bruidegom kiest als kostwinner een passende woning met een passend interieur dat weer past bij zijn beroep. Oud-Hollandse, eikenhouten bolpootdressoirs en stoelen vullen de kamers van de lagere middenstand. Er is, zo zou je kunnen zeggen, sprake van verzuiling in het wonen.

Voor sommige kunsthistorici zijn deze volle interieurs met oud-Hollandse meubelen een verschrikking en daarom houdt een groep vooruitstrevende fanatiekelingen zich bezig met ‘smaakopvoeding’. In duidelijke taal wrijven zij het Nederlandse volk onder de neus dat de interieurs met hun zware, pompeuze meubelen niet meer kunnen. Een strakke vormgeving en een sobere inrichting is de manier waarop we zouden moeten leven. De campagne die wordt gevoerd, is helder: plaatjes met een ‘fout’ voorbeeld worden doorgekrast en daarbij staat het onderschrift “FOUT” of “ZOOO NIET”. De Stichting Goed Wonen houdt zich tussen 1946 en 1968 bezig met de smaakopvoeding, maar heeft een bredere doelstelling: het is niet alleen de bedoeling de functionele kant van het wonen te verbeteren, ook de wooncultuur moet veranderen. De stichting probeert de ouderwetse “old-finish” meubels uit de woning te bannen. Deze zijn toch immers een sta-in-de-weg in kleine woningen. Met moderne meubelen met hun strakke vormgeving kan veel ruimte worden gewonnen. Daarnaast krijgen aanstaande bewoners het advies eerst een plan te maken voor de inrichting van hun woning. Het tijdschrift Goed Wonen beschrijft veel van de adviezen en legt de nadruk op het gemeenschappelijke gezinsleven. Naast voorlichtingsfilms, waarop te zien is hoe een huis er uit moet zien, richt de Stichting ook modelwoningen in voor het publiek.

Hans Uilenburg woont in een klein, eenvoudig koloniehuisje in Frederiksoord en is tot eind jaren zestig voorlichter bij de Stichting Goed Wonen: ‘We wilden de mensen op andere mogelijkheden wijzen; ze attenderen op wat er mogelijk was. En daarvan de voordelen uitleggen. Want veel mensen kiezen iets niet omdat ze niet weten dat het kan. Of dat het bestaat. En dat is jammer. De alternatieven die wij aandroegen, waren functionele alternatieven. En ‘strakker’ ook wel. Strakheid vooral omdat dat minder gauw gaat vervelen.’ Uilenburg heeft zijn woning ingericht naar de ideeën van de Stichting Goed Wonen; zelfgemaakte strakke boekenkasten, twee bedbanken om te lezen en om televisie te kijken en linoleum op de vloer. Het leven in zijn huis speelt zich af rond een grote houten tafel met houten stoelen. Een sober en functioneel interieur zonder tierlantijnen.

Cultureel antropologe en jaren zeventig kenner Irene Cieraad vult aan: ‘De Stichting Goed Wonen wilde de massa opvoeden. Er moesten goede meubels komen en goede meubels waren eenvoudig strak vormgegeven meubels. Open meubels.’

Hippies en hun woonkamer

Tegen de gevestigde orde

Het Ik-tijdperk
Maar hoezeer de Stichting Goed Wonen ook probeert mensen op te voeden, het lijkt allemaal voor niets. Eind jaren zestig staan veel van de vaste waarden en normen in de maatschappij ter discussie. Het verzet van studenten tegen de gevestigde orde komt op verschillende fronten tot uiting. Groepen jongeren slapen in Amsterdam op de Dam en in het Vondelpark. De jeugd rookt hasj en protesteert tegen de oorlog in Vietnam, tegen de paus en de kerk. De jongeren zetten zich af tegen hun brave ouders, die zo hard hebben gewerkt na de oorlog. Ze zetten zich af tegen alles. ‘Als je katholiek was opgevoed dan had je het heerlijk. Het liefst zette je in die tijd een heilig beeld op de wc want dan had je letterlijk schijt aan alles’, aldus Cieraad.

Kinderen worden anders opgevoed; alles moet zonder gezag en autoriteit. De veranderende houding in de maatschappij zorgt ook voor verandering in de architectuur. Het planologisch denken verandert in een politiek-maatschappelijk denken. De stedenbouw wordt in de jaren zeventig ondergeschikt aan de architectuur. De vorm wordt ondergeschikt aan de sociaal-maatschappelijke functie, het algemeen belang wordt minder bepalend dan het individueel belang en het detail wordt belangrijker dan de grote lijn.
Het aangebroken ik-tijdperk met aandacht voor het individu heeft ook duidelijk invloed op de interieurs: De bolpootdressoirs en Oud-Hollandse stoelen die massaal worden afgedankt, komen bij studenten in hun studentenkamer. Het kastje van opa en de stoel van oma roepen een sfeer op van huiselijkheid en nostalgie waar de studenten zich prettig bij voelen. Bovendien is het goedkoop. De studenten hebben veel kritiek op de industriële maatschappij met de milieuvervuiling en de overconsumptie en vinden in het boerenleven met het daarbij behorende ambachtelijke handwerk het ideaal.

‘Terug naar de natuur’ is een veel gehoorde kreet. Daarom krijgen steeds meer huizen biezen vloerbedekking, schrootjes plafonds en met kurk beplakte muren. De natuur is erg belangrijk in deze nieuwe tijd. Fotobehang met daarop bomen, bossen of een opkomende zon. VT-Wonen is een tijdschrift voor Vrije Tijd en Wonen waar veel tips en achtergrondverhalen met foto’s in staan. Stilist Frans Bramlage glimlacht als hij terugdenkt aan die tijd: ‘We wilden kurkenwanden om ons heen. De bomen hebben schors dus het was ook weer het gevoel van met zijn allen samen in de natuur zitten. Vandaar ook de kleuren groen, bruin en oranje. Oranje staat dan voor de opkomende zon. Het stille moment van de dag breng je dan over in je huis.’
Bankstellen maken plaats voor kussens op de grond, zitkuilen worden gecreëerd en lage tafeltjes zijn opeens bijzonder populair. Hangplantjes en gehaakte gordijntjes voor de ramen. Gezelligheid. Met elkaar bij de zelfgemetselde open haard. Cieraad: ‘Alles moest op gelijk niveau. Je hoorde niet de hiërarchie te onderstrepen.

Voor een grote groep is het belangrijk om wijs te leven, zonder geld.’ Eetpatronen worden anders; zelf brood bakken is populair en mensen gaan linzen eten. Een enkeling wordt zelfs vegetariër. Reizen naar India zijn populair, omdat je dan pas goed kan zien wat het betekent om in armoede te leven.

Klussen in huis

Doe-het-zelf

VT-wonen
Voor het realiseren van al deze nieuwe ontwikkelingen, komt een heel nieuwe markt tot bloei: de bouwmarkt. Bouwmarkten krijgen steeds meer klanten. Klussen in huis geniet begin jaren zeventig een bijzondere populariteit. Plafonds worden verlaagd, suitedeuren weggebroken en ouderwets geprofileerde deuren met hardboard geëgaliseerd, schrootjes tegen de muur, inbouwkasten voor meer bergruimte, (nep)openhaarden en open keukens voor meer gezelligheid. Sinaasappelkistjes krijgen een tweede leven; met een lik verf doet zo’n kistje dienst als zitplaats of als boekenkast.Veel jaren zeventig interieurs hebben een eetbarretje om gezellig met elkaar Franse wijn aan te drinken en te kaasfonduen. 

Voor het raam of op een opvallende plek in de kamer hangt een originele, zelfgemaakte macramé-uil. Het strakke wonen wordt dus door een provocerende, studentikoze generatie hardhandig terzijde geschoven.

Het doe-het-zelven is populair omdat iedereen zijn eigen ideeën over zijn interieur wil en vooral kan vormgeven. Zo is het heel belangrijk dat je huis er totaal anders uitziet dan het ouderlijk huis. En je moet er ook weer anders bijzitten dan je buren, natuurlijk.

De meeste mensen krijgen vanaf de jaren zestig steeds meer vrije tijd door toegenomen automatisering. Daarom kunnen zij veel tijd stoppen in deze creatieve uitingsvormen; stilzitten is geen optie. Voor een grote groep heeft het klussen ook praktische reden: geld. Als je van alles met je interieur wilt doen en het toch een beetje betaalbaar wilt houden, moet je zelf de handen uit de mouwen steken.

Het tijdschrift VT Wonen ziet in deze nieuwe ontwikkeling een mooie manier om met goede adviezen voor klussen te komen. Frans Bramlage verzon in de jaren zeventig als stilist bij VT Wonen veel interieurs en hij herinnert zich nog veel van deze tijd. Hij is zelf wel een goed voorbeeld van de jaren zeventig generatie. In zijn werk leeft hij zich helemaal uit: ‘Wij gingen met heel andere materialen een heel nieuw beeld schetsen. Ik maakte een hoes van canvas voor om het bad. In de praktijk was het onbruikbaar, maar daar ging het helemaal niet om. Lezers lazen ons blad om ideeën op te doen.We moesten het oude beeld doorbreken.’
Niet alle ideeën zijn bruikbaar en niet alles is even comfortabel. De biezen matten voor op de vloer bijvoorbeeld moesten aan elkaar genaaid worden en dat was echt een vreselijk karwei. De knieën van hen die daarmee de kamer bekleedden, doen nu nog pijn. Ook zorgen dezelfde matten voor heel veel stof in huis. En de zelfgemaakte zitkuil nam toch wel veel ruimte in beslag.
Bij VT Wonen wordt het rekening houden met adverteerders niet als prioriteit beschouwd door de makers. Bramlage moet er een beetje om lachen: ‘Adverteerders vonden we een vies woord eigenlijk, maar tegenwoordig is dat wel anders.’

Het zelf doen, het ‘klussen’ is belangrijk. Bramlage: ‘Het is niet erg moeilijk om origineel te zijn. Het zelf doen gaf iets extra’s.’ Creatief en kunstzinnig zijn is belangrijk. Irene Cieraad vertelt met enige spot: ‘Iedereen had die kunstzinnigheid in zich. Iedereen was gelijk. Het zat allemaal in je.’

De groep mensen die meer geld heeft te besteden en het niet aandurft zelf aan de slag te gaan, neemt een interieurarchitect in de arm. ‘Wat was mooier dan een zitkuil met leren kussens. En dan bij de open haard bij de kale gemetselde muur.’ Op alle niveaus dringt het nieuwe denken in de samenleving door. Interieurarchitect Marion Bergmann: ‘Het stereotype jaren zeventig-huis was een doorzonwoning met de keuken opengebroken met een eetbar en schrootjes plafond met drie lampjes boven de eetbar en een open haard met een groot plateau met flessen wijn en hout eronder’.

Na de jaren zeventig

"Bruin kan écht niet meer!'
Het zijn jaren vol idealen over de te verbeteren wereld. En toch verdwijnen die idealen eind jaren zeventig naar de achtergrond. Het afzetten tegen alles en iedereen is minder sterk; de jongeren zijn wat ouder geworden en op sommige terreinen is succes geboekt. Economisch gaat het weer wat beter en een nieuwe zakelijkere wereld lonkt.

In de interieurs betekent het dat vooral bruin niet meer kan. Irene Cieraad: ‘Alles werd weer lichter. De planten werden van de ramen gehaald. De donkerbruine kleur en de schrootjes verdwenen weer.’

Sinds 1978 verovert Ikea de Nederlandse markt en introduceert het lichte, voordelige wonen. Voor een grote groep mensen is dit zeer interessant. Halverwege de jaren tachtig wordt het zakelijke witte woonkamermeubilair populair. Interieurs zien er ook veel strakker en zakelijker uit dan in de jaren zeventig. Toch blijft vooral de oudere generatie nog zitten tussen de zware eiken meubelen en stort een andere groep Nederlanders zich op moderne en klassieke designmeubelen.

Een ding is duidelijk veranderd: Tegenwoordig gaan meubels niet meer een heel huwelijksleven mee. De toegenomen welvaart heeft gezorgd voor een grote omloopsnelheid van meubilair. Het feit dat meer mensen scheiden, hertrouwen en samenwonen leidt ook tot een grotere omloopsnelheid. Een grote sprong vooruit en een ontwikkeling die waarschijnlijk ook zal blijven. Tegenwoordig kiest een ieder het interieur dat hij mooi vindt en weet van geen verzuiling meer.

Credits
  • Regisseur
    Yaèl Koren
  • Researcher
    Yfke Nijland
Bronnen
  • Honderd jaar wonen in Nederland 1900-2000

    Irene Cieraad e.a., Honderd jaar wonen in Nederland 1900-2000 (Rotterdam 2000).

  • Volkshuisvesting: een kwestie van aanpassing of vernieuwing

    Wies van Moorsel, ‘Volkshuisvesting: een kwestie van aanpassing of vernieuwing’, in De Nieuwste Tijd 1 (2001) nummer 2.

Vragen?

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen?

Neem dan contact op met de redactie: